Waterbevalling

Warm water kan tijdens je bevalling een welkome pijnverlichting bieden, net als tijdens je menstruatie. Toch wordt er nog niet vaak voor gekozen. Tegenwoordig kiest men steeds meer voor de ruggenprik, terwijl daar veel meer risico’s aan kleven. Een waterbevalling is een natuurlijke vorm van pijnstilling, maar wat voor (mogelijke) voordelen biedt een waterbevalling nog meer?

(mogelijke) Voordelen van een waterbevalling voor het kind (Garland, 2011)
– De zuurstofvoorziening voor de baby, tijdens de bevalling, verbeterd. (Door meer ontspanning van de moeder)
– De overgang van baarmoeder naar buitenwereld is meer geleidelijk.

(mogelijke) Voordelen van een waterbevalling voor mevrouw (Harper, 2006)
– Ontspannen omgeving (ook omdat een waterbevalling vaak thuis plaats vind)
– Snellere bevalling (doordat de bevallende vrouw meer ontspant)
– Verlaging van de bloeddruk
– Pijnstilling voor de bevallende vrouw
– Zorgt voor minder vraag naar medicamenteuze pijnstilling
– Minder rupturen, minder knippen

Mogelijke complicaties
De complicaties zijn in de meeste gevallen niet gelinkt aan de waterbevalling, maar aan de bevalling zelf. Zo kan je mogelijk een infectie oplopen in bad, maar uiteindelijk heb je hier meer kans op buiten het bad (Garland, 2011). En ja het is mogelijk dat je een flinke bloeding krijgt, maar dit is gelinkt aan de bevalling zelf. Een verloskundige is opgeleid om overmatig bloedverlies op te sporen en zal dan ook zeker ingrijpen en eventueel vragen om uit bad te komen om het bloedverlies beter te kunnen inschatten. Een mogelijke complicatie die echt gelinkt is aan een waterbevalling is verdrinking (zeer zeldzaam!), maar uiteraard zijn verloskundigen (en uzelf!) zeer oplettend en zullen ze er alles aan doen om te voorkomen dat het kindje met het gezicht in het water terecht komt.

Waarom kiezen voor een waterbevalling?
In een ziekenhuis is het vaak niet mogelijk om werkelijk te bevallen in het water, maar als je thuis bevalt, is dit wel mogelijk! Doordat water pijnstillend werkt, ontspan je ook meer. Tevens heeft je thuisomgeving vaak een geruststellende en daardoor ook ontspannende werking op je. Dit alles kan er voor zorgen dat de bevalling bespoedigd wordt. Hoewel je dus vaak in het ziekenhuis niet kunt bevallen in bad, zijn er soms wel bevalbaden. Indien je weet dat deze aanwezig is, zou ik zeker er voor kiezen om de weeën op te vangen in bad. Ook dan maak je optimaal gebruik van de pijnstillende en ontspannende werking. Dit heeft dus ook effect op je bevalling en op je kindje. Tevens zorgt dit er vaak voor dat je niet hoeft te grijpen naar eventuele medicamenteuze pijnstilling, zoals een ruggenprik.

Al met al is een waterbevalling dus alleen maar goed voor je! Wel moet je hier op tijd over nadenken, aangezien er vaak van je wordt verlangt dat je een bevalbad besteld. Verloskundigen in Nederland willen vaak dat je een echt bevallingsbad besteld/huurt, maar je kunt ook prima in een zwembadje of je eigen bad bevallen, indien dit voldoet aan bepaalde eisen (Oerbron, s.a.), maar dit zal je moeten afkaarten met je eigen verloskundigen:
– Het bad moet voldoende diep zijn, zodat je je buik goed onderwater kunt brengen. Dit zorgt voor voldoende pijnstilling. (+/- 60 cm)
– Er moet voldoende ruimte om het bad heen zijn, zodat de verloskundige er eventueel bij kan, maar ook uw partner!
– Bad moet goed schoongemaakt kunnen worden.
– De rand moet voldoende stevig zijn, zodat u goed om het bad kunt leunen.
– Sommige baden bezitten een opblaasbare bodem, dit is extra comfortabel.

Uiteraard zorgt het huren van een bevallingsbad er niet voor dat je uiteindelijk ook in bad moet bevallen! Hier kies je nog altijd zelf voor en je kunt dit op het moment zelf nog bepalen (al moet het bad natuurlijk wel in huis zijn, voor als je het toch wilt). Vaak worden er ook informatieavonden bij verloskundigenpraktijken georganiseerd om je meer informatie te geven over waterbevallingen. Indien je meer informatie wilt, mag je ook altijd een berichtje sturen!

eyeliam @Flickr
eyeliam @Flickr

Bronnen
Harper, B (2006). Guideline for a Safe Water Birth. Waterbirth International. Gevonden op het internet op 24 november 2014 via http://www.waterbirth.org/assets/documents/Guidelines%20for%20safe%20Water%20use.pdf

Garland, D. (2011). Revisiting waterbirth: an attitude to care. Hampshire: Palgrave Macmillan.

