Moxa-therapie bij stuitligging

Als je kindje in stuit ligt, ligt het met de billen naar beneden in plaats van met het hoofdje. Kan gebeuren, dit is een variatie op het normale. Meer informatie over een stuitligging vind je in een oude post: https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2014/12/19/externe-versie-bij-stuitligging/.
Daar sprak ik ook over een eventuele uitwendige kering om je kindje te laten draaien naar een hoofdligging, maar wist je dat er nog een andere methode is? Moxa-therapie!

Wat is moxa-therapie?
Moxa-therapie valt onder de traditionele Chinese geneeskunde, net zoals acupunctuur. Bij moxa-therapie wordt er ook gebruik gemaakt van een punt op je lichaam dat ook gebruikt wordt bij acupunctuur, maar er wordt geen gebruik gemaakt van naalden. Er wordt een moxa staaf aangestoken, dit lijkt op een grote sigaar en is gemaakt van een rol bijvoetskruid. Deze moxa staaf wordt op 1 cm gehouden van een acupunctuur punt aan de zijkant van je kleine teen. De aangestoken moxa staaf verspreidt warmte op het acupunctuurpunt, waardoor deze geprikkeld wordt. Dit is niet pijnlijk, maar juist aangenaam. (Chimed, s.a.; Telegraaf, 2010; Stuitlig, s.a.)

De behandeling
Het is het ideaalste om rond 33 à 34 weken te starten met moxa-therapie, uit onderzoek blijkt dat dit het meest effectief is. Je krijgt allereerst een intakegesprek en daarna wordt de eerste behandeling uitgevoerd door een gediplomeerd acupuncturist. Op dat moment wordt ook direct de behandeling uitgelegd aan jou en je partner. Een behandeling duurt ongeveer 20 minuten. Hierna ga je weer naar huis en voer jij of je partner de moxa-therapie zelf uit thuis gedurende ongeveer twee weken. (Chimed, s.a.; Telegraaf, 2010)

Kosten
De kosten van een consult bij een acupuncturist zijn gemiddeld €50,-. Deze kosten worden meestal vergoed, indien je een aanvullende verzekering hebt. De kosten van de moxa sticks worden meestal niet vergoed. Deze zijn enkele euro’s per stuk.

Risico’s
Moxa-therapie is onderzocht op veiligheid en daar komt uit naar voren dat er geen risico’s aan deze therapie zitten en tevens geen bijwerkingen. (Stuitlig, s.a.)

Wetenschappelijk onderzoek
Studies tonen het effect aan van de moxa-therapie. Normaal gezien draaien 50% van de kindjes in stuitligging als nog spontaan naar hoofdligging voor de 36ste week. Met moxa-therapie draait 75% spontaan naar hoofdligging. Het proberen dus waard! (Cardini & Weixin, 1998)

Conclusie
Moxa-therapie is een bewezen zinvolle methode om de kans groter te maken dat je kindje draait van stuitligging naar hoofdligging. Er zitten geen risico’s aan, wat deze therapie zeer aan te raden is!

download
Bron: pexels.com

Bronnen
Cardini, F., & Weixin, H. (1998) Moxibustion for Correction of Breech Presentation. Journal of the American Medical Association, 280(18), 1580-1584.

Chimed (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 januari 2017 via http://www.chimed.nl/moxatherapie-bij-stuitligging

Stuitlig (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 januari 2017 via http://www.telegraaf.nl/vrouw/gezond/article20371352.ece

Telegraaf (2010)
Gevonden op het internet op 27 januari 2017 via http://www.stuitlig.nl/behandeling.php

Advertenties

Een vaginale stuitbevalling

In een van mijn vorige posts heb ik uitgelegd wat een stuitligging precies is en dat een externe versie er voor kan zorgen dat het kindje draait, zodat je gewoon vaginaal kunt bevallen. Als je kindje toch in stuit blijft liggen of als je er voor kiest om geen externe versie te doen, zijn er alsnog 2 manieren om te bevallen. De meest voorkomende optie is dan een keizersnede, minder bekend is het vaginaal bevallen van een kindje in stuitligging. Als je voor deze laatste optie kiest, beval je op een natuurlijke wijze, in het ziekenhuis met een gynaecoloog.

