De kinkhoestvaccinatie

Kortgeleden veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie. De gezondheidsraad adviseert al 2 jaar om alle zwangeren in te enten tegen kinkhoest, maar de Staatssecretaris van Volksgezondheid heeft nog geen besluit genomen. Hier komt hij deze zomer op terug. Wat zijn nu de feiten en de fabels?

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest wordt gekenmerkt door hevige hoestbuien die wel 3 à 4 maanden kunnen aanhouden. De beginfase ziet er vaak uit als een simpele verkoudheid met soms wat koorts. Daarna volgt er een flinke hoest. Het hoesten kan zo hevig zijn dat je er zelfs van moet overgeven. De ziekte staat ook wel bekend als de 100-dagen hoest. Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie die verspreid wordt door de lucht. De incubatietijd is 1-3 weken.

Volwassenen en oudere kinderen maken vaak een lichtere variant door van kinkhoest, maar kinkhoest kan bij mensen met een zeer lage weerstand of bij pasgeboren baby’s die hier nog niet voor ingeënt zijn ernstig verlopen. Symptomen bij een baby kunnen minder duidelijk zijn. Een baby hoest vaak niet, maar stopt regelmatig even met ademhalen. Tevens kan het voorkomen dat het kindje blauw verkleurt.

Kinkhoest bij een baby kan er voor zorgen dat er een longontsteking ontstaat. Een hevige longontsteking kan zorgen voor ademnood. Hierdoor kan er hersenschade ontstaan doordat diegene te weinig zuurstof krijgt, tevens kan een kindje in zeldzame gevallen ook een hersenbloeding krijgen. Ook kan kinkhoest in hele ernstige gevallen zorgen voor overlijden. (RIVM, 2016, Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

Genezing

Kinderen die worden opgenomen in het ziekenhuis krijgen voornamelijk ondersteuning om door het ziekteproces heen te komen. Kinkhoest kan behandeld worden met antibiotica, maar tegen de tijd dat duidelijk is dat het gaat om kinkhoest, is de bacterie vaak al uit het lichaam verdwenen, waardoor behandeling met antibiotica zinloos is. (Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

De cijfers

Jaarlijks wordt er zo’n 4000 tot 10.000 keer een melding gemaakt van kinkhoest. De werkelijke cijfers zijn giswerk, want niet iedereen meldt zich bij een dokter met kinkhoest, zeker omdat het bij volwassenen vaak mild verloopt. Elk jaar zijn er zo’n 170 baby’s met kinkhoest. Hiervan worden ongeveer 120 baby’s opgenomen in het ziekenhuis, zo’n 70% dus. Tussen 2005 en 2014 zijn er 5 baby’s overleden aan kinkhoest.

Voordat we met het Rijksvaccinatieprogramma zijn begonnen stierven er ieder jaar zo’n 200 kinderen aan kinkhoest. Sinds 20 jaar lijkt kinkhoest in episodes weer vaker voor te komen dan daarvoor, waarschijnlijk doordat de ziekte gemuteerd is en hierdoor is het vaccin minder effectief. In 2005 is er een ander vaccin geïntroduceerd, maar deze heeft nog niet tot afname van de epidemieën geleid. (RIVM, 2016; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; Gezondheidsraad, 2015)

Vaccinatieprogramma

Normaal gezien krijgt een kindje, indien je kiest voor het Rijksvaccinatieprogramma, de eerste vaccinatie tegen kinkhoest rond 6 weken. Hierna volgen er nog 3 in het eerste jaar en nog 1 tje wanneer ze 4 jaar zijn. Pas na de 3e vaccinatie is je kindje optimaal beschermd tegen kinkhoest. De vaccinaties die daarop volgen zijn om ervoor te zorgen dat je kindje langer beschermd is. (RIVM, 2016)

Een vaccin geeft geen levenslange immuniteit. Ook het doormaken van kinkhoest geeft geen levenslange immuniteit. Om goed beschermd te blijven tegen kinkhoest zijn herhalingsvaccins nodig.

Kinkhoestvaccinatie tijdens zwangerschap

De gezondheidsraad heeft de afgelopen jaren gekeken hoe we het kinkhoestcijfer omlaag kunnen krijgen. Op die manier kwam de kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap om de hoek kijken. (Gezondheidsraad, 2015)

Op dit moment wordt er gewoon nog gekozen voor het landelijke Rijksvaccinatieprogramma, echter sinds enkele jaren is zichtbaar dat de huidige vaccins minder goed werken. Hierdoor komen er keer op keer epidemieën van kinkhoest naar voren. Kinkhoest is de afgelopen jaren gemuteerd, waardoor het huidige vaccin onvoldoende effectief is. Hierdoor is het aantal gevallen van kinkhoest de afgelopen 20 jaar toe genomen ten opzichte van de jaren daarvoor en automatisch zijn er dan ook meer baby’s met kinkhoest, aangezien zij nu eenmaal (nog) onvoldoende beschermd zijn. (Gezondheidsraad, 2015; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; RTL Nieuws, 2014)

De gezondheidsraad is daarom op zoek naar een manier om toch baby’s extra te beschermen en stuitte zo op het vaccineren van zwangere vrouwen.

Wanneer je een zwangere vrouw tussen de 28 en 32 weken zou inenten tegen kinkhoest, gaat ze in de meeste gevallen antistoffen tegen kinkhoest aanmaken. Deze antistoffen komen via de placenta bij het kindje terecht. Op deze manier krijgt het kindje toch al bescherming mee, voordat het mogelijk zelf gevaccineerd wordt en de weerstand toeneemt. Hierdoor worden ze minder snel ziek en mochten ze toch ziek worden, verloopt het minder ernstig.

Volgens onderzoek uit Engeland is de effectiviteit van het vaccin 91%. In de groep waarbij vrouwen tijdens de zwangerschap werden ingeënt, werden er 91% minder baby’s ziek door kinkhoest. (RIVM, 2016)

Geen los vaccin

Er bestaat geen los kinkhoest vaccin. Wanneer je je dus voor kinkhoest wilt laten inenten, wordt je automatisch ook ingeënt voor difterie en tetanus. In sommige gevallen ook voor polio. (Medisch contact, 2017)

Aluminium
In het vaccin zit aluminium, o.a.: aluminiumhydroxide en aluminiumfosfaat. Dit zijn hulpstoffen die aan het vaccin zijn toegevoegd om er voor te zorgen dat dit gemakkelijker bij ons afweersysteem komt. Dit gebeurt al zo’n 80 jaar. Aluminium in vaccins is onderzocht, echter niet op zwangere vrouwen.