Oerbron (s.a.)
Gevonden op het internet op 24 november 2014 via http://www.oerbron.nl/waterbev/verloskun.html

Advertenties

Do or don’t: strippen.

De veilige termijn waarin je kunt bevallen is tussen de 37 en de 42 weken. Je uitgerekende datum valt op 40 weken. Wat veel vrouwen niet beseffen is dat, zeker bij je eerste kindje, het vaak langer duurt als 40 weken. Als je boven de 42 weken zwangerschap komt, wordt je vaak ingeleid, aangezien een zwangerschap van meer dan 42 weken geassocieerd wordt met een kans dat het kindje in de baarmoeder overlijdt (NVOG, 2007). Soms komen die 42 weken erg dichtbij. De verloskundige kan dan voorstellen om je te strippen, maar wat is dat nu eigenlijk precies?

Wat is strippen?
Bij strippen voert de verloskundige allereerst een inwendig onderzoek uit. Hierbij voelt ze of er al enigszins ontsluiting is. Als dit het geval is kan ze met haar vingers door de opening van de baarmoedermond naar binnen en maakt ze met haar vingers de vliezen los van de baarmoedermond, dit noemen we strippen. Door het loswoelen van de vliezen, komen er hormonen vrij, prostaglandines. Deze hormonen zijn van belang bij het opstarten van de baring. (KNOV, s.a.) Strippen wordt tussen de 41ste en de 42ste zwangerschapsweek toegepast, aangezien het nog niet bewezen effectief is voor de 41ste zwangerschapsweek (Hamerlynck & Middeldorp, 2005).

Heeft het zin?
Uit onderzoek blijkt dat het aantal zwangeren van boven de 41 weken afneemt doormiddel van strippen (NVOG, 2007; Duijs & Koornstra, 2007).  Dit wil dus zeggen dat strippen wel degelijk effectief kan zijn. Niet iedereen zal er profijt van hebben, maar het kan zijn dat het er wel voor zorgt dat je weeën binnen 20 uur beginnen (KNOV, s.a.). Verder blijkt dat strippen geen verhoogd risico geeft op een keizersnede, vroegtijdig breken van de vliezen of een infectie van moeder of kind (Hamerlynck & Middeldorp, 2005).

Wat zijn de nadelen?
Sommige vrouwen voelen niks van strippen, maar andere vrouwen vinden het een erg pijnlijke interventie. Tevens kan er na het strippen bloedverlies op treden. (NVOG, 2007; KNOV s.a.)

Conclusie
Het is dus een kwestie van het afwegen van voor- en nadelen. Strippen kan er voor zorgen dat binnen 20 uur je weeën opgang komen (indien het na 20 uur gebeurd is dit niet naar aanleiding van het strippen), indien je gestript wordt tussen de 41ste en de 42ste zwangerschapsweek. Hiermee kan er voorkomen worden dat je naar het ziekenhuis moet voor een inleiding met alle toeters en bellen (vaak vliezen breken, een infuus, continue aan de monitor etc.), maar strippen kan ook erg pijnlijk zijn en zorgen voor bloedverlies. Strippen is een interventie, maar kans soms voorkomen dat er meer interventies moeten plaats vinden. Al met al is dit dus een zeer persoonlijke keuze, die alleen mevrouw en haar partner zelf kunnen en mogen maken.

Kristin Banks @Flickr
Kristin Banks @Flickr

Bronnen
Duijs, C.F.M., & Koornstra, E. (2007) Een literatuurstudie naar de effectiviteit van het strippen van de vliezen. Gevonden op het internet op 2 april 2014 via http://www.kennispoort-verloskunde.nl/vingervlug.aspx

Hamerlynck, J.V.Th. H., & Middeldorp, S. (2005) Uit de Cochrane Library: routinematig losmaken van de vliezen (‘strippen’) ter inleiding van de baring bij aterme zwangeren wel effectief, maar niet altijd zinvol. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 149:2508-10. Gevonden op het internet op 2 april 2014 via http://www.ntvg.nl/publicatie/uit-de-cochrane-library-routinematig-losmaken-van-de-vliezen-39strippen39-ter-inleiding-v/volledig

KNOV (s.a.)
Gevonden op het internet op 28 november 2014 via http://deverloskundige.nl/bevalling/subtekstpagina/82/strippen/

NVOG (2007)
Gevonden op het internet op 28 november 2014 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=749

All about: Navelstrengomstrengeling

Regelmatig hoor ik dat ouders zeer ongerust zijn over het concept ‘navelstrengomstrengeling’. Maar wat houdt navelstrengomstrengeling eigenlijk in? Kan het kwaad? Wat doet de verloskundige als ze hier tegenaan loopt of wat hoort ze te doen?

