Vitamine K 2.0

Wanneer je net bevallen bent, krijgt je kindje vrijwel direct vitamine K toegediend. Vaak wordt dit tussen neus en lippen door nog even aan de ouders verteld, maar om toestemming wordt er eigenlijk nooit gevraagd. Op deze manier zijn ouders er dus van overtuigd dat dit hoort. Elke pasgeborene in Nederland en in vele andere landen, krijgt dit direct na de geboorte. Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, is het advies ook om extra vitamine K toe te dienen gedurende de eerste 3 maanden. Maar waarom is dit eigenlijk? En misschien wel het belangrijkste: is dit echt nodig?

Wat is vitamine K?
Vitamine K is een vetoplosbaar vitamine dat bestaat uit 2 varianten: vitamine K1 en vitamine K2. Vitamine K1 komt voor in plantaardige voedingsmiddelen, zoals groene bladgroenten en sommige oliën. Ook is dit de vorm die voorkomt in supplementen. Vitamine K2 wordt aangemaakt door bacteriën in je darmen en komt voor in gefermenteerde producten. Beide hebben dezelfde werking: ondersteunen van de bloedstolling. Mogelijk spelen ze ook een rol bij de aanmaak van botten. (Voedingscentrum, s.a.; Gezondheidsraad, 2010)

Vitamine K direct na de geboorte
Direct na de bevalling krijgt elke pasgeborene, volgens de protocollen, vitamine K toegediend.

Waarom?
Omdat elk kindje met te weinig vitamine K geboren zou worden. Wanneer ze geen extra vitamine K toegediend zouden krijgen, zouden ze een groter risico hebben op een ernstige, inwendige bloeding. (Voedingscentrum, s.a.)

Hoe komt dit? (Voedingscentrum, s.a.; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)
Elk kindje zou geboren worden met een laag vitamine K gehalte. Dit zou komen door 2 factoren:
1. Vitamine K komt in zeer kleine concentraties via de placenta bij het kindje.
2. Het kindje heeft nog onvoldoende darmbacteriën, waardoor er nog onvoldoende vitamine K wordt aangemaakt.

Overweging
We gaan er dus vanuit dat elke pasgeborene geboren wordt met te weinig vitamine K in het bloed. Een foutje van de natuur? Of is dit gewoon normaal? Hoe kunnen we spreken van een te laag vitamine K gehalte bij een pasgeborene? Om te spreken van een ‘te laag’ zou je ook een ‘normaalwaarde’ moeten hebben, maar geen enkel kindje blijkt dit te hebben.

Vitamine K en voeding
Het blijft niet enkel bij een toediening direct na de bevalling. Het advies is ook om bij borstvoeding (na de eerste week) dagelijks oraal vitamine K toe te dienen.

Waarom?
Aangezien er slechts een lage concentratie vitamine K in borstvoeding zit. (Gezondheidsraad, 2017)

Hoe komt dit?
De natuur.

Overweging
Moeder natuur heeft er blijkbaar voor gezorgd dat ook in borstvoeding een lage concentratie vitamine K voorkomt. Is dit dan een foutje en moeten we dit herstellen door vitamine K bij te geven, of is dit juist de bedoeling?

Vitamine K en Flesvoeding
Wanneer je kindje flesvoeding krijgt, krijgt je kindje al extra vitamine K binnen. Aan de flesvoeding is vitamine K toegevoegd.

Verhoogd risico
Voldoende over de gezonde pasgeborene die vitamine K bij krijgt. Er zijn natuurlijk ook redenen waarom een kindje wel degelijk een verhoogd risico heeft op een inwendige bloeding.

1. Een niet fysiologische bevalling
Wanneer een kindje geboren wordt na een gemedicaliseerde bevalling is er een verhoogd risico op een inwendige bloeding. Denk hierbij aan een kunstverlossing. Na een vacuüm is de kans op een subdurale- of hersenbloeding 2,7 x zo hoog als na een normale bevalling. Na een tangverlossing 3,3 x zo hoog en na een keizersnede 2,3 x zo hoog. (NVOG, 2005)
Er is ook kans op een bloeding na een microbloedonderzoek (bloedafname van het hoofd van het kindje): kans op een complicatie is 0,4-6%. Met complicatie wordt bedoeld: infectie of bloeding. (NVOG, 2014)

De kans is ook verhoogd wanneer je kindje prematuur geboren wordt.
Mogelijk is de kans ook wel hoger op een bloeding na het snel doorknippen van de navelstreng. Mogelijk wordt er hierdoor minder vitamine K door het kindje opgenomen uit het navelstrengbloed, waardoor er meer kans is op een bloeding.
En denk bijvoorbeeld aan antibiotica tijdens de bevalling. Deze beïnvloedt de darmfunctie van het kindje, mogelijk hierdoor ook wel de aanmaak van vitamine K. (Rouw-Timmer & de Jonge, 1985)