Het gaat om maximaal 0,5 mg. In ons eten, water en in de lucht komt van nature al aluminium voor, wat er voor zorgt dat wij als volwassenen zo’n 5-10 mg aluminium per dag binnen krijgen. Het is dus niet meer dan we gebruikelijk binnen krijgen. Ook baby’s krijgen aluminium binnen in kleine hoeveelheden door de navelstreng, in de borstvoeding en in de kunstvoeding. (RIVM, 2016)

De cijfers

Nu, zonder de vaccinatie tijdens de zwangerschap, zijn er zo’n 120 opnames van zuigelingen per jaar. De verwachting van de Gezondheidsraad is dat dit, met vaccin, zal afnemen naar +/- 26 opnames per jaar. Tevens zou hierdoor de sterfte, ook al is deze al gering (5 in 9 jaar), nog verder terug gedrongen kunnen worden. (Gezondheidsraad, 2015)

Wanneer vaccineren?

Vanaf de 28ste zwangerschapsweek en het liefst voor de 38ste zwangerschapsweek. (NHG, 2015)

Waar wordt dit al gedaan?

In een aantal landen worden zwangere vrouwen al geadviseerd zich te laten vaccineren met het kinkhoest vaccin, zoals in België, Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Spanje en delen van Australië.

Is dit vaccin veilig?

Het vaccin is een geïnactiveerd, ofwel dood, vaccin. Uit onderzoek dat in het Verenigd Koninkrijk is verricht onder 20.000 vrouwen komen geen extra zwangerschapsrisico’s naar voren, zoals een laag geboortegewicht, vroeggeboorte en doodgeboorte. (NHG, 2015)

Uit Amerikaans onderzoek werden ook geen risico’s gevonden op zwangerschapscomplicaties. Dit onderzoek is uitgevoerd onder 120.000 vrouwen. Wel werd er mogelijk een verhoogd risico op een chorioamnionitis (ontstoken vliezen) gevonden (5,6 vs. 6,1%), maar er werden niet meer vroeggeboortes gevonden, terwijl dit het risico is bij ontstoken vliezen.

Bijwerkingen (Lareb, s.a.)

De mogelijke bijwerkingen die op dit moment bekend zijn:

Soms (10-30 op 100)

– Pijn op injectieplaats
– Stijve arm
– Vermoeidheid

– Koorts
– Minder zin in eten
– Griepachtige verschijnselen

Zelden (1-10 op 100)

– Flauwvallen
– Huiduitslag
– Gezwollen lymfeklieren

Zeer zelden (Minder dan 1 op 100)

– Stuipen
– Huilerigheid
– Blauw/rode verkleuring
– Overgevoeligheid

Lange termijn effecten
Hoewel RIVM en de Gezondheidsraad aangeven dat ze verwachten dat er ook op lange termijn geen negatieve effecten van de kinkhoest vaccinatie zichtbaar zullen worden, wordt pas sinds 2011 in de VS (de eerste die dit invoerden) structureel dit vaccin aangeboden, dus zijn er nog weinig tot geen studies over de effecten op lange termijn.

Andere methodes

De gezondheidsraad heeft ook andere methodes bekeken, zoals eerder vaccineren, antistoffen toedienen aan de pasgeborene en vaccinatie voor de zwangerschap, echter is voor deze methodes onvoldoende wetenschappelijk bewijs. (Gezondheidsraad, 2015)

Wel is het belangrijk om kinkhoest tijdig te herkennen, zodat er snel gestart kan worden met een eventuele behandeling. Tevens zijn de standaard hygiëne maatregelen heel belangrijk, zoals goed je handen wassen en niet hoesten nabij je kindje, om zo besmetting kansen te verkleinen.

Hoe kan ik dit vaccin krijgen?

Op dit moment wordt deze vaccinatie nog niet standaard geadviseerd aan zwangeren, aangezien de Staatssecretaris van Volksgezondheid zich nog over dit vraagstuk aan het buigen is. De vaccinatie wordt ook nog niet vergoed, maar kun je wel op eigen kosten (+/- 30 euro) door de GGD laten plaatsen. (GGD Amsterdam, 2018)

Conclusie

Eigenlijk is het dus niets nieuws. We weten al enkele jaren dat kinkhoest aan het muteren is, waardoor het standaard vaccinatieprogramma minder dekkend is dan 20 jaar geleden. Om toch baby’s extra te kunnen beschermen, wordt er nu geadviseerd om zwangere vrouwen te vaccineren tijdens de zwangerschap. Op korte termijn worden er geen negatieve gezondheidsrisico’s gevonden, echter op lange termijn zijn er nog weinig tot geen onderzoeken. 
Informeer goed, weeg de voor- en nadelen tegen elkaar af en maak een geïnformeerde keuze.

baby-was-receiving-his-scheduled-vaccine-injection-in-his-right-thigh-muscle-ie-intramuscular-injection-725x490
Bron: pixnio

Bronnen

Gezondheidsraad (2015)
Gevonden via het internet op 27 maart 2018 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/ files/samenvatting_201529_vaccinatie_tegen_kinkhoest_doel_en_strategie.pdf

GGD Amsterdam (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via http://www.ggd.amsterdam.nl/infectieziekten/ reizigersvaccinatie/kinkhoestvaccinatie/

Medisch contact (2017)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste- nieuws/artikel/maternale-kinkhoestvaccinatie-kan-al-voor-landelijke-invoering.htm

NHG (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.nhg.org/actueel/nieuws/advies- gezondheidsraad-kinkhoestvaccinatie-bij-zwangeren

Lareb (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via wwww.lareb.nl

Rijksvaccinatieprogramma (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://rijksvaccinatieprogramma.nl/ infectieziekten/kinkhoest

RIVM (2016)
Gevonden op het internet op 23 maart 2018 via https://www.rivm.nl/Onderwerpen/V/ vaccinaties_op_maat/Kinkhoestvaccinatie_voor_zwangere_vrouwen#watishet

RTL Nieuws (2014)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/ vaccin-tegen-kinkhoest-werkt-niet-goed-genoeg

Advertenties

Inbakeren

/

Vroeger werd het heel veel gebruikt: inbakeren. Tegenwoordig zien we het ook nog regelmatig voorbij komen, vooral bij baby’s die veel huilen of onrustig zijn. Maar wat is inbakeren eigenlijk? Hoe werkt het? Wanneer gebruik je het? Zijn er nadelen? Je leest het hieronder.