Wat is een navelstrengomstrengeling?
De navelstreng bestaat uit 3 vaten, 2 aders en 1 slagader, waardoor zuurstof en voedingstoffen van moeder naar kind worden gebracht en afvalstoffen van kind naar moeder worden vervoerd. Rondom de bloedvaten zit de gelei van Wharton. Dit is een dikke, geleiachtige substantie die de navelstreng beschermd tegen indrukking. (Bogaerts, Geerdens & Gooris, 2009) Een navelstreng is meestal rond de 60 cm lang, maar kan variëren in lengte van 30 tot 120 cm (Bogaerts et al., 2009; Van Vugt, Stoutenbeek, Emanuel & Wladimiroff, 2003). Je kunt je dus misschien wel voorstellen dat als een kindje draait en beweegt in de baarmoeder, de navelstreng gemakkelijk rondom de nek kan komen te zitten. Wanneer de navelstreng rondom de nek zit, noemen we dit navelstrengomstrengeling.

Hoe vaak komt het voor?
Een navelstrengomstrengeling komt zeer regelmatig voor, een exact aantal is moeilijk te noemen. We verwachten dat tussen de 20-30% wordt geboren met de navelstreng om de nek (Gezond VGZ, 2011; Sheiner et al., 2006). Tevens schatten we dat ongeveer 1/20 baby’s wordt geboren met de navelstreng 2 of meer keer omstrengeld (Gezond VGZ).

Kan het kwaad?
Er zijn twee verschillende soorten van navelstrengomstrengelingen. Een baby kan los omstrengelt zijn of vast.

Een losse omstrengeling
Bij een losse omstrengeling, zit de navelstreng niet strak om het nekje van de baby, waardoor het ook helemaal geen problemen geeft. De navelstreng wordt niet dichtgedrukt, dus de zuurstofvoorziening van de baby blijft gelijk. (Reed, Barnes & Allan, 2009)

Een vaste omstrengeling
Een baby die nog niet geboren is, ademt nog niet. Als de navelstreng om het nekje zit, kan een baby dus ook niet stikken. Wel wordt er door de navelstreng zuurstof en voedingsstoffen naar de baby vervoerd. Wanneer de navelstreng strak om de nek van de baby zit, kan het voorkomen dat de navelstreng als het ware wordt dichtgedrukt tijdens een wee, waardoor er gedurende korte tijd minder zuurstof naar het kindje toegaat. Een vaste omstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan als de navelstreng korter is dan normaal (<60 cm) of als de navelstreng meerdere keren om het nekje gewikkeld is . Tussen de weeën door heeft het kindje tijd om terug bij te komen. Het kindje kan iets of wat slapjes ter wereld komt, maar dit korte zuurstoftekort is snel opgelost, als de zorgverleners zich tijdens de bevalling niet met de navelstreng bemoeit hebben en de navelstreng na de bevalling met rust gelaten wordt en niet vroeg wordt afgenaveld. (Zie: https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2014/10/24/het-belang-van-het-laten-uitkloppen-van-de-navelstreng/; zo krijgt het kindje gedurende ongeveer 3 minuten extra zuurstof en voedingsstoffen via de navelstreng, terwijl het al zelf ademt)  Dit zal ik hieronder toelichten. (Reed, 2014)

Wat doen de zorgverleners vaak?

Het laten vieren van de navelstreng en de navelstreng over het hoofd trekken
Wanneer er een losse omstrengeling is, halen 9 van de 10 zorgverleners de navelstreng over het hoofdje van het kind. Deze zorgverleners realiseren zich duidelijk niet dat wanneer je de navelstreng vastpakt, de navelstreng als reactie er voor zorgt dat de bloedvaten samenknijpen. Het samenknijpen van de bloedvaten zorgt er voor dat er minder zuurstof naar het kindje toegaat. Uiteindelijk zorg je er dus als zorgverlener voor dat de baby te weinig zuurstof krijgt en dit is dus niet door de navelstrengomstrengeling. (Reed, 2014)

Afklemmen in de vagina
Wanneer de zorgverleners tegen een vaste omstrengeling aan lopen tijdens het laatste stukje van de baring, gebeurt het helaas nog regelmatig dat ze de navelstreng alvast afnavelen (de navelstreng doorknippen), terwijl het kindje nog niet geboren is. Hierdoor krijgt het kindje dus helemaal geen zuurstof/voedingsstoffen meer. Je kunt je dus misschien wel voorstellen wat er gebeurt als het kindje dan nog altijd moeite heeft met geboren worden (bijvoorbeeld als de schouders blijven steken). Dan loopt een kindje werkelijk zuurstoftekort op. Dit ontstaat in zo’n geval dus niet door de strakke omstrengeling, maar door het afklemmen in de vagina. (Reed, 2014; Visser, 2011) Onvoorstelbaar dus, dat dit nog altijd aangeleerd wordt.