2. Galgang atresie
Sommige pasgeborene worden geboren met galgangatresie. Dit is een aandoening waarbij de vetopname verstoord is en dus ook de opname van vitamine K. Zij hebben een hoger risico op  inwendige bloedingen. En deze kindjes, zijn de reden waarom we élk kindje extra vitamine K geven na de geboorte en niet enkel de kindjes met een verhoogd risico. Galgang atresie wordt namelijk vaak pas laat ontdekt en van deze kindjes krijgt zo’n 82% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017) Echter is galgang atresie een hele zeldzame aandoening en worden er gemiddeld zo’n 10 kindjes per jaar mee geboren. Dit wil zeggen ongeveer 1 op de 5000 kindjes wordt geboren met een galgang atresie. (Maag Lever Darmstichting, s.a.; Gezondheidsraad, 2017)

3. Andere (lever)ziektes
Soms worden er ook kindjes geboren met een andere (lever)ziekte die op latere leeftijd pas wordt ontdekt. Ook deze kindjes zouden een groter risico op een bloeding kunnen hebben.

Vroege, klassieke en late bloedingen
Er zijn 3 verschillende soorten bloedingen.

De vroege bloeding
De vroege bloeding vindt plaats binnen 24 uur na de bevalling. Deze worden meestal veroorzaakt door medicatie gebruikt door de moeder tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld antibiotica, medicatie tegen epilepsie of antistollingsmedicatie. Deze medicatie belemmert de vitamine K metabolisatie. Van alle kinderen zonder vitamine K profylaxe krijgt <5% een vroege bloeding in groepen met een groot risico. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De klassieke bloeding
De klassieke bloeding vindt plaats tussen dag 1 en dag 7 postpartum. Deze bloeding ontstaat mogelijk doordat er te weinig vitamine K in de borstvoeding zou zitten of doordat het kindje nog te weinig voeding binnen krijgt. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,01 tot 1,5% een klassieke bloeding. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De late bloeding
Deze bloeding vindt plaats 2 weken tot 6 maanden na de geboorte. Deze bloedingen ontstaan mogelijk doordat er te weinig vitamine K in borstvoeding zou zitten of doordat het kindje vitamine K slecht kan opnemen. Deze vindt in tegenstelling tot de vroege en de klassieke bloeding, vaak in de hersenen plaats. Hierdoor kan het kindje ernstige schade oplopen of zelfs door de bloeding overlijden. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,00004% – 0,001% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

Het huidige advies
Het huidige advies is dus om élke pasgeborene, ongeacht de voorgeschiedenis, de risicofactoren (zoals medicatie bij moeder) en de bevalling, oraal vitamine K toe te dienen na de bevalling en, indien het kindje borstvoeding krijgt, een extra supplement per dag, na de eerste week, tot het kindje 3 maanden oud is.

Waarom?
Uiteraard kan het elk kindje overkomen, een bloeding.
Echter na een medicamenteuze bevalling is de kans groter en wanneer je kindje een galgang atresie zou hebben is de kans zelfs erg groot.

Cijfers
Uit onderzoek (Von Kries & Hanawa, 1993) is gebleken dat dat van alle kindjes die geen vitamine K krijgen toegediend na de geboorte, 1 op de 10.000 tot 1 op de 25.000 een bloeding krijgt. Hierbij gaat het dus ook om kindjes na een medicamenteuze bevalling en kindjes met een galgangatresie. Helaas zijn er geen cijfers die volkomen fysiologische (thuis) bevallingen mee vergelijken.
Van de kindjes met galgang atresie krijgt zo’n 82% een bloeding (+/- 8 kindjes per jaar). Echter is dit onderzocht na toediening van orale vitamine K (25 microgram per dag). Zij kregen dus zelfs een bloeding wanneer ze al vitamine K bijkregen. (Gezondheidsraad, 2017)

Na toediening van orale vitamine K (125 microgram per dag) aan alle pasgeborene, halveert de kans op een bloeding bij de gehele populatie: 1 op 20.000 – 1 op de 50.000.
Voor kindjes met galgang atresie blijft de kans gelijk 82%, na toediening va 125 microgram i.p.v. 25 microgram.

Huidige beleid vs. Mogelijke nieuw beleid
Het huidige beleid houdt in dat elk kindje na de geboorte oraal vitamine K toegediend krijgt. Dit werkt voldoende om het risico op een vroege of klassieke bloeding te verminderen. Echter late bloedingen verminderden wel in de gehele populatie, maar niet in de risicogroep, de kindjes met galgang atresie. (Gezondheidsraad, 2017) De gezondheidsraad wil dat we overgaan op intramusculaire toediening (toediening met een naald in de spier van de pasgeborene, zoals bij een vaccinatie). Hierna is er geen suppletie meer nodig na een week postpartum en blijft het dus bij de intramusculaire toediening. (KNOV, 2017)

Waarom?
De hoog risico kindjes (met een galgang atresie) nemen vitamine K minder op uit de darmen. Wanneer er dus oraal vitamine K wordt toegediend, nemen ze alsnog weinig op. Intramusculaire toediening omzeilt dit probleem.