Van oorsprong
Tot eind 18e eeuw werd inbakeren veel toegepast. Het kindje werd volledig ingepakt in linnen doeken en zwachtels. Dit werd gedaan door een vroedvrouw of door een baker, een wijze vrouw die we nu zouden omschrijven als een kraamverzorgende. Vroeger werden de kindjes ingebakerd met het idee dat het kindje hierdoor kon genezen van kneuzingen opgelopen tijdens de geboorte en om ervoor te zorgen dat het kindje later een rechte rug, rechte benen en stevige schouders zou krijgen. Tevens zou het helpen om een navelbreuk te voorkomen, althans dat is wat er toen gedacht werd. Kindjes werden tot 3 maanden volledig ingebakerd, daarna werden de armen vrijgelaten. Na een half jaar werd het kindje niet meer ingebakerd.
Na de 18e eeuw werd er ontdekt dat inbakeren een kindje in de groei kan belemmeren en werd het niet meer gebruikt. Ongeveer 20 jaar geleden werd het inbakeren herontdekt voor kindjes die onrustig zijn en slecht slapen. (Inbakeren, s.a.)

Wat is inbakeren?
Inbakeren houdt in dat je je kindje wikkelt in een doek, strak ter hoogte van de armen en los ter hoogte van de benen. Hierbij kan het kindje zijn armen niet bewegen. Hierdoor wordt het kindje beperkt in zijn bewegingen, waardoor het zich makkelijker zou kunnen overgeven aan de slaap. (MC Zuiderzee, s.a.; Inbakeren, s.a.; Veiligheid, s.a.)

Wetenschappelijk onderzoek
In tussentijd is er al regelmatig onderzoek gedaan naar inbakeren.

Onrustige baby’s
Mogelijk zou inbakeren wat kunnen betekenen wanneer een kindje overmatig huilt. Vaak is bij kinderen die heel onrustig zijn rust en regelmaat en dus prikkelvermindering al voldoende, maar kinderen die echt overmatig huilen kunnen baat hebben bij inbakeren, bijvoorbeeld wanneer ouders het moeilijk vinden om rust en regelmaat toe te passen. Echter kleven er wel risico’s aan inbakeren, dus zijn andere manieren die eerder te overwegen zijn, zoals nabijheid van ouders.
(Jansen & Maaskant, 2009; NCJ, 2013, NCJ, 2013b)

Wiegendood
Inbakeren wordt in verband gebracht met een risico op wiegendood. De kans op wiegendood neemt toe wanneer een kindje ingebakerd is en op zijn buik gelegd wordt of zelf op zijn buik draait. (NCJ, 2013, Healthy Children, 2017) Daarom is het zeer belangrijk om een ingebakerd kindje altijd op de rug te leggen en het inbakeren af te bouwen voordat het kindje zichzelf gaat omrollen. Mogelijk kan inbakeren wel beschermend werken voor wiegendood wanneer het kindje ingebakerd om de rug ligt en zichzelf nog niet kan omdraaien, echter hier is nog extra onderzoek voor nodig. (NCJ, 2013)

Indicaties
Een indicatie voor het gebruik van inbakeren zou dus kunnen zijn wanneer een kindje extreem overprikkeld en onrustig is en/of overmatig huilt en een aanwijsbare medische oorzaak is uitgesloten. (MC Zuiderzee, s.a.)

Risico’s
Aan inbakeren kleven risico’s.

Warmtestuwing
Een kind dat ingebakerd ligt kan zijn warmte minder goed kwijt. Het is dus niet verstandig om inbakeren toe te passen bij een kind met koorts of in een situatie waar overmatige warmte te verwachten is (tropische temperaturen of na een vaccinatie).
Tevens kan een kindje dat ingebakerd is de deken niet wegduwen, aangezien de armen en benen ingepakt zijn, dus een deken gebruiken is zeer onverstandig. (NCJ, 2013)

Heupontwikkeling
Voor de heupontwikkeling is het belangrijk dat de benen van het kindje voldoende ruimte hebben om te bewegen en te spreiden. En te strak aangebrachte inbakerde kan er voor zorgen dat de heupen niet meer vrij kunnen bewegen en hierdoor kan er een heupafwijking gevormd worden of verergeren. (NCJ, 2013; Healthy Children, 2017)

Wiegendood
Ook is er dus een kans op wiegendood wanneer je een kindje ingebakerd op de buik legt of wanneer het kindje dat wordt ingebakerd al in staat is zichzelf om te draaien. (NCJ, 2013; Healthy Children, 2017)

Contra-indicaties (NCJ, 2013)
– Koorts
– De eerste uren na een vaccinatie (24 uur)
– Mogelijke heupdysplasie of al aangetoonde heupdysplasie
– Ernstige luchtweginfecties
– Blijvende zuigelingenscoliose. Dit wil zeggen dat de scoliose aanwezig blijft, ook wanneer de wervelkolom zich passief beweegt.

Preventie
Om de risico’s te verkleinen is het belangrijk dat je je kindje enkel inbakert wanneer dit de enige overgebleven optie is en wanneer een medische oorzaak voor excessief huilen of onrustigheid is uitgesloten. In de meeste gevallen kun je een kindje dat veel huilt of erg onrustig is ook op andere manieren rustig krijgen, bijvoorbeeld door veel nabijheid, het dragen van je kindje en de vermindering van prikkels. Rust en regelmaat en dus de reductie van prikkels is al bewezen nuttig. Het dragen van een kindjes die excessief huilen is nog niet goed wetenschappelijk onderzocht om te kunnen vast stellen of ook dit er werkelijk voor zorgt dat er minder kindjes excessief huilen, echter is het heel natuurlijk om een kindje dat huilt op te pakken, dus kunnen we hier wel enigszins vanuit gaan. (NCJ, 2013b)
Pas wanneer er echt geen oplossing is, zou ik inbakeren overwegen. Daarbij is het wel belangrijk om inbakeren te zien als een tijdelijk hulpmiddel en niet als een permanente oplossing.

Wanneer je er dan voor kiest om je kindje in te bakeren is het belangrijk om dit goed te doen. Hierbij kun je je het beste laten adviseren door een arts of een verpleegkundige van het consultatiebureau, die geschoold zijn in het assisteren bij inbakeren. Het is ook belangrijk om je kindje vooraf na te laten kijken door een arts om contra-indicaties, bijvoorbeeld afwijkende heupontwikkeling uit te sluiten. (NCJ, 2013)

Belangrijk is om inbakeren op tijd af te bouwen, aangezien het dus mogelijk een verhoogd risico op wiegendood met zich meebrengt wanneer het kindje kan omrollen. Vanaf 6 maanden is inbakeren niet meer geschikt. (NCJ, 2013)

Conclusie
Inbakeren is iets wat je bij een gezonde zuigeling, wanneer het niet nodig is, beter kunt vervangen door een andere methode om wille van de risico’s. Echter kan het wel een hulpmiddel zijn bij kinderen die excessief huilen, waarbij een andere medische oorzaak is uitgesloten. Hierbij is het belangrijk om inbakeren te zien als laatste, tijdelijk, hulpmiddel en niet als een oplossing. Belangrijk is om rekening te houden met de risico’s die vastkleven aan inbakeren en je altijd goed te laten informeren voordat je hier aan begint.