Wat moeten de zorgverleners doen?
Een baby kan, zeer vaak, prima geboren worden met een navelstrengomstrengeling. Of deze nu vast is of los. Als het hoofdje van de baby geboren wordt, voelen vrijwel alle zorgverleners of het hoofdje omstrengeld is. Het kan zijn dat op dat eerste moment de navelstreng strak om het nekje zit, maar dat een wee later en nog een stukje navelstreng meekomt, waardoor de omstrengeling los wordt.
Een baby die omstrengelt is, kan geboren worden door de lus van de navelstreng heen of wordt gewoon geboren met de navelstreng nog om de nek heen.

Wat kun je dan als zorgverlener wel goed doen bij een navelstrengomstrengeling:
– NIET afklemmen in de vagina
– NIET de navelstreng vieren of over het hoofdje trekken
– De ouders inlichten over de normaliteit van een navelstrengomstrengeling
– De navelstreng van het nekje afhalen zodra het kindje geboren is (nu ademt het zelf!)
– Als het kindje last heeft gehad van de vaste navelstrengomstrengeling en moet herstellen, laat het herstellen! Knip de navelstreng nog niet door, deze extra zuurstofvoorziening komt goed van pas. Huid op huid contact doet wonderen! (Reed, 2014)
Als een navelstreng echt te strak om de nek zit, waardoor het de geboorte van het kind echt belemmerd bestaat er nog een andere mogelijkheid: De Somersault manouvre. Hierbij wordt het hoofdje tegen het schaambeen of de lies begeleidt, waardoor de rest van het lichaam als het ware met een koprol geboren kan worden. (Mercer, Erickson-Owens, Graves & Mumford, 2007).

Conclusie
Een navelstrengomstrengeling kan dus helemaal geen kwaad, zolang de zorgverleners er zich niet mee gaan bemoeien. Een kind is prima in staat om zelf geboren te worden doorheen de navelstreng of met de navelstreng nog om het nekje heen.

eyeliam @Flickr
eyeliam @Flickr

Bronnen
Bogaerts, A., Geerdens, L., & Gooris, F. (2009). Normale baring en kraambed (3e dr.). Antwerpen: Garant.

Gezond VGZ (2011)
Gevonden op het internet op 25 november 2011 via https://www.gezondvgz.nl/%7Bfbbd828d-ee9f-4535-b4a2-f19a85ff1b8a%7D?tp=%7Be0239763-c95e-4def-995d-c7b857ff0d8d%7D

Mercer, J.S., Erickson-Owens, D.A., Graves, B., & Mumford, M. (2007)
Evidence-Based Practices for the Fetal to Newborn Transition. Journal of Midwifery & Women’s Health, 52(3), 262-272. Gevonden op het internet op 25 november 2014 via http://www.medscape.com/viewarticle/558124_3

Reed, R. (2014) Nuchal Cords: the perfect scapegoat. Gevonden op het internet op 25 november 2014 via http://midwifethinking.com/2010/07/29/nuchal-cords/

Reed, R., Barnes, M., & Allan, J. (2009) Nuchal cords: sharing the evidence with parents. Britisch Journal of Midwifery, 17(2), 106-9. Gevonden op het internet op 25 november 2014 via https://dl.dropboxusercontent.com/u/19684636/Publications/2009_ncord_bjm.pdf

Sheiner, E., Abramowicz, J.S., Levy, A., Silberstein, T., Mazor, M., & Hershkovitz, R. (2006) Nuchal cord is not associated with adverse perinatal outcome. Archives of Gynaecologie and Obstetrics, 274(2), 81-3.

Van Vugt, J.M.G., Stoutenbeek, Ph., Emanuel, M.H., & Wladimiroff, J.W. (2003) Echoscopie in de verloskunde en gynaecologie. Elsevier gezondheidszorg: Maarssen.

Visser, R. (2011) In vulva afkocheren. Gevonden op het internet op 25 november 2014 via http://vroedvrouwenradicaal-rebekka.blogspot.nl/2011/01/in-vulva-afkocheren.html

Keizersnede zonder reden.