Overweging
De gezondheidsraad wil dus dat straks alle pasgeborene intramusculair vitamine K krijgen, zodat er 2 tot 5 late bloedingen per jaar voorkomen worden. Intramusculaire toediening van vitamine K brengt ook risico’s met zich mee. Zo zijn er risico’s op bijwerkingen zoals irritatie van de prikplaats, een ontsteking of weefselschade. Aangezien bijwerkingen slechts zelden worden gemeld, weten we niet hoe groot het risico hierop precies is. Tevens zorgt een intramusculaire toediening direct voor pijn bij de pasgeborene. Ouders zullen sowieso de mogelijkheid krijgen om de intramusculaire injectie te weigeren en te kiezen voor orale toediening. (Gezondheidsraad, 2017)

Risico’s van vitamine K
In het verleden zijn er studies gepubliceerd die een mogelijk verband zagen tussen toediening van vitamine K aan pasgeborene en leukemie op latere leeftijd. Echter zijn deze studies niet geheel betrouwbaar, aangezien de gegevens pas achteraf werden verzameld. Later zijn er nog enkele studies gedaan, die geen bewijs vinden van dit mogelijk verband. (Gezondheidsraad, 2017; Wickham, 2001; Parker et al, 1998; Fear et al, 2003)

Tot op heden lijkt het zo te zijn dat een hoge concentratie vitamine K bij pasgeborene geen nevenbevindingen heeft, echter zal hier nog meer onderzoek naar gedaan moeten worden.

Conclusie
Het is belangrijk dat elke ouder eerlijke informatie krijgt en er dan zelf een weloverwogen beslissing over kan maken of zijn of haar kind vitamine K toegediend krijgt of niet.

37404013592_c5041fc0e3_o
Bron: Jaro Laros @Flickr



Bronnen
Dors, N., Peters, M., Smiers, F.J., & van Ommen, C.H. (2008) Bloedingen bij zuigelingen: denk altijd aan vitamine K deficiëntie, ondanks profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Hematologie, 5(1), 32-35.

Fear, N.T., Roman, E., Ansell, P., Simpson, J., Day, N., Eden, O.B., et al. (2003) Vitamin K and childhood cancer: a report from the United Kingdom Childhood Cancer Study. British Journal of Cancer, 89(7), 1228-31.

Gezondheidsraad (2010)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201011%20vitamine%20K.pdf
Gezondheidsraad (2017)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpublication/201704_vitamine_k_bij_zuigelingen.pdf

KNOV (2017)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/gezondheidsraad-brengt-nieuw-vitamine-k-advies-uit/2070
MLDS (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.mlds.nl/ziekten/galgangatresie/

NVOG (2005)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=24105&richtlijn_id=504

NVOG (2014)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=3&cad=rja&uact=8&ved=0ahUKEwjd8PeL68zXAhUqKcAKHVa1AFkQFggzMAI&url=http%3A%2F%2Fnvog-documenten.nl%2Fuploaded%2Fdocs%2FNVOG%2520richtlijn%2520foetale%2520bewaking%252019-05-2014%25202.0(2).pdf&usg=AOvVaw0ZqT0g7FDkiIWnAHclhnqu
Parker, L., Cole, M., Craft, A.W., et al. (1998) Neonatal vitamin K administration and childhood cancer in the north of England. British Medical Journal, 316, 189-93.

Rouw – Timmer, E.C.J. & de Jonge, G.A. (1985) Bloedingen in de eerste levensweken en vitamine K profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 130(11).

Voedingscentrum (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-k.aspx

Von Kries, R., & Hanawa, Y. (1993) Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 69, 293-95.

Wickham, S. (2001) Vitamine K: A flaw in the blueprint? Midwifery Today, 56, 39-41. http://sarawickham.com/wp-content/uploads/2011/10/a1-vitamin-k-a-flaw-in-the-blueprint2.pdf

Advertenties

Jeuk tijdens de zwangerschap

Het komt veel voor tijdens de zwangerschap: jeuk (zonder huiduitslag). Vervelend! Een van de meest voorkomende zwangerschapskwaaltjes, namelijk 1 op de 5 vrouwen krijgt last van een vorm van jeuk. Het kan op elk moment tijdens de zwangerschap komen opzetten, maar meestal begint het tijdens het laatste trimester. Waar moet je op letten als je jeuk hebt en wat kun je er tegen doen?

Ontstaan van jeuk
Hoewel zwangerschapsjeuk veel voorkomt, is het nog niet geheel duidelijk waar dit door veroorzaakt wordt. Een van de mogelijke oorzaken schuilt zich in de lever. Doordat je hormoonspiegel compleet verandert tijdens je zwangerschap, wordt je lever flink belast. Hierdoor laat de lever meer galzure zouten door in je bloed, waardoor er jeuk kan ontstaan. Deze jeuk kan voorkomen op handpalmen en voetzolen, op je buik, maar ook op je hele lichaam. (Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017)

Zwangerschapscholestase
Veel vormen van jeuk zijn onschuldig, maar niet allemaal. Bijvoorbeeld wanneer je last hebt van zwangerschapscholestase.