Wanneer is een vaginale stuitbevalling mogelijk?
Wanneer er samen met een gynaecoloog wordt gekeken naar de opties die je hebt, zullen er ook enkele onderzoeken gedaan worden om te kijken of je eventueel zou kunnen kiezen voor een vaginale stuitbevalling. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om vaginaal te bevallen als je kindje in voetligging ligt (met een of beide beentjes recht naar beneden). Ook wordt er naar andere factoren gekeken, zoals het geschatte geboortegewicht, hoe het hoofdje van het kind ligt en de grootte hiervan. Dit komt, omdat bij een normale vaginale bevalling het hoofd eerst geboren wordt. Bij een vaginale stuitbevalling worden eerst de billen geboren en pas dan het hoofd. De stuit is kleiner dan het hoofd en dus kunnen er problemen ontstaan als het hoofd geboren moet worden. Tevens wordt er gekeken of het kindje al is ingedaald, naar de geboortegewichten van eventuele andere kinderen en het verloop van eventuele andere bevallingen. Al deze factoren bepalen of het mogelijk is om voor een vaginale stuitbevalling te gaan. (Kwee, s.a.; Dörr, Khouw, Jacquemyn & Nijhuis, 2010).

Voordelen van een vaginale stuitbevalling ten opzichte van een keizersnede (Jeroen Bosch ziekenhuis, 2014)
– Je bevalt vaginaal
– Je hebt niet te maken met de (mogelijke) risico’s van een keizersnede (Terug te lezen in een eerdere post: https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2014/11/25/keizersnede-zonder-reden/)
– Bij een (eventuele) volgende bevalling krijg je niet te maken met het eventuele risico op het scheuren van de baarmoeder, dat houdt in dat je bijvoorbeeld ook thuis kunt bevallen
– Je hoeft minder lang opgenomen te blijven in het ziekenhuis
– Je herstel is hetzelfde als bij een normale vaginale bevalling, dus je krijg niet te maken met het langere herstel behorend tot een keizersnede
– Geen grotere risico’s voor de moeder als tijdens een gewone vaginale bevalling

Nadelen van een vaginale stuitbevalling ten opzichte van een keizersnede (Jeroen Bosch ziekenhuis, 2014)
– Er is een grotere kans dat het kindje na de bevalling opgenomen moet worden op de neonatologie. Aangezien de geboorte van het hoofd moeilijker kan gaan bij een stuitbevalling. Uit onderzoek blijkt dat uiteindelijk kinderen die geboren zijn na een vaginale stuitbevalling het even goed doen als kinderen die geboren zijn na een keizersnede. De opnames hebben dus over het algemeen geen invloed op de ontwikkeling van het kind.
– Je wordt tijdens de bevalling heel strikt in de gaten gehouden. Het is de bedoeling dat je continue vooruit gaat. Als er ook maar iets anders loopt zoals gepland, wordt er gelijk over gegaan op een keizersnede. Hierdoor bestaat er een grotere kans (dan bij een normale vaginale bevalling) dat er alsnog een keizersnede plaats moet vinden.

Conclusie
Het is dus nuttig om te kijken of een vaginale stuitbevalling bij je past en of het voor jou mogelijk is. Niet elke gynaecoloog staat achter een stuitbevalling en zal je deze optie aanbieden. Indien je zelf hier graag meer over wilt weten en je gynaecoloog gaat hier niet in mee, kun je er altijd voor kiezen om naar een andere gynaecoloog te gaan.

Of je kiest voor een vaginale stuitbevalling of een geplande keizersnede is geheel aan jou en je partner. Wel is het belangrijk om alle voor- en nadelen af te wegen en te bespreken met je gynaecoloog. Het is belangrijk om goede en voldoende informatie te krijgen om een weloverwogen keuze te maken, zodat je uiteindelijk samen met je partner achter je keuze staat. Dat is namelijk net zo belangrijk als het afwegen van de risico’s: je eigen motivatie.

Heb jij behoefte aan informatie over een bepaald onderwerp of heb je een suggestie? Laat het gerust weten via een berichtje of een emailtje via kritischeverloskundige@hotmail.com!

Sabian Maggy @Flickr
Sabian Maggy @Flickr

Bronnen
Dörr, P.J., Khouw, V.M., Jacquemyn, Y., & Nijhuis, J.G. (2010). Obstetrische interventies. Amsterdam: Reed Business.