Een keizersnede, ook wel sectio genoemd, is al vele jaren een bekend begrip. Tevens zien we ook dat het aantal keizersnedes met de jaren toenemen. Zo schommelde België al lange tijd onder de 20% grens, maar nu hebben ze die toch overschreven. Zij komen uit op 20,3% van alle geboortes. (Nataal, 2014). Ook Nederlands schommelt al jaren rond de 20%, een bizar hoog aantal. Dit wordt nog eens versterkt door een nieuwe trend: keizersnedes op verzoek. Zeker in België (Nataal, 2014) is hier al een run op aan het komen, maar in Nederland hoor ik het ook steeds meer (en gek genoeg stemmen verloskundigen/gynaecologen hier regelmatig mee in). Vriendinnen die het onder elkaar hebben over hoe makkelijk het zou zijn als ze gewoon een keizersnede kunnen krijgen. Andere vrouwen die het liefst zwart op wit willen laten zetten dat ze een keizersnede krijgen zonder indicatie, maar is dit nou wel zo verstandig? Nee. Absoluut niet! Een keizersnede is een flinke buikoperatie, waar vele, mogelijke, complicaties aan gekoppeld zijn. Ik zal dit hieronder toelichten.

Indicaties voor een keizersnede (Essed, Kleiverda & Quadekker, 2000; Medicinfo, 2011)
Je krijgt enkele een keizersnede als je niet vaginaal kunt bevallen of als dit mogelijk te veel risico’s met zich meebrengt. Er bestaan twee soorten keizersnedes. Een primaire keizersnede houdt in dat de bevalling wordt gepland voordat deze begonnen is. Dit noemen we dan ook wel een geplande keizersnede. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld deze indicaties zijn:
– Het kindje ligt dwars
– Het kindje ligt in stuit (soms kun je ook vaginaal bevallen!)
– Tweeling (soms kan een tweeling ook vaginaal!) of meerling
– Een niet ruim genoeg bekken
– De moederkoek die voor de uitgang ligt
– Een moederkoek die niet voldoende meer functioneert
– Vleesbomen

Er bestaat ook een secundaire keizersnede. Hierbij wordt er voor een keizersnede gekozen, wanneer de bevalling al begonnen is. Dit hoeft niet altijd met spoed te zijn, maar dit kan wel het geval zijn. Dan noemen we het een spoedkeizersnede. Indicaties voor een secundaire keizersnede:
– Het kindje verkeert in nood (zuurstoftekort)
– Een bevalling die niet vordert
– Een uitgezakte navelstreng (de navelstreng komt dan via de vagina naar buiten en het hoofd van het kind drukt hierop, waardoor er zuurstoftekort optreedt)
– Een loslatende moederkoek
– Zwangerschapsvergiftiging (hoeft niet altijd via een keizersnede, maar het kan wel een indicatie zijn)

Gevaren van een keizersnede
Een keizersnede is niet zonder risico. Het is een flinke buikoperatie, wat veel mogelijke complicaties met zich meebrengt. Er bestaan zowel complicaties voor moeder als voor kind.

Mogelijke complicaties voor moeder (Dörr, Khouw, Jacquemyn & Nijhuis, 2010)
Uit Noors onderzoek blijkt dat bij ongeveer 21% van alle keizersnedes er een complicatie optreedt voor moeder. Het is dan ook belangrijk dat je op de hoogte bent van mogelijke complicaties (% kans bij keizersnede ~ % kans bij een vaginale bevalling):
– Kans op pijn aan de wond
– Grotere kans op blaas/darmletsel (0,1% ~ 0,001%)
– Grotere kans op een verlengde opnameduur in het ziekenhuis (3-4 dagen ~ 1-2 dagen)
– Grotere kans op heropname na ontslag (5,3% ~ 2,2%)
– Relatief grotere kans op overlijden van moeder (0,008% ~ 0,002%)
– Grotere kans op een infectie (6,4% ~ 4,9%)
– Grotere kans dat er geen volgende zwangerschap meer optreedt (42% ~ 29%)
– Grote kans op een ruptuur van de baarmoeder tijdens een volgende bevalling (0,4% ~ 0,01%)

Hierbuiten is er uiteraard meer kans om bij een volgende zwangerschap opnieuw een keizersnede te moeten ondergaan. Bovendien kost het herstel na een keizersnede toch al gauw 4 tot 6 weken en kun je vaak niet voldoende, zelfstandig zorgen voor je kindje in de eerste dagen.

Mogelijke complicaties voor kind (Dörr, Khouw, Jacquemyn & Nijhuis, 2010)
Bij elk soort bevalling zijn er mogelijke complicaties voor het kind, zo ook bij een keizersnede. Bij een keizersnede is er voornamelijk kans op een complicatie voor het kind. (% kans bij keizersnede ~ % kans bij een vaginale bevalling):
– Meer kans op complicaties bij ademhaling, omdat bij een keizersnede er minder vruchtwater uit de longen wordt geduwd (3,5% ~ 0,5%)