Inbakeren
Bron: Shegingerly @Flickr

Bronnen

Healthy Children (2017)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.healthychildren.org/English/ages-stages/baby/diapers-clothing/Pages/Swaddling-Is-it-Safe.aspx

Inbakeren (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via http://www.inbakeren.nl/inbakeren/wat-is-inbakeren/

Jansen, M., & Maaskant, J. (2009) Inbakeren van huilbaby’s: helpt dat? Nursing. Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.nursing.nl/verpleegkundigen/achtergrond/2009/12/inbakeren-van-huilbabyas-helpt-dat-nurs005513w/

MC Zuiderzee (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.mczuiderzee.com/kinderen/ouders-algemeen/aandoeningen/huilbaby/inbakeren

NCJ (2013)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=815

NCJ (2013b)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=813

Veiligheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed-voor-kinderen/inbakeren

Kruiken

In veel gevallen zie ik dat er in de kraamweek snel wordt afgezien van het gebruik van kruiken. Immers het kindje groeit en het kan zijn temperatuur mooi stabiel houden. Maar dan zien we ineens dat het kindje stagneert in groei of zelfs terug afvalt. Daarbij blijft wel zijn temperatuur mooi. Hoe komt dit? Hoe kan een kruik hierbij helpen? Hoe gebruik je een kruik? En wat voor soorten kruiken zijn er eigenlijk?

Temperatuurregulatie
Een pasgeborene vindt het moeilijk om zijn eigen lichaamstemperatuur mooi op peil te houden in de eerste periode na zijn geboorte. Dit komt omdat er nog weinig vet aanwezig is als isolatie en het kindje tevens een groot lichaamsoppervlakte heeft als je dit vergelijkt met de lichaamsmassa. Hierdoor koelt het kindje sneller af. (Reinke, 2011) Wanneer de omgeving niet stabiel is in temperatuur, zal het kindje toch proberen om zijn lichaamstemperatuur zelf stabiel te houden, waardoor zijn stofwisseling zal toenemen en daarmee dus ook het energieverbruik. Dit zorgt er voor dat het kindje minder energie over heeft om te drinken en te groeien. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003) Des te belangrijker dat wij, zeker in de kwetsbare periode van de kraamweek, er voor zorgen dat de omgevingstemperatuur zo stabiel mogelijk is, waardoor het kindje geen energie hoeft te verspillen aan het op peil houden van zijn/haar lichaamstemperatuur.

Hoe gebruik je een kruik?
In de eerste periode na de geboorte is een kruik heel belangrijk. De kruik zorgt er voor dat de temperatuur rondom de baby voldoende warm is, waardoor de lichaamstemperatuur van het kindje mooi stabiel blijft, zonder dat het kindje hier energie voor hoeft te gebruiken. Een voordeel dus van de kruik! Toch is het belangrijk voorzichtig om te gaan met een kruik, want er zijn ook risico’s verbonden aan het gebruik.

Risico’s
1. Brandwonden. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een hete kruik, is er kans op de ontwikkeling van brandwonden. Dit ontstaat niet enkel bij direct contact tussen de huid en de kruik, maar bijvoorbeeld ook als er een erg hete kruik vlakbij het kindje ligt, zonder direct contact. Ook kunnen er brandwonden ontstaan wanneer een kruik lekt. Daarom is het heel belangrijk om de kruiken regelmatig te controleren, gebruik te maken van een kruikenhoes en de kruik op voldoende afstand van het kindje te leggen met de dop naar het voeteneind. (Vet, Canninga-van Dijk & de Waal, 2009)
2. Oververhitting. De meest voorkomende oorzaak van een te hoge temperatuur bij een pasgeborene is een verhoogde omgevingstemperatuur. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003). Het kan voorkomen dat wanneer een kindje al goed in staat is om zijn temperatuur stabiel te houden, zonder veel gebruik van energie, dat kruiken er bijvoorbeeld voor zorgen dat de temperatuur van het kindje boven de 37,5 uit komt. Wanneer een kindje en te hoge temperatuur heeft, is het altijd goed om kritisch te kijken naar de omgeving van het kindje en in eerste instantie daarin iets te veranderen: 1 kruik in plaats van 2, muts af, extra wollen deken weg, etc. Belangrijk is dus om regelmatig de temperatuur van het kindje te blijven controleren om daarop in te kunnen spelen.

Gebruik (Veiligheid, s.a.)
1. Gebruik een kruikenzak (bij elke soort kruik)
2. Leg de kruik op de deken, met een handbreedte afstand van je kindje.
3. Leg de kruik met de dop naar het voeteneind.
4. Controleer de kruik voor elk gebruik op eventueel lekken. Controleer hierbij goed de dop.
5. Gebruik in principe heet water uit de kraan. Gebruik enkel kokend water op advies van kraamverzorgster/verloskundige/arts.

Welke soorten kruiken zijn er? (Veiligheid, s.a.; Baby op komst, s.a.)

Heetwater (metalen) kruik
Deze kruiken zijn het meest verkrijgbaar in metaal, maar soms ook in kunststof. Dit is de vorm van kruik die het langste warm blijft. Meestal blijft deze warm genoeg om hem slechts 1 keer per nacht te hoeven verversen. De dop is in de vorm van een schroefdop met een rubberen afsluitplaatje.

Belangrijk bij deze kruik is om zeer regelmatig de dop te controleren. De rubberen plaatjes kunnen verslijten en hierdoor lekken mogelijk maken. Je kunt bij verschillende baby winkels nieuwe doppen kopen. Tevens kunnen deze kruiken gaan roesten. Door de roest kan er een gat in de kruik komen wat ook kan zorgen voor een lek. Controleer deze kruik dus goed voor gebruik!

Gebruik: Vul de kruik in de gootsteen. Vul de kruik tot aan de rand. Draai de dop goed dicht en controleer op lekken. Doe een kruikenzak om de kruik heen. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje met de dop naar beneden.

Kersenpit
De kersenpit kun je niet gebruiken bij je kindje. Het is namelijk wel eens voorgekomen dat kersenpitten spontaan ontvlammen.
Je kunt de kersenpit wel gebruiken om het bedje voor te verwarmen.
De zak met kersenpitten warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor het belangrijk is om na het verwarmen de kersenpitten wat te schudden, waardoor de warmte gelijkmatig verdeeld.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Verwarm de kersenpit in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Gebruik een kruikenzak.