Zwangerschapscholestase komt voor bij 0,1 tot 2% van alle zwangeren in Europa. (NVOG, 2011)
Bij deze aandoening hoopt gal op in je lever. Normaal gezien gaat gal via gangen vanuit de lever naar de galblaas. Tijdens de zwangerschap kan het voorkomen dat veel trager gebeurt, waardoor er een galophoping ontstaat in de lever. In gal zitten zuren. Deze zuren zijn er om te helpen met het verteren van vet eten. Wanneer gal blijft staan in de lever, kunnen deze zuren in het bloed terecht komen. De galzure zouten in je bloed zijn verhoogd. Deze galzuren zouten komen ook via de placenta bij je kindje terecht. (Radboud UMC, s.a.) Wanneer deze galzuren zouten erg hoog zijn en er niets aan gedaan wordt, is er kans op risico’s voor het kindje, zoals: vroeggeboorte, meconiumhoudend vruchtwater en mogelijks zelfs overlijden. (NVOG, 2011; Radboud UMC, s.a.) Wanneer er sprake is van een bewezen zwangerschapscholestase is het advies om te starten met medicatie en soms een inleiding. Hierdoor nemen de risico’s af. (NVOG, 2011; Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017)

Jeuk is het meest voorkomende symptoom van zwangerschapscholestase. Vaak begint dit ’s nachts en voornamelijk op de handpalmen en voetzolen. Het kan echter ook op heel het lichaam voorkomen. Tevens kan het voorkomen dat je ook overdag last hebt van deze jeuk, maar dan wordt de jeuk vaak ’s nachts nóg erger. Deze jeuk treedt op zonder huidafwijkingen (behalve de mogelijke krabwondjes). Andere (mogelijke) symptomen: geel zien, donkere urine, ontkleurde en/of vette ontlasting, een naar gevoel rechtsboven in je buik. (NVOG, 2011; Radboud UMC, s.a)

Heb je veel last van jeuk? Trek altijd even aan de bel bij je zorgverlener. Zij kunnen met je meekijken of het nodig is om bloedonderzoek te doen om je galzure zouten te bepalen. (NVOG, 2011)

Onschuldig
Aangezien zwangerschapscholestase niet veel voor komt, maar de jeuk wel, is in de meeste gevallen de jeuk dus, gelukkig, volkomen onschuldig. Wel wordt de jeuk hoogstwaarschijnlijk nog steeds veroorzaakt door je lever. Hier gaat het dus om jeuk zonder huiduitslag (uitgezonderd krabwondjes). Als je wel last hebt van huiduitslag, komt daar waarschijnlijk de oorzaak vandaan. Laat de huiduitslag altijd even zien aan je zorgverlener, zodat zij met je kunnen uitzoeken waar het vandaan komt. (Albert Schweitzer ziekenhuis, 2017)

Om je lever wat te ontzien zijn er tips die je kunt toepassen (Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017):
1. Drink voldoende, minimaal 2 liter water per dag.
Zo kan je lichaam afvalstoffen beter afvoeren.
2. Probeer zout en suiker gebruik te beperken.
3. Probeer vet te beperken tot max. 20 gram per dag.
4. Vermijd koffie, thee (behalve kruidenthee), cacao en tabak.

Advies
Wanneer bovenstaande tips onvoldoende helpen om de jeuk te verminderen, hebben we nog andere tips achter de hand. Dit zijn tips om het symptoom aan te pakken in plaats van de oorzaak.
Na de bevalling is de jeuk snel weer verdwenen. (De verloskundige, s.a.;
1. Draag ademende kleding.
2. Niet krabben! (Houd je nagels kort)
3. Gebruik ijskompresen om de plek van de jeuk
4. Wisselbaden: warm – koud afwisselen. Eindig hierbij altijd met koud water.
5. Mentholgel/zalf/poeder
6. Calendulazalf
7. Een bad met havermout
8. Niet wisselen van wasmiddel en gebruik Ph neutraal wasmiddel
9. Let goed op gezonde voeding.
10. Een halve aardappel gebruiken om je huid in te smeren.

Wanneer je huiduitslag hebt: neem contact op met je zorgverlener.
Hevige jeuk ’s nachts/gedurende de hele dag, op handen/voetzolen of heel je lichaam: neem contact op met je zorgverlener.

Conclusie
Jeuk tijdens de zwangerschap komt heel vaak voor. In de meeste gevallen is dit volkomen normaal en verdwijnt dit na de bevalling weer snel. Je kunt dan proberen om je lever wat te ondersteunen en je kunt proberen de jeuk met tips te verminderen. Helaas is jeuk niet altijd onschuldig. Mocht je merken dat dit heel hevig aanwezig is, bel dan altijd je zorgverlener.

pregnant-2021797_960_720.jpg
Bron: Contato1034 @Pixabay

Bronnen
Albert Schweitzer Ziekenhuis (2017)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.asz.nl/patienten/patientenvoorlichting/folders/Jeuk/jeuk-tijdens-de-zwangerschap.pdf
De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via
http://deverloskundige.nl/zwangerschap/subtekstpagina/204/jeuk/

Livive (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via
https://www.livive.nl/docs/default-source/foldersflyers-livive/jeuk-tijdens-de-zwangerschap.pdf?sfvrsn=2

NVOG (2011)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=27618&richtlijn_id=878

Radboud UMC (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.radboudumc.nl/patientenzorg/aandoeningen/zwangerschapscholestase/wat-is-zwangerschapscholestase

Stress tijdens de zwangerschap

Dat je beter niet kunt roken of drinken tijdens je zwangerschap, weet eigenlijk iedereen wel. Minder bekend is de invloed van stress op jezelf en op je ongeboren kindje. Toch is stress ook een van de dingen waaraan je je ongeboren kindje toch het liefst zo min mogelijk bloot stelt. Wat is stress eigenlijk precies? Hoe ontstaat het? En nog belangrijker: hoe ga je er mee om?