Conclusie
Een keizersnede is niet zonder risico. Wanneer je een duidelijke reden hebt voor een keizersnede, zitten er vaak meer risico’s aan het vaginaal bevallen dan aan een keizersnede, maar als je geen enkele reden hebt om te bevallen met een keizersnede, zijn er natuurlijk veel meer risico’s verbonden aan een keizersnede dan aan een vaginale bevalling. Het is dan ook niet aan te raden om te ‘kiezen’ voor een keizersnede wanneer je hier geen reden toe hebt. Waarom zou je immers kiezen voor zo’n zware buikoperatie met zo’n lang herstel, als je ook kunt kiezen voor een normale, vaginale bevalling? Uiteraard vind ik dat er nagegaan moet worden waarom iemand zou willen kiezen voor een keizersnede. Gaat het bijvoorbeeld om angst voor de bevalling? Dan is het belangrijk dat deze angst wordt weggenomen door bijvoorbeeld informatie te geven of te verwijzen naar een zwangerschapscursus.

jpedraza @Pixabay.com
jpedraza @Pixabay.com

Bronnen
Dörr, P.J., Khouw, V.M., Jacquemyn, Y., & Nijhuis, J.G. (2010). Obstetrische interventies. Amsterdam: Reed Business.

Essed, G.G.M., Kleiverda, G., & Quadekker, J. (2000) De keizersnede [folder]. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Gevonden op het internet: http://www.nvog.nl/Sites/Files/0000000098_01%20Keizersnede.pdf

Medicinfo (2011)
Gevonden op het internet op 21 november 2014 via http://www.medicinfo.nl/%7Ba385a76f-494b-4373-a4c3-3e9dc6aeb23a%7D

Nataal (2014)
Gevonden op het internet op 21 november 2014 via http://www.nataal.nl/index.php/homepage/uit-andere-media/390-keizersnede-op-verzoek

Hands off of Hands on?

De werkelijke geboorte noemen wij de uitdrijving. Hierbij wordt eerst het hoofd van het kindje geboren, waarna de schouders en de rest van het lichaam volgen. De verloskundige kan deze geboorte op twee manieren begeleiden: hands off en hands on.

Hands on
De hands on methode wordt in Nederland het meest gebruikt. Hierbij gebruikt de verloskundige haar handen om het hoofd en de schouders van het kindje geboren te laten worden. Hierbij ondersteunt de verloskundige ook vaak het gebied tussen vagina en anus, het perineum, omdat dit het gebied is waar je kunt inscheuren.

Hands off
De hands off methode wordt nog heel weinig gebruikt in Nederland. De Nederlandse verloskundigen houden de touwtjes graag in handen en vinden het dan ook vaak moeilijk om de controle los te laten. Bij de hands off methode gebruikt de verloskundige haar handen namelijk niet tijdens de uitdrijving. Dit houdt dus in dat er geen contact is tussen de handen van de verloskundigen en het lichaam van de pasgeborene (tenzij noodzakelijk uiteraard). Tevens raakt de verloskundige het perineum ook niet aan.

Zeer vaak wordt er in Nederland dus gebruik gemaakt van de hands on methode. Deze methode wordt toegepast omdat dit zou zorgen voor minder rupturen, maar dit is niet uit onderzoek gebleken. Er zijn verscheidene onderzoeken verricht naar beide methodes. Zo concludeert een onderzoek dat de hands off methode zorgt voor minder rupturen, minder bloedingen in het kraambed en minder knippen (Foroughipour, Firuzeh, Ghahiri, Norbakhsh & Heidari, 2011). Andere onderzoeken concluderen dat er geen verschil is tussen hands on en hands off in hoeveelheid/soorten rupturen (Aasheim, Nilsen, Lukasse & Reinar, 2011; de Souza Caroci da Costa & Gonzalez Riesco, 2006). Het is dus nog niet mogelijk om hier een onderbouwde conclusie uit te trekken, totdat er meer onderzoek is gedaan.

Aangezien ik vind dat je de natuur zoveel mogelijk zijn gang moet laten gaan, vind ik het onbegrijpelijk dat verloskundigen zo vaak met hun handen de bevalling proberen te leiden. Vrouwen zijn gemaakt om te bevallen, dat is niet de taak van de verloskundige, zolang alles goed verloopt. Zolang nog niet gebleken is wat nu juist de beste methode is, vind ik dan ook dat de hands off methode de best methode is.

Kala Bernier @Flickr
Kala Bernier @Flickr

Bronnen
Aasheim, V., Nilsen, A.B., Lukasse, M., & Reinar, L.M. (2011) Perineal techniques during the second stage of labour for reducing perineal trauma. Cochrane Database Syst Rev, 7(12).