Elektrische kruik
De elektrische kruiken zijn in opkomst. De meeste kraamverzorgster zullen nog wat afhoudend zijn voor het gebruik van deze kruiken, omdat ze nog zo nieuw zijn. Deze kruiken koelen sneller af dan de metalen kruiken. Het duurt gemiddeld 10 minuten voordat de kruik opnieuw op temperatuur is. Voordeel: de kruik kan niet lekken.

Bij deze kruiken is het belangrijk om de kruiken op te warmen op een vuurvaste stabiele ondergrond. Tevens is het belangrijk om in de gaten te houden of de kruik vanzelf uit gaat wanneer de juiste temperatuur is bereikt.

Gebruik: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing. Warm de kruik op volgens de gebruiksaanwijzing. Haal de stekker uit het stopcontact. Plaats de kruik in een kruikenzak. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje.

Gelkruik
De gelkruik warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor er koude en hete plekken ontstaan in de kruik, het is dus belangrijk om de kruik te kneden na het opwarmen, zodat de warme gelijkmatig verdeeld wordt. Deze kruiken blijven maar kortdurend warm en zijn daardoor niet geschikt om te gebruiken bij je kindje. Wel kun je hem gebruiken om het bedje voor te verwarmen.

Controleer de kruik regelmatig, want in de gel kunnen barsten ontstaan. Dit zou er voor kunnen zorgen dat de kruik lekt.

Gebruik: Warm de kruik op in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Kneed de gel, zodat de warmte goed verdeeld wordt over de gehele kruik. Plaats de kruik in een kruikenzak.

Rubberen kruik
Een rubberen zak, die je kunt vullen met warm water. Dit soort kruiken zijn niet geschikt voor pasgeborene, omdat hier een groot risico op lekkage aan zit en daarmee dus verbranding van de pasgeborene. Je kunt de kruik wel gebruiken om het bedje te verwarmen.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Vul de rubberen kruik met warm water. Controleer de kruik op lekken. Gebruik een kruikenzak.

Conclusie
Een kindje is in de eerste periode van zijn/haar leven nog niet in staat om zijn/haar temperatuur stabiel te houden zonder veel onnodige energie te gebruiken. Hierdoor kunnen kruiken nuttig zijn om je kindje te helpen zijn/haar temperatuur stabiel te houden. Er zijn heel veel verschillende kruiken. Belangrijk is om voorzichtig om te gaan met kruiken en ze regelmatig te controleren.

PublicDomainPictures @Pixabay
Bron: pixabay

Bronnen
Baby op komst (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.babyopkomst.nl/babyuitzet/kruiken/

Kraamzorggroep (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.kraamzorgmetpassie.nl/wp-content/uploads/2017/01/borstvoedingsbeleid-de-kraamzorggroep-2015.docx

Moore, M.L., Kollee, L.A.A., & Vrancken, S.L.A.G. (2003) Perinatologie: leerboek neonatologie en verloskunde voor verpleegkundige. Bohn Stafleu van Loghum, 156-162.

Reinke, X. (2011) Kraamzorg. Bohn Stafleu van Loghum, 96.

Veiligheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed-voor-kinderen/kruik?gclid=CjwKCAjw8OLGBRAkEiwAj-AR64tXWw9pIJUGLmtUINVmeOHyQprBDIFBdhpU48QXppcs4wtD7QZh_xoC-BIQAvD_BwE

Vet, N.J., Canninga-van Dijk, M.R., & de Waal, W.J. (2009) Brandwonden bij pasgeborenen door warme kruiken. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, (153).

 

Een baby & warm weer

We kunnen er niet aan voorbij. Ook in Nederland is er nu echt sprake van tropische temperaturen! Hoe kun je met dit warme weer het beste rekening houden met je (pasgeboren) baby’tje?

Voeding

Borstvoeding (Kleintjes, s.a.; La Leche League, s.a.; Prolacta, s.a.)
Voed ook op deze warme dagen je kindje op verzoek. Door dit warme weer heeft je kindje meer behoefte aan borstvoeding en zal zich dan ook vaker melden. Doet je kindje dit niet, dan is het belangrijk om zelf te zorgen voor wat extra voedingsmomenten. Het is belangrijk om je kindje (onder de 6 maanden) geen water bij te geven. In water zitten niet de voedingstoffen die het kindje nodig heeft en door het water zal het kindje sneller vol zitten en minder om borstvoeding vragen. Het is juist belangrijk om je kindje frequent te voeden, zodat het voldoende voedingstoffen en voldoende vocht binnen krijgt. Als je kindje dorst heeft, zal het gewoon om een slokje borstvoeding vragen. Zorg er wel voor dat je zelf extra water drinkt!

Kunstvoeding
Bij kunstvoeding mag je de voeding eventueel aanvullen met wat extra water (5-10cc). Je kunt dit buiten de voedingen om extra aanbieden, maar je kunt ook per voeding wat meer water in de fles doen. Let wel op dat je kindje de melkvoedingen wel blijft innemen. Mocht je kindje door het extra water minder melkvoeding gaan drinken, is het verstandig om je kindje gewoon wat extra melkvoeding aan te bieden in plaats van water, zodat je kindje wel voldoende voedingstoffen binnen krijgt. (Cyh, 2016; Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; KCKZ, 2015)

Hoe kun je zien of je kindje voldoende drinkt?
Let op de poep en plasluiers van je kindje. Blijft je kindje een zelfde ontlastings- en plaspatroon houden? Heeft je kindje normale stoelgang, geen diarree? Urine hoort helder en niet geconcentreerd te zijn. Een kindje van ten minste 6 dagen, plast gemiddeld 6 keer op een dag. Let tevens op het gedrag van je kindje. Tekenen van uitdroging zijn bijvoorbeeld lusteloosheid en sufheid.

Koele plek
Zorg dat je baby altijd op een koele plek ligt, uit de tocht en ook uit de zon. Mocht je binnen geen koele plek hebben, kun je je kindje natuurlijk ook buiten in de schaduw leggen. Het is verstandig om een extra molton om het bedje te leggen, dat het transpiratievocht van je kindje goed kan opnemen. (Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; Loes, s.a.)

Ademende kleding

Zorg ervoor dat je kindje ademende kleding aan heeft. Een laagje is vaak voldoende, bijvoorbeeld een romper + luier of een hemdje + luier. Katoenen kleding zorgt ervoor dat je kindje de warmte goed kwijt kan. Ook katoenen luiers zijn met het warme weer beter dan wegwerpluiers. Wegwerpluiers zijn van plastic en ademen daarvoor veel slechter dan een katoenen luier. Tevens kan een katoenen luier meer vocht opvangen. (Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; Loes, s.a.)

De nacht
Zorg er ook ’s nachts voor dat je kindje niet te warm is aangekleed (romper – pyjamajasje – luier is voldoende). Dek je kindje daarna toe met een dun, ademend (katoenen) lakentje. (Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; Loes, s.a.)