Wat is stress? (Fonds psychische gezondheid, 2017)
Er zijn 2 verschillende vormen van stress: gezonde stress en ongezonde stress.

Gezonde stress
Gezonde stress houdt in dat je gespannen bent voor wat komen gaat of wat er speelt. Hierdoor start je lichaam de vechten/vluchtenreactie. Je bloeddruk gaat omhoog samen met je hartslag. De belangrijke onderdelen van je lichaam die je nodig hebt bij deze vechten/vluchtenreactie worden voorzien van extra zuurstof: je hersenen, spieren en je hart. Er komt een hormoon vrij: adrenaline, dit zorgt voor allerlei acties in je lichaam, waaronder bijvoorbeeld extra brandstof voor je spieren.
Lichaamsdelen die je niet of minder nodig hebt, krijgen minder bloedtoevoer: je gezicht, je handen.. Deze gaan koud aanvoelen en worden bleek. Je ademhaling wordt sneller en je spijsvertering laat zich even voor wat het is. Je bent klaar voor wat komen gaat. Je bent er extra met je aandacht bij en kunt je beter concentreren. Wanneer de spannende gebeurtenis weer voorbij is, komt je lichaam terug tot rust (hartslag, bloeddruk, ademhaling omlaag) en verdwijnt de stress.

Ongezonde stress
Wanneer je heel vaak stress hebt of wanneer de stress erg lang aanhoudt, krijg je lichaam geen tijd om tot rust te komen en zich weer terug te herstellen. Dit noemen we ongezonde stress.

Oorzaken van stress tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap kunnen er veel verschillende oorzaken zijn van stress. Een paar voorbeelden van veel voorkomende oorzaken vind je hieronder.

Angst rondom de bevalling
Iedereen heeft wel wat gezonde spanning voor de bevalling, maar deze gezonde spanning kan al snel overslaan in ongezonde stress en angst. Angsten over hoeveel pijn het gaat doen, hoe de bevalling gaat verlopen, wanneer het gaat beginnen of hoe lang de bevalling gaat duren. Je kunt je voorbereiden op de bevalling (je inlezen, cursussen volgen etc.), maar hoe het precies gaat verlopen, kan niemand je vertellen. Dit kan voor veel (ongezonde) stress zorgen.

Angst rondom het ouderschap
Van partners ga je straks ineens over naar ouders. Ook dit kan (ongezonde) stress opleveren. Ga ik dit kunnen? Ga ik mijn kindje goed op kunnen voeden? Kan ik straks alles combineren?

Gezondheid van het kindje
Tijdens je zwangerschap kun je allerlei testen ondergaan om te zien of je kindje (zo ver zichtbaar) gezond is, maar juist deze testen zorgen soms voor enorme onzekerheid en stress. Er wordt bijvoorbeeld een variatie op het normale gezien op een echo, waarna er vervolgonderzoek wordt geadviseerd. Dit kan niet gelijk, dus moet je enkele dagen wachten. Een periode van langdurige stress. Ook als je geen van deze testen doet kan de gezondheid van je kindje spanning met zich meebrengen.

Combineren zwangerschap en werken
Wanneer je zwangerschap verder vordert, kan het lichamelijk een enorme belasting worden. Als je dan ook nog moet werken, kan dit enorme druk opleveren. Je lichaam geeft misschien wel aan dat je een stapje terug moet, maar hoe ga je dit verantwoorden aan je baas? Gaat hij hier mee akkoord? Of heeft hij straks misschien wel iemand anders gevonden die het wel allemaal tegelijk aankan? Het combineren van een (pittige) zwangerschap en werk kan veel psychische druk opleveren.

Negatieve gebeurtenissen
En natuurlijk kunnen er tijdens je zwangerschap ook gebeurtenissen optreden die compleet los staan van de zwangerschap. Er kan bijvoorbeeld iemand ziek worden of misschien zelf overlijden. Stress die wel optreedt tijdens je zwangerschap, maar die niets met je zwangerschap te maken heeft.

Wat doet stress met je lichaam
? (Fonds psychische gezondheid, 2017)
Gezonde stress is heel normaal. Dit hoort er bij en iedereen loopt dat wel eens tegenaan. Echter als de stress te lang duurt en je lichaam hier dus niet van kan herstellen, ga je dit merken.