Jeroen Bosch ziekenhuis (2014)
Gevonden op het internet op 12 januari 2015 via http://www.jeroenboschziekenhuis.nl/website/patientenfolders/GYN/GYN-171%20Vaginale%20stuitbevalling%20of%20keizersnede.pdf

Kwee, A. (s.a.)
Gevonden op het internet op 12 januari 2015 via http://www.stuitlig.nl/anneke.php

Externe versie bij stuitligging

Aan het begin van de zwangerschap liggen bijna alle kindjes in stuit, aangezien ze nog alle ruimte hebben in de baarmoeder om volop rondjes te draaien. In stuit liggen houdt in dat het kindje in plaats van met het hoofdje naar beneden, met de billen naar beneden ligt. Naarmate de zwangerschap vordert, draaien de meeste kindjes in hun gunstige positie, met hun hoofd naar beneden, maar er blijven altijd enkele kindjes over die het wel prima vinden met hun billen naar beneden. Dit vindt plaats bij 3 à 4 procent van alle zwangerschappen (Dörr, Khouw, Jacquemyn & Nijhuis, 2010).

Soorten stuitliggingen (Dörr et al, 2010)
Er zijn 3 verschillende soorten stuitliggingen. Een onvolkomen stuitligging, een volkomen stuitligging en een voetligging.
Onvolkomen stuitligging: Hierbij liggen de beentjes van het kindje omhoog richting het gezicht. Dit is ook vaak de reden dat kinderen die in stuit gelegen hebben, na de geboorte met hun benen omhoog blijven liggen. Dit is de meest voorkomende stuitligging.
Volkomen stuitligging: De bovenbeentjes liggen hierbij naar boven, maar de knieën zijn gebogen. De voeten liggen daardoor bij de stuit.
Voetligging: Een of beide benen liggen gestrekt. Een of twee voeten liggen dus richting de uitgang van het baringskanaal. Als het om slechts 1 been in voetligging gaat, kan het andere beentje net zo liggen als bij een onvolkomen stuitligging (met de voeten bij het gezicht) of als bij een volkomen stuitligging (knie gebogen, voet bij de stuit).

Redenen voor een stuitligging (Dörr et al, 2010; Kleiverda & Lambers, 2009)
Vaak is de reden waarom een kindje is stuit ligt (85 % van de keren), niet duidelijk, maar er zijn wel enkele situaties waarin de kans groter is op een kindje in stuitligging, zoals:
– Bij een meerlingzwangerschap
– Bij een vroeggeboorte (Kindje heeft nog geen tijd gehad om terug te draaien)
– Bij een groeiachterstand (Kindje is wat kleiner, waardoor het gemakkelijker kan draaien)
– Een afwijking bij het kindje, zoals een waterhoofd
– Een voorliggende placenta
– Een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken

En hoe gaat het dan verder?
Als je rond 33-35 weken zwangerschap hoort dat je kindje nog altijd in stuitligging ligt, kun je allereerst zelf proberen het kindje te laten draaien. Dit kun je doen door enkele keren per dag je billen hoger te plaatsen dan je hoofd. Je kunt bijvoorbeeld spelen op de vloer (op je knieën en leunend op je onderarmen) met een van je andere kinderen of je kunt op de bank gaan liggen met een dik kussen onder je billen. Op deze manier kantel je je bekken, waardoor de stuit van je kindje uit je bekken geplaatst kan worden. Heel belangrijk bij al deze manieren is dat je ontspant. Enkel als jezelf ontspant, ontspannen je spieren ook, waardoor er meer ruimte komt en dus meer mogelijkheid is tot draaien. (Spinningbabies, 2013). Maar als dit allemaal niet werkt, is er nog een optie om het kindje te laten kantelen, namelijk een externe versie ofwel een uitwendige kering.

Als je kindje rond 36 weken nog altijd in stuit ligt, is de kans zeer klein dat het nog terug draait. Dit komt, doordat het kindje blijft groeien en de ruimte in de baarmoeder dus steeds beperkter wordt. Op dat moment kun je kiezen voor een externe versie. Dit is uiteraard compleet je eigen keuze, maar indien je er niet voor kiest en je kindje niet meer spontaan draait, is er grote kans dat je een keizersnede moet ondergaan. Het is ook mogelijk om vaginaal te bevallen van een kindje in stuitligging in sommige gevallen, maar helaas gebeurt dit steeds minder. Er zitten risico’s aan het vaginaal bevallen van een kindje in stuit en niet alle gynaecologen willen deze risico’s nemen. In een van mijn volgende blogposts, zal ik hier verder over vertellen.