Er op uit

Draagzak/draagdoek
Mocht je gaan wandelen met een draagzak/draagdoek, let er op dat je beide niet te warm gekleed bent en jullie je warmte kwijt kunnen. Kies voor een dunne draagdoek van ademend materiaal.

Kinderwagen
Als je gaat wandelen met de kinderwagen, gebruik dan liever niet de kap, maar een parasolletje. Onder de kap kan de warmte extra blijven hangen. Hang ook nooit een doek over de kap, dit zorgt er voor dat de hitte binnen blijft en het veel te warm wordt in de kinderwagen. (CJG Zutphen, s.a.; Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; Loes, s.a.; KCKZ, 2015)

Auto
Zorg dat je de auto voordat je weggaat goed lucht en zet hem zo mogelijk in de schaduw. Laat je kindje nooit alleen achter in de auto! (Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht, s.a.; Loes, s.a.)

Conclusie
Warm weer is extra reden om goed op je kindje te letten! Zorg dat je kindje zijn/haar warmte kwijt kan en goed blijft drinken.

Eugene Oden @Flickr.jpg
Bron: Eugene Oden @Flickr

Bronnen

Centrum voor Jeugd en Gezin Utrecht (s.a.)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=7&cad=rja&uact=8&ved=0ahUKEwiM6vbo6N7OAhXBWBQKHQIKCS0QFghNMAY&url=http%3A%2F%2Fwww.jeugdengezinutrecht.nl%2Fshowfile.asp%3Ffil_id%3D2553&usg=AFQjCNH3fHTQ1nOAjpttAVD1sICBkYhp5w&sig2=SIruoYOSZnM2mNfvaYhV9Q&bvm=bv.130731782,d.d24

CJG Zutphen (s.a.)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via http://www.cjgzutphen.nl/shownews.asp?cat_id=-1&web_id=163&nws_id=1069

Cyh (2016)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via http://www.cyh.com/HealthTopics/HealthTopicDetails.aspx?p=114&np=305&id=1605

KCKZ (2015)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via http://app.kenniscentrumkraamzorg.nl/wp-content/uploads/2015/09/Zorgprotocol-Baby-bij-warm-of-koud-weer.pdf

Kleintjes, S. (s.a.) Bij warm weer: geen extra water bij #borstvoeding geven. Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via https://www.borstvoeding.com/artikelen/kindjeaandeborst/al-even-bezig/zomer.html

La Leche League (s.a.)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/1-warm-weer

Loes (s.a.)
Gevonden op het internet op 16 augustus 2016 via https://www.loes.nl/tips/baby/gezondheid/hoe-verzorg-je-je-baby-bij-warm-weer.html

Prolacta (s.a.)
Gevonden op het internet op 26 augustus 2016 via http://www.prolacta.nl/index.php?page=FAQ_Borstvoeding-Veelgestelde_vragen_over_borstvoeding-Hoe_vaak,_hoe_lang,_hoe-Warm_weer_-_borstvoeding&pid=161

Niet doorslapen

Een van de meest gestelde vragen aan kersverse ouders is toch wel of hun kindje al doorslaapt of niet. Het is bijna gek als je kindje niet zo snel mogelijk doorslaapt en jou weer voorziet in je hoognodige slaap, maar wist je dat het voor een kindje eigenlijk heel normaal is om niet door te slapen?

De natuur

Dag/nachtritme
Een baby bevindt zich tijdens de zwangerschap in een continue patroon. Er is voor het kind geen sprake van dag of nacht, de geluiden en het licht blijven gelijk. Hoe kan een kindje dan na de bevalling gelijk een dag/nachtritme hebben? Niet! (Formesyn, 2015) Sterker nog een baby is neurologisch gezien nog niet in staat om te reageren op prikkels als dag en nacht. Dit ontstaat pas tussen de 2 en 3 maanden. (Van Roozendaal-Hendrikx, 2010).

Slaapritme
Bovendien slaapt een kindje veel kortere periodes dan een volwassene. (Formesyn, 2015) De langste periode van continue slaap is voor een baby tussen de 2,5 en de 4 uur. (Adair et al., 1991). Kindjes van 6 maanden kunnen gemiddeld 6 uur aan een stuk slapen. Voor baby’s is het biologisch gezien dus niet mogelijk om 8-10 uur door te slapen.

Voeding
Een kindje kreeg in de buik continue voedingstoffen binnen via de navelstreng. Deze connectie mist nu en daarmee dus ook de continue stroom van voeding. (Van Roozendaal- Hendrikx, 2010). De maag van een pasgeborene is heel klein. Hierdoor is het nog niet mogelijk om grote voedingen tegelijk tot zich te nemen en moet het kindje dus heel frequent gevoed worden. Geheel op eigen tempo kan het kindje rustig aan per voeding steeds iets meer tot zich nemen. Frequente voedingen zorgen er voor dat de bloedsuikerspiegel niet te ver daalt. Deze suikers zijn onder andere nodig voor een goede hersenontwikkeling. (Van Roozendaal-Hendrikx, 2010; Formesyn, 2015).

Het hormoon prolactine zorgt voor de melkproductie. ’s Nachts wordt er veel meer van dit hormoon aangemaakt. Nachtvoedingen stimuleren dan ook de melkproductie. Tevens zorgt prolactine (samen met oxytocine) ervoor dat de moeders na de voeding dieper en beter slapen, meer uitgerust wakker worden en minder stress ervaren. (Borstvoeding Natuurlijk, s.a.)

Nabijheid
Je kunt je tevens voorstellen dat een kindje de nacht niet gewend is. In je buik hoorde het kindje continue geluiden: je hartslag, je organen. ’s Nachts, terwijl iedereen slaapt, horen ze ineens niets meer. ’s Nachts wakker worden is vanuit dat opzicht helemaal niet gek en hoe kun je beter getroost worden dan door je ouders en voeding? De vraag naar voeding is dan ook geen gekke keuze, want voeding zorgt er standaard voor dat je ouders je aandacht en nabijheid geven. (Van Roozendaal-Hendrikx, 2010). Een kindje dat op deze manier leert dat de nacht veilig is en dat ouders altijd bereikbaar zijn, leer later makkelijker zichzelf te troosten en zien slapen niet als iets onveiligs, maar als iets prettigs. (Formesyn, 2015)

Voordelen
En ja, er zitten ook voordelen aan het niet doorslapen (Van Roozendaal-Hendrikx, 2010; Formesyn, 2015):
– Extra stimulatie van de melkproductie.
– Minder stress.
– Voor de voedende moeder betere nachtrust.
– Betere ontwikkeling in intelligentie
– Deze baby’s zijn later empatischer
– Deze baby’s zijn later minder vatbaar voor depressie

Waarom slapen sommige kindjes wel door?
Die kindjes die lijken door te slapen, zijn waarschijnlijk in staat om zelfstandig weer in slaap te vallen wanneer ze tussendoor wakker worden. (Carno et al, 2000). Soms is het ook mogelijk dat een kindje meer melk tot zich kan nemen. De opslagcapaciteit van de borsten van vrouwen kan ontzettend verschillen (van 74 tot 382 gram per borst). Een kindje met een grotere maagcapaciteit en een moeder met een grotere opslagcapaciteit kunnen er voor zorgen dat het kindje voor langere tijd voorzien is in voeding. (Kent et al, 2006).