Lichamelijk:
– Continue moe zijn, maar tegelijkertijd slecht slapen
– Pijn: buikpijn, rugpijn, spierpijn, hoofdpijn
– Last van je darmen
– Een lage weerstand en hierdoor erg vatbaar voor ziekteverwekkers
– Hartkloppingen en een hoge bloeddruk
– Trillen, zweten

Geestelijk:
– Prikkelbaar zijn, een kort lontje hebben
– Veel piekeren, onzekerheid
– Huilbuien
– Opgejaagd gevoel, geen rust
– Veel angst
– Moeilijk kunnen beslissen
– Vergeetachtig zijn
– Gevoelens van schuld

Gedragingen:
– Ander eetpatroon: meer of juist minder eten
– Meer roken
– Minder sociaal contact

Effecten van stress op je ongeboren kindje
Stress tijdens je zwangerschap kan veel problemen veroorzaken, die je liever wilt voorkomen.

– Stress is een risicofactor voor vroeggeboorte. (Lilliecreutz, Larén, Sydsjö & Josefsson, 2016)
Uit recent onderzoek is gebleken dat de kans op vroeggeboorte stijgt als je stress ondergaat tijdens je zwangerschap.
– Stress kan zorgen voor een laag geboortegewicht of groeivertraging. (Rondó et al, 2002)
Stress zorgt er voor dat er bepaalde stoffen vrijkomen (catecholamines; bijv. adrenaline). Deze zorgen er voor dat er minder bloed naar de placenta toe gaat, waardoor er minder zuurstof en minder voedingsstoffen bij het kindje terecht komen. Dit kan resulteren in een laag geboortegewicht of groeivertraging. Dit zorgt ervoor dat je kindje zwakker ter wereld komt, met alle risico’s daarvan.
– Stress zorgt mogelijk voor een lager IQ. (Laplante et al, 2004)
Hoge stresslevels, vooral in het cruciale begin van de zwangerschap, zou mogelijk effect kunnen hebben op de hersenontwikkeling van je kindje. Dit zou kunnen zorgen voor een lager IQ, maar ook bijvoorbeeld voor minder taalvaardigheid.
– Stress kan er tevens voor zorgen dat je kindje veel huilt na de bevalling, een zogenaamde ‘huilbaby’. (AMC, 2006).
Uit de Amsterdam Born Children and their Development studie blijkt dat vrouwen die stress ervaren tijdens de zwangerschap, meer kans hebben op het krijgen van een huilbaby, een kindje dat overmatig huilt. Hoe meer stress, hoe meer kans.
– Stress geeft tevens een hoger risico op andere problemen.
Stress zou er voor kunnen zorgen dat het kindje zich langzamer ontwikkelt en problemen heeft met leren en concentreren. Tevens zou het kunnen zorgen voor angstproblemen, depressieve gevoelens en mogelijk ook autisme. (Science daily, 2008)

Tips om stress te voorkomen/beperken
Het klinkt makkelijk: probeer stress te voorkomen, maar zo makkelijk is het natuurlijk niet. Mogelijk kunnen deze tips je helpen.

1. Zwangerschap is geen ziekte, maar je kunt ook niet altijd alles meer wat je voorheen zonder problemen kon doen. Het is dus niet gek als je hulp nodig hebt, het is vaak wel een drempel die je over moet. Draag, indien mogelijk, taken over. Zowel in je werk als in je huishouden.

2. Ook op je werk lukt niet altijd alles meer. Zwaar psychisch of lichamelijk werk kan zorgen dat je harde buiken krijgt of veel stress ervaart. Ga in overleg met je werkgever. Je werkgever is er ook bij gebaat dat het werk goed afgerond wordt, dus is het prettig als jullie samen kunnen kijken wat er het beste bij je situatie past. Misschien kun je meer vanuit huis werken (minder reistijd) of kun je wat minder belangrijke taken overdragen.

3. Hoe moeilijk dat ook is: Durf nee te zeggen! Je bent niet meer enkel verantwoordelijk voor jezelf, maar ook voor je ongeboren kindje. Jullie zijn er beide niet bij gebaat als je je grenzen over gaat.

4. Zoek afleiding in leuke dingen. Hoewel je sommige taken misschien niet meer kunt, wil dit niet zeggen dat je jezelf alles moet ontzetten. Ga er op uit met vriendinnen, verzet je gedachten door leuke dingen te doen.

5. Wanneer je merkt dat je veel piekert, kan het helpen om ontspanningsoefeningen te doen of bijvoorbeeld mee te doen aan zwangerschapsyoga. Ook bewegingen kan helpen je stress te verminderen.

6. Neem voldoende rust. Jammer dan dat het huishouden vandaag niet helemaal aan kant is, maar het is wel zo prettig als je lekker in je vel blijft zitten. Zorg dus dat je voldoende tot rust komt. Vermoeidheid is een duidelijk teken van je lichaam om even tijd voor je zelf te maken. Creëer tijd voor een power nap of middagdutje en ga op tijd naar bed. Het kan ook helpen om ’s ochtends wat langer te blijven liggen, want de ervaring leert dat veel vrouwen dan juist beter kunnen slapen.