Externe versie
Bij een externe versie gebruikt de arts of de verloskundige zijn/haar handen om via de buik het kindje te laten draaien van stuitligging naar hoofdligging. De kans dat dit lukt, is ongeveer 53%. Als dit lukt, kun je gewoon normaal, vaginaal bevallen. Dit houdt dus ook in dat je gewoon thuis mag bevallen. Uit onderzoek is dan ook gebleken dat een externe versie het aantal keizersnedes vermindert (Hofmeyr & Kulier, 2012). Deze kering vindt plaats tussen de 36 en de 37 weken. Als dit voor 36 weken gebeurd, is er namelijk kans dat het kindje nog spontaan draait of juist spontaan weer terugdraait naar een stuitligging. Na 37 weken is de kans kleiner dat de kering lukt, aangezien het kindje dan al weer een stukje groter is. (Dörr et al, 2010).

Hoe gaat het in zijn werking?
De externe versie kan uitgevoerd worden door een verloskundige die hiervoor opgeleid is of door een arts. Voor de kering krijg je eerst een CTG om de harttonen van het kindje te controleren en wordt er via een echo even gekeken hoe het kindje ligt. Op sommige plekken krijg je een weeënremmend middel, zodat je baarmoeder niet zal gaan reageren op de plotselinge draaiing, dit vergroot de slagingskans. Dit middel zorgt er wel vaak voor dat je harstslag versnelt, wat erg akelig kan voelen. Hierna is het de bedoeling dat je zoveel mogelijk probeert te ontspannen. De arts of de verloskundige omvat met een hand de billen van het kindje en met de andere hand het hoofd. Zo probeert hij het kindje van positie te laten veranderen, als het ware door een koprol. Dit is geen prettig gevoel. Nadien wordt opnieuw de hartslag van het kindje gecontroleerd. (Kleiverda & Lambers, 2009).

Risico’s van de uitwendige versie
De risico’s van de moeder zijn eigenlijk amper aanwezig. Het is mogelijk dat je hartkloppingen krijgt van het weeënremmend middel, maar die gaan vanzelf weer over.
Er is een kleine kans dat de hartslag van het kindje even daalt tijdens de externe versie. Bij vrijwel alle kinderen herstelt dit snel na de kering. Bij minder als 1% zorgt dit ervoor dat er een spoedkeizersnede plaats moet vinden. (Kleiverda & Lambers, 2009).

Contra-indicaties (Dörr et al, 2010)
Niet iedereen komt in aanmerking voor een externe versie, omdat dit meer risico’s met zich meebrengt. Contra-indicaties voor een externe versie zijn:
– Een voorliggende placenta (kans op bloedingen of loslaten van de placenta)
– Een afwijkend CTG (het kindje vertoont minder goede harttonen)
– Groeivertraging van het kind (een externe versie is dan extra stressvol)

Factoren die de slagingskans vergroten (Dörr et al, 2010)
– Vroeger in de zwangerschap
– Een baarmoeder die goed ontspannen is
– Een vrouw die al eerder is bevallen (deze baarmoeders zijn vaak meer ontspannen)
– Geen obesitas
– Geen angst of stress (hierbij spannen je spieren aan)
– Voldoende vruchtwater
– Het kindje is nog niet ingedaald
– Volkomen stuitligging geeft meer slaginskans als een onvolkomen stuitligging
– Een kindje dat minder weegt als 4000 gram

Conclusie
Een externe versie kun je overwegen als je kindje nog in stuit ligt rond 36 weken. Het is een behoorlijke interventie, maar in mijn ogen weegt dit niet op tegen de nadelen van een keizersnede. Doormiddel van een geslaagde externe versie kun je alsnog vaginaal en eventueel thuis bevallen, waar veel minder complicaties aan kleven dan aan een keizersnede. De mogelijk complicaties van een keizersnede kun je teruglezen in een van mijn vorige posts. (https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2014/11/25/keizersnede-zonder-reden/)

@wikipedia
@wikipedia

Bronnen
Dörr, P.J., Khouw, V.M., Jacquemyn, Y., & Nijhuis, J.G. (2010). Obstetrische interventies. Amsterdam: Reed Business.

Hofmeyr, G.J., & Kulier, R. (2012) External cephalic version for breech presentation at term (Review). The Cochrane Library, issue 10, 1-28.

Kleiverda, G., & Lambers, M.D.A. (2009). Stuitligging. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Gevonden op het internet op 19 december 2014 via http://www.nvog.nl/Sites/Files/0000003293_STUITLIGGING.pdf

Spinning babies (2013)
Gevonden op het internet op 19 december 2014 via http://spinningbabies.com/baby-positions/breech-bottoms-up/305-body-work-for-breech