Conclusie
Vanuit de natuur gezien zijn er dus talloze redenen om ’s nachts niet door te slapen: kindjes horen dat biologisch gezien nog niet te kunnen, het zorgt voor frequente voedingsinname en het zorgt voor nabijheid en veiligheid. Helemaal niet gek dus! Tevens zitten er goede voordelen aan voor jou en je kindje. Maak je dus geen zorgen, dit zou juist de norm moeten zijn.

Melissa @Flickr.jpg
Bron: Melissa @Flickr

Bronnen
Adair, R., Bauchner, H., Philipp, B., Levenson, S., & Zuckerman B. (1991) Night waking during infancy: role of parental presence at bedtime. Pediatrics, 87(4), 500–504.

Borstvoeding Natuurlijk (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 juni 2016 via http://www.borstvoedingnatuurlijk.nl/Borstvoeding/Informatie_per_onderwerp/Fysiologie/Prolactine

Carno, M.A., Hoffman, L.A., Carcillo, J.A., & Sanders, M.H. (2003). Developmental stages of sleep from birth to adolescence, common childhood sleep disorders: overview and nursing applications. Journal of Pediatric Nursing, 18 (4), 274-283.

Formesyn, L. (2015) Troost: niet doorslapen heeft voordelen voor je baby. De Morgen. http://www.demorgen.be/wetenschap/troost-niet-doorslapen-heeft-voordelen-voor-je-baby-b4dca3de/N0hUV/

Van Roozendaal – Hendrikx, F. (2010) Nachtvoedingen, fysiologische en ook sociologisch? https://www.borstvoeding.com/files/Nachtvoedingen%2C%20fysiologisch-sociologisch.pdf

Darmkrampjes

Vrijwel elke baby heeft er een keer last van: darmkrampjes. Heel vervelend, want je voelt je op zo’n moment vaak echt machteloos. Gelukkig zijn er wel tips & tricks om de darmkrampjes draaglijker te maken of zelfs op te lossen.

Hoe ontstaan darmkrampen?
Er zijn uiteraard talloze redenen waarom darmkrampjes kunnen ontstaan. Hieronder noem ik de meest voorkomende. Mocht je twijfelen aan de reden dat je kindje zoveel darmkrampjes heeft en helpt niets? Neem dan contact op met een zorgverlener. Als moeder heb je vaak het beste door of het iets normaals is of niet.


Fysiologisch
In de meeste gevallen van darmkrampjes gaat het om fysiologische darmkrampjes. De darmen van je kindje gaan na de geboorte nog verder met rijpen en ontwikkelen. Ze moeten nog even wennen aan hun nieuwe taak: het verwerken en verteren van voedsel. Dit kan er voor zorgen dat er darmkrampen ontstaan. Gelukkig gaan ze na verloop van tijd vanzelf over, wanneer de darmen van je kindje verder uitgerijpt zijn. Dit is meestal rond 6 maanden. (Ouders van nu, s.a.; La Leche League, 2014)

Te veel voormelk (borstvoeding)
Indien je kindje borstvoeding krijgt, kunnen darmkrampjes ook veroorzaakt worden doordat je kindje veel voormelk krijgt en weinig achtermelk. Tijdens een voeding, verandert de samenstelling van de moedermelk continue. Hoe meer melk er uit de borst wordt gedronken, hoe vetter de melk wordt. De voormelk heeft dus een lager vetgehalte dan de achtermelk. In voormelk vooral veel melksuikers. Indien je kindje veel voormelk krijgt, komt deze melk heel snel al weer verder in de darmen terecht, terwijl vettere melk wat langer in de maag blijft hangen. Plots komt er dus een grote hoeveelheid melksuikers in de darmen van je kindje terecht. De darmen moeten heel hard aan de slag om deze grote hoeveelheid te verwerken en kunnen dit eigenlijk niet goed aan. Dan ontstaan er darmkrampjes. Het is dus belangrijk dat je kindje de eerste borst altijd goed leeg drinkt en dat je dus de tweede borst pas aanbiedt als je kindje de eerste borst zelf heeft losgelaten of in slaap is gevallen na een efficiënte voeding. (Borstvoeding.com, s.a.)

Lucht in de darmen
Sommige baby’s drinken ontzettend snel. Vaak komt er dan ook lucht mee naar binnen en dit komt ook in de darmen terecht. Door deze lucht worden de darmen uitgezet en ook dit kan darmkrampen geven. Een boertje tussendoor kan veel verlichting geven. Mocht je kindje te snel drinken uit de fles, kun je kiezen voor een speentje met een kleiner gaatje. (Ouders van nu, s.a.; Borstvoeding.com, s.a.)

Wat kun je doen?

– Laat je kindje lang genoeg aan de eerste borst drinken, zodat het ook de vette achtermelk binnenkrijgt.
– Probeer je kindje rustig te laten drinken, met (eventueel) een boertje tussendoor en een boertje daarna.
– Maak een kamillekompres: een katoenen washandje insmeren met kamilleolie. Daarna dit washandje verwarmen, bijvoorbeeld tussen 2 kruiken. Leg het washandje op de buik van je kindje, en wikkel daar een warme hydrofiele luier omheen. Hier overheen kunnen de kleertjes. Het kamillekompres kan gerust blijven zitten tot de volgende voeding. (Scheffers, van Mullem & Riezebos, 2014)
– Masseer het buikje van je baby met de klok mee (dit is dezelfde richting als waarop de darmen lopen). Je kunt hier ook oliën bij gebruiken, zoals kamilleolie en lavendelolie. (Groenevrouw, 2014)
– ‘Fietsen’ met de beentjes
– Geef tegendruk tegen het buikje aan. Dit kan bijvoorbeeld door het kindje te dragen met zijn/haar buik tegen jouw onderarm aan.
– Gebruik warmte. Dit werkt niet alleen tijdens weeën en tijdens menstruatiekrampen, maar natuurlijk ook bij darmkrampjes. Je kunt je kindje lekker meenemen onder een warme douche, een warm badje geven of een kruikje gebruiken.
– Draag je kindje in een draagdoek in de kikkerhouding: warmte, troost en tegendruk in een. (Groenevrouw, 2014)
– Drink venkelthee (1 theelepel op 1 liter water, 3 kopjes per dag) (Groenevrouw, 2014)

Infacol
Vaak wordt er ook Infacol aangeraden bij darmkrampjes. Infacol is nog nooit effectief gebleken in wetenschappelijk onderzoek. Dit blijkt ook weer uit recent Amerikaans onderzoek. (Johnson, Cocker & Chang, 2015) Ik zou zelf dan ook niet zomaar medicatie geven aan mijn kindje met darmkrampjes, terwijl het niet bewezen nuttig is en er voldoende huis, tuin en keukenmiddeltjes zijn met goed effect.