De Souza Caroci da Costa, A., & Gonzalez Riesco, M.L. (2006) A comparison of “hands off” versus “hands on” techniques for decreasing perineal lacerations during birth. Journal of midwifery & women’s health, 51(2), 06-11. http://www.researchgate.net/publication/7272571_A_comparison_of_hands_off_versus_hands_on_techniques_for_decreasing_perineal_lacerations_during_birth

Foroughipour, A., Firuzeh, F., Ghahiri, A., Norbakhsh, V., & Heidari, T. (2011) The effect of perineal control of hands-on and hands-poised methods on perineal trauma and delivery outcome. Journal of Research in Medical Science, 16 (8), 1040-1046. Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3263081/

Striae

Striae, ofwel zwangerschapsstriemen, datgene waar vrouwen vaak tegenop zien als ze zwanger worden. Maar wat is het nu eigenlijk precies? Wat kun je er tegen doen? Is het überhaupt wel te voorkomen? En wat als je het al hebt?

Ontstaan van striae
Tijdens de zwangerschap begint je buik (en je borsten trouwens ook!) snel te groeien. Je huid moet flink meegroeien wil hij het tempo van je buik bij kunnen houden. Door deze snelle groei kunnen er scheurtjes ontstaan in het onderhuids bindweefsel. Deze scheurtjes zijn rood of paars gekleurd en noemen we striae. (KNOV, s.a.a; Mens en gezondheid, 2014a).

Wie krijgt striae?
Ongeveer 90% van alle zwangere vrouwen ontwikkelt striae. De kans is zelfs nog groter als je moeder tijdens haar zwangerschap(pen) ook striae heeft ontwikkelt. Het ontstaan van striae is dus enigszins erfelijk bepaald. (Krieger, 2013).

Wat kun je er tegen doen?
Het voorkomen van striae is eigenlijk niet mogelijk, dit ook omdat het regelmatig erfelijk bepaald is. Al die crèmes die zichzelf verkopen als anti-striae crème zijn dus complete onzin. Het is namelijk niet bewezen dat crèmes striae kunnen voorkomen. (Krieger, 2013).

Je kunt de striae dus niet voorkomen, maar je kunt wel proberen om de schade zoveel mogelijk te beperken door je huid in goede conditie te houden. Zo zou je mogelijkerwijs het aantal striemen bijvoorbeeld kunnen beperken. Dit kun je doen door voldoende water te drinken, een goed ondersteunende bh te dragen, niet meer aan te komen dan nodig is, je huid soepel te houden door te smeren met crèmes (een goedkope, hydraterende bodylotion is prima!) en aan lichaamsbeweging te doen, maar als je dit allemaal doet, wil dit dus zeker niet zeggen dat je geen striae ontwikkelt! (Mens en gezondheid, 2014b; Krieger, 2013; KNOV, s.a.b).

Wat als er al striae is ontstaan?
Als je eenmaal striae ontwikkelt hebt, jeukt dit vaak erg. Hierbij kan het helpen om de striemen af te spoelen met koud water en om de huid goed in te smeren met crème. (Krieger, 2013).

Helaas zullen de striemen nooit verdwijnen. Ze worden naarmate de tijd verstrijkt wel lichter van kleur. Veel vrouwen vinden het moeilijk om na het ontstaan van striae hun lichaam nog mooi te vinden of om deze te accepteren. Dit is natuurlijk nergens voor nodig, jouw lichaam heeft een prachtig kindje gedragen! Gelukkig hebben we nog altijd de Amerikanen die een prachtige quote hiervoor gevonden hebben: “Your body is not ruined, you’re a goddamn tiger who earned her stripes!”

Tomfreakz @Flickr2
Tomfreakz @Flickr

Bronnen
KNOV (s.a.a)
Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://www.deverloskundige.nl/zwangerschap/subtekstpagina/205/striae/

KNOV (s.a.b)
Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://www.deverloskundige.nl/zwangerschap/zwangerschaps-kalender/17

Krieger, E.B. (2013) The Truth About Pregnancy Stretch Marks. Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://www.webmd.com/baby/features/stretch-marks

Mens en gezondheid (2014a)
Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/beauty/92960-striae-ontstaan-behandelen-en-voorkomen.html

Mens en gezondheid, 2014b)
Gevonden op het internet op 17 november 2014 via http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/zwangerschap/111156-zwangerschapsstriemen-striemen-voorkomen-enkele-tips.html

GBS, iedere zwangere screenen of toch maar niet?

Groep-B-streptokokken (GBS) is een bacterie die voorkomt in de normale vaginale flora van de vrouw, maar deze bacterie kan bij kinderen een ernstige infectie veroorzaken, doordat deze bacterie soms wordt overgedragen op de baby tijdens de bevalling. Een vroege infectie ontstaat in de eerste levensweek, terwijl een late infectie pas na de eerste levensweek ontstaat. Deze infectie kan zorgen voor blindheid, doofheid, neurologische problemen en zelfs overlijden van de pasgeborene. (Redig, 2013). Maar is dit een reden om iedereen te screenen of kunnen we dat beter niet doen?