7. Merk je dat je er zelf niet meer uit komt: zoek professionele hulp. Je staat er niet alleen voor!

Conclusie
Een beetje stress hoort bij het leven en het lukt weinig mensen om dit helemaal te voorkomen, maar als de stress te lang blijft aanhouden of te veel ophoopt, spreken we van ongezonde stress. Deze ongezonde stress kan bij jezelf voor lichamelijke en psychische problemen zorgen, maar neemt ook risico’s voor het kindje met zich mee. Belangrijk is dus om stil te staan bij het gegeven dat je stress ervaart en te proberen dit stresslevel naar beneden te brengen.

pregnant-woman-2691410_960_720.jpg

Bronnen
AMC (2006)
Gevonden op het internet op 15 september 2016 via https://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Moeders-met-stress-krijgen-meer-huilbabys.htm

Laplante, D.P., Barr, R.G., Brunet, A., Galbaud Du Fort, G., Meaney, M.L., Saucier, J., Zelazo, P.R., & King, S. (2004). Stress During Pregnancy Affects General Intellectual and Language Functioning in Human Toddlers. Pediatric Research, 56, 400-10. Gevonden op het internet op 15 september 2016 via http://www.nature.com/pr/journal/v56/n3/full/pr2004225a.html

Lilliecreutz, C., Larén, J., Sydsjö, G., & Josefsson, A. (2016). Effect of maternal stress during pregnancy
on the risk for preterm birth. Biomed central. Gevonden op het internet op 12 september 2016 via http://bmcpregnancychildbirth.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12884-015-0775-x

Rondó, P.H.C., Ferreira, R.F., Nogueira, F., Ribeiro, M.C.N., Lobert, H., & Artes, R. (2002). Maternal psychological stress and distress as predictors of low birth weight, prematurity and intrauterine growth retardation. European Journal of Clinical Nutrition, 57, 266–27. Gevonden op het internet op 15 september 2016 via http://www.nature.com/ejcn/journal/v57/n2/full/1601526a.html

Psychische gezondheid (2017)
Gevonden op het internet op 20 oktober 2017 via https://www.psychischegezondheid.nl/wat-is-stress

Science daily (2008)
Gevonden op het internet op 15 september 2016 via https://www.sciencedaily.com/releases/2008/10/081027140724.htm

Osteopathie

Osteopathie is iets wat ik regelmatig aanraad aan onze zwangere en kraamvrouwen. Maar wat is dat nu eigenlijk, een osteopaat? Wat kan hij/zij doen? En hoe werkt het nu eigenlijk?

Wat is osteopathie?
Bij osteopathie richt de osteopaat zich op het vinden van mogelijke bewegingsbelemmeringen in weefsels en gewrichten. Deze bewegingsbelemmeringen kunnen in verband staan met een klacht, bijvoorbeeld rugpijn of darmklachten. Dit wil niet zeggen dat de klacht ook altijd op de plaats van de verminderde beweeglijkheid zit. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat er een verminderde beweeglijkheid zit in je bekken en dat dit zorgt voor buikpijn of andersom. Wanneer de osteopaat de functiestoornis in de beweeglijkheid gevonden heeft, gaat hij deze behandelen doormiddel van zijn handen. Door middel van manipulaties en spiertechnieken worden bewegingsbelemmeringen opgeheven. Hierdoor gaat het lichaam zichzelf genezen en verdwijnt de klacht. De osteopaat maakt geen gebruik van apparaten of medicijnen, maar puur zijn kennis van fysiologie, de anatomie, pathologie en neurologie in combinatie met zijn handen. Hij weet welke lichaamsdelen met elkaar in verbinding staan en hoe deze elkaar kunnen beïnvloeden. (NVO, s.a.; Optimum osteopathie, s.a.; IAOTV, 2017; Osteopathie Achten, 2016)

Indicaties
Er kunnen verschillende klachten zijn waarvoor je een osteopaat kunt raadplegen, zowel als je zwanger bent als straks met je baby’tje.

Moeder (Osteopathie Feijen, s.a.)
Doordat je zwanger bent, verandert er veel in je lichaam. Je buik begint te groeien, waardoor de organen in je buik een andere plek gaan innemen en er komt meer druk te staan op je rug en bekken. Vaak gaat dit goed, maar niet ieder lichaam is in staat om dit zonder klachten op te vangen. Osteopathie kan je lichaam helpen om terug in evenwicht te komen en meer ruimte en beweeglijkheid in je lichaam te creëren.
Osteopathie kan bijvoorbeeld helpen bij:
– Rugklachten
– Bekkenklachten
– Nek- en/of schouderklachten
– Harde buiken
– Maagzuur
– Misselijkheid
– Hoofdpijn

Ook na de zwangerschap kan osteopathie je helpen om de beweeglijkheid (bijvoorbeeld in je buik) te herstellen en je lichaam weer zichzelf te laten genezen. Denk hierbij aan klachten als: urineverlies, bekkenbodemklachten, nek/rugklachten, pijn bij je stuitje, doof gevoel in je handen en blaasontstekingen.