Conclusie
Darmkrampjes zijn onwijs vervelend, niet alleen voor het kindje zelf, maar ook voor de ouders die zich vaak heel machteloos voelen. Gelukkig zijn darmkrampjes in de meeste gevallen heel normaal en met simpele huis tuin en keukenmiddeltjes goed draagbaar te maken.

jpedraza @Pixabay
jpedraza @Pixabay

Bronnen
Borstvoeding.com (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2015 via
https://www.borstvoeding.com/artikelen/kindjeaandeborst/al-even-bezig/koliek.html

Groene vrouw (2014)
Gevonden op het internet op 9 november 2015 via http://www.groenevrouw.nl/buikkrampjes-geen-venkelthee-maar-wat-dan-wel/

La Leche League (2014)
Gevonden op het internet op 9 november 2015 via https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/141-huilen-en-troosten

Johnson, J., Cocker, K., & Chang, E. (2015) Infantile Colic: Recognition and Treatment. American Family Physician, 92(7), 577-582.

Ouders van nu (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2015 via http://www.oudersvannu.nl/baby/6-maanden/voeding/flesvoeding/help-mijn-baby-heeft-darmkrampjes/

Scheffer, K., van Mullen, L., & Riezebos, P. (2014) Wat maakt Natuurlijke Kraamzorg zo anders? https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&cad=rja&uact=8&ved=0CCEQFjAAahUKEwi73fyehITJAhUDcHIKHSWlCSs&url=http%3A%2F%2Fnatuurlijkekraamzorg.eu%2Fwp-content%2Fuploads%2F2014%2F11%2Fscriptie_kim__laura_en_paulien_natuurlijke_kraamzorg_2014.pdf&usg=AFQjCNESJHaAXiQLroJ9PvPb13LVHj_qxA&sig2=Vk2a4Q6QWjSqTCPSj8p5yg

Regeldagen

Regeldagen. Veelvoorkomend en soms erg vermoeiend. Een paar dagen waarop je kindje een beetje huilerig is, niet lekker in zijn/haar vel zit en vooral veel wil drinken. Veel ouders herkennen dit wel. Maar wat zijn regeldagen eigenlijk?

Wat is een regeldag? (Oei ik groei, 2015; Borstvoeding aardig, 2013; Borstvoeding.com, s.a. La Leche League, 2014)
Een regeldag gaat vaak gepaard met een groeispurt van je kindje. Je kindje heeft door deze  (naderende) groeispurt meer behoefte aan voeding en energie. Jouw borsten maken nog niet de benodigde hoeveelheid voeding, dus gaat je kindje meer voeding vragen, zodat vraag en aanbod terug in evenwicht komt.

Een regeldag komt niet alleen voor bij een groeispurt, maar kan bijvoorbeeld ook voorkomen als je terug bent gaan werken of als je net ziek bent geweest. Als je zelf terug bent gaan werken of als je net ziek bent geweest, is je melkproductie vaak wat terug gelopen. Je kindje zorgt er tijdens de regeldagen voor dat de productie terug in balans komt. Het kan ook zijn dat je kindje niet helemaal lekker is. Vaak merk je niet eens dat je kindje ziek is. Je kindje vraagt dan vaak gewoon meer borstvoeding, waardoor het ook meer antistoffen binnen krijgt en sneller fit is.

Hoe kom je de regeldagen door? (Oei ik groei, 2015; Borstvoeding aardig, 2013; Borstvoeding natuurlijk, s.a.)
De regeldagen zijn er voor bedoeld om terug een balans te vinden tussen vraag en aanbod, maar kunnen heel erg vermoeiend zijn. Borstvoeding geven op verzoek tijdens de regeldagen is het beste wat je kunt doen, aangezien je zo het snelste terug een balans vindt. Door vaak aan te leggen, wordt er meer melk gedronken, waardoor de melkproductie wordt gestimuleerd. Het kan soms voelen alsof je borsten erg leeg zijn tijdens zo’n regeldag. Dit geeft niet! Hoe beter je borsten leeg gedronken worden, hoe meer melk er aangemaakt wordt.

Wanneer vinden er regeldagen plaats? (
Borstvoeding aardig, 2013)
Wanneer er regeldagen plaats vinden kan wisselen per kindje, maar ze vinden meestal plaats rond:
– 10 dagen
– 3 weken
– 6 weken
– 3 maanden
– 4 maanden
– 6 maanden
Ook na deze periode kunnen er uiteraard nog regeldagen plaats vinden.

Regeldagen bij flesvoeding
Ook kinderen die flesvoeding krijgen maken groeispurten door. Ook deze kinderen kunnen dus te maken krijgen met een regeldag. Op zo’n dag kun je je kindje dus ook op verzoek flesvoeding geven. Dit kan inhouden dat je kindje iets vaker of iets meer flesvoeding krijgt. (Regeldagen, s.a.)

Tryjimmy @pixabay
Tryjimmy @pixabay

Conclusie
Regeldagen zijn heel normaal! Dit is geen teken dat je te weinig voeding hebt, het is een teken dat je kindje meer behoefte krijgt aan voeding. Jouw melkproductie gaat zich hier tijdens de regeldagen op afstemmen.

Bronnen
Borstvoeding aardig (2013)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via http://borstvoeding.aardig.be/borstvoedingstips/regeldagen/

Borstvoeding.com (s.a.)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via https://www.borstvoeding.com/artikelen/kindjeaandeborst/al-even-bezig/regeldagen.html

Borstvoeding natuurlijk (s.a.)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via http://www.borstvoedingnatuurlijk.nl/Borstvoeding/Informatie_per_onderwerp/De_basis/Regeldagen

La Leche League (2014)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/188-regeldagen-en-groeispurt

Oei ik groei (2015)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via http://www.oeiikgroei.nl/baby/borstvoeding/regeldagen/

Regeldagen (s.a.)
Gevonden op het internet op 15 oktober 2015 via http://www.regeldagen.nl/regeldagen-bij-flesvoeding/