Niet elke vrouw draagt GBS bij zich. Bij ongeveer 1/5 vrouwen bevindt zich GBS in de vaginale flora. Wanneer een vrouw GBS bij zich draagt, is er 50% kans dat het kind besmet wordt met GBS tijdens de bevalling (Redig, 2013). Dit wil nog niet zeggen dat het kindje uiteindelijk ook ziek wordt. Ongeveer 1% van de kindjes die besmet werden met GBS, ontwikkelt uiteindelijk een infectie. Dit houdt in dat ongeveer 2 op de 1000 pasgeborenen GBS ontwikkelt. (NVOG, 2008).

In Nederland wordt er niet standaard gescreend op GBS, maar enkel wanneer er sprake is van een risicofactor. De risicofactoren hiervoor zijn een vroeggeboorte (voor de 37ste zwangerschapsweek), een eerder kindje gehad met een GBS-infectie, koorts tijdens de bevalling, langdurig gebroken vliezen (>18 uur) of een urineweginfectie met GBS (wanneer GBS in de urineleider komt, kan dit een urineweginfectie veroorzaken en dit kan ontdekt worden in het laboratorium wanneer er urine ingeleverd wordt voor een kweek). (NVOG, 2008). Wanneer een vrouw een risicofactor heeft zal deze sowieso antibiotica toegediend krijgen tijdens de bevalling.

In België wordt er wel standaard gescreend naar GBS. Dit heeft geleid tot een sterkte daling van het aantal pasgeborenen met een GBS infectie. Toch worden er nog altijd vrouwen gemist in België tijdens deze screening. Dit komt omdat GBS niet continue aanwezig is in de vaginale flora van de vrouw tijdens de zwangerschap. Vrouwen worden gescreend tussen de 35ste en de 37ste zwangerschapsweek. Hiervoor wordt er met een wattenstaafje een wisser afgenomen vanuit de vagina en het rectum. Als op dat moment er geen GBS aanwezig is, wordt je als negatief (zonder GBS) bestempeld, maar dat wil niet zeggen dat je tijdens de bevalling nog altijd geen GBS bij je draagt. Tevens worden er nog altijd te veel mensen als positief bestempelt. Zij hadden tussen de 35ste en 37ste week GBS in hun flora, maar tijdens de bevalling  niet meer. Als je als positief bestempeld wordt, krijg je preventief antibiotica toegediend. (Redig, 2013). Van alle vrouwen met een positieve screening tijdens de zwangerschap, bleek uiteindelijk 30% negatief te zijn tijdens de bevalling. Al deze vrouwen kregen dus onnodig antibiotica tijdens de bevalling. (McNanley, Glantz, Hardy & Vicino, 2007).

Antibiotica geven is niet meer zonder risico. Er is steeds meer sprake van een toenemende antibioticaresistentie. Persoonlijk denk ik dan ook dat het Nederlandse systeem beter is dan het Belgische systeem. Ik ben er namelijk van overtuigd dat ouders thuis prima in staat zijn om te letten op de signalen van hun kind. Zij zullen snel merken wanneer er iets veranderd, zoals bijvoorbeeld dat hun kindje suf wordt of koorts ontwikkelt. Er zijn nog altijd maar weinig kinderen die uiteindelijk een GBS infectie ontwikkelen en oplettende ouders zullen dus snel merken als er iets aan de hand is met hun kind. Ik vind dat de toenemende antibioticaresistentie dan ook harder weegt als het dalen van het aantal kinderen met een GBS infectie (aangezien het er eigenlijk al maar zeer weinig zijn). Zolang er dus nog geen andere manier is om GBS te lijf te gaan dan antibiotica, zou ik dit systeem aanhouden.

Voor alle vrouwen in België: Je bent niet verplicht om je te laten screenen op GBS, maar als je je niet laat screenen en je wilt bevallen in het ziekenhuis krijg je standaard antibiotica toegediend. Als je dus van plan bent om in het ziekenhuis te bevallen kun je je beter wel laat screenen, aangezien je 4/5 kans heb dat je dan geen antibiotica zult krijgen. Als je van plan bent om thuis te bevallen kun je dit afwegen. Je hoeft je dan niet te laten screenen, maar moet je dan alsnog naar het ziekenhuis toe, reken er dan wel op dat je standaard een infuus met antibiotica zult krijgen.

Gram-positive bacteria @wikipedia
Gram-positive bacteria @wikipedia

Bronnen
McNanley, A., Glantz, C., Hardy, D., & Vicino, D. (2007). The effect of intrapartum penicillin on vaginal group B streptococcus colony counts. American Journal of Obstetrics & Gynecology. 583.

NVOG (2008)
Gevonden op het internet op 13 november 2014 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=26969&richtlijn_id=827

Redig, A. (2013). Intrapartum antibioticaprofylaxis als gouden standaard of zijn er alternatieven? Het huidige GBS-beleid herbekeken. Tijdschrift voor vroedvrouwen, (19)5. 286-295.