Baby (Osteopathie Achten, 2016)
Ook baby’s kunnen het tijdens de bevalling (bijv. na een vacuüm of juist na een hele snelle bevalling) of zwangerschap erg zwaar gehad hebben, waardoor ze veel stress in hun lichaam hebben en dus verminderde beweeglijkheid. Osteopathie kan helpen om klachten te verminderen. Denk hierbij aan klachten als: excessief huilen, onrustig kindje, obstipatie en reflux.

Wetenschappelijk onderzoek
Naar osteopathie is wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar voornamelijk bij rugpijn.  In 2009 is er een onderzoek gepubliceerd (Licciardone et al, 2009)  waarin duidelijk wordt dat osteopathie effect heeft op lage rugpijn tijdens de zwangerschap. Het zorgt ervoor dat lage rugpijn stopt of vermindert. Dit wordt tevens bevestigd in een klein Duits onderzoek in 2015. (Schwerla et al, 2015) Osteopathie bij andere klachten moet uitgebreider onderzocht worden om hiervan de effectiviteit te kunnen beoordelen.

Naar osteopathie bij baby’s is maar heel weinig onderzoek gedaan. We weten hierbij dus niet zeker of dit effectief is bij de pasgeborene of dat vermindering van klachten ergens anders vandaan komt. Het is nodig om hier meer onderzoek naar te doen.

Kosten
Door veel verzekeringen wordt osteopathie vergoed. Je hoeft hiervoor geen eigen bijdrage te betalen. (NVO, s.a.)

Behandeling
Wanneer je naar de osteopaat gaat lig je op de behandelbank, terwijl de osteopaat in eerste instantie enkel je lichaam onderzoekt. Na dit onderzoek worden de gevonden resultaten doorgenomen en wordt er een eventueel behandelplan opgesteld. Een behandeling duurt gemiddeld 45 minuten. Het is afhankelijk van de klacht en de tijd die je lichaam nodig heeft om de nieuwe bewegingsmogelijkheden te gebruiken, hoeveel behandelingen je nodig hebt. Je hebt geen verwijzing van een arts nodig om naar een osteopaat te gaan. (Optimum osteopathie, s.a.)

Conclusie
Osteopathie is een behandelwijze die in mijn ogen steeds meer in opkomst is. Het wordt bekender en daarmee ook toegankelijker. Er is wel onderzoek gedaan naar osteopathie, maar er is eigenlijk nog veel meer onderzoek nodig om de effectiviteit hiervan vast te leggen.

speaker-1024883_960_720.jpg
Bron: Jeffy @Pixabay

Bronnen

IAO TV (2017)
Gevonden op het internet op 11 september 2017 via http://www.osteopathie.eu/nl/osteopathie/wat-doet-een-osteopaat

Licciardone, J. C., Buchanan, S., Hensel, K. L., King, H.H., Fulda, K.G., & Stoll, S.T. (2009) Osteopathic manipulative treatment of back pain and related symptoms during pregnancy: a randomized controlled trial. American Journal of Obstetrics and Gynecology, 202(1).

NVO (s.a.)
Gevonden op het internet op 11 september 2017 via https://www.osteopathie.nl/over-osteopathie/

Optimum osteopathie (s.a.)
Gevonden op het internet op 11 september 2017 via http://www.optimum-osteopathie.nl/over-osteopathie/

Osteopathie Achten (2016)
Gevonden op het internet op 11 september 2017 via http://osteopathie-achten.nl/over-ons/over-osteopathie/

Osteopathie Feijen (s.a.)
Gevonden op het internet op 11 september 2017 via http://www.osteopathiefeijen.nl/Osteopathie-bij-zwangeren

Schwerla F., Rother, K., Rother, D., Ruetz, M., & Resch, K.L. (2015) Manipulative Therapy in Women With Postpartum Low Back Pain and Disability: A Pragmatic Randomized Controlled Trial. The Journal of the American Osteopathic Association, 115 (7).

De vlokkentest

Wanneer je een NIPT of een combinatietest hebt laten uitvoeren en hier een verhoogde kans uitkomt op een kindje met een trisomie, of wanneer je al een verhoogd risico hebt, kun je kiezen voor een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Maar wat is nu eigenlijk een vlokkentest?

Een vlokkentest
Bij een vlokkentest wordt er een klein stukje van de placenta weggenomen uit de baarmoeder. Dit gebeurt doormiddel van een dunne naald of tangetje/slangetje. Aangezien het weggenomen weefsel er uit ziet als vlokken, wordt dit de vlokkentest genoemd. (De verloskundige, s.a.; NPDN, 2010)

Het weefsel kan weggenomen worden via je buikwand, maar ook via de vagina. Dit is afhankelijk van de positie van de placenta in je baarmoeder en tevens van de ligging van de baarmoeder zelf. Op het moment van de vlokkentest wordt er een echo gemaakt om te kijken waar de placenta precies ligt en wordt de techniek bepaald. (NPDN, 2010; De verloskundige, s.a.) Na het lokaliseren van de positie wordt de echo gebruikt om de vlokken zo nauwkeurig mogelijk af te nemen. Wanneer de vlokken via de vagina afgenomen worden, wordt er een eendenbek gebruikt en gebruikt de gynaecoloog een dun tangetje om op geleide van de echo een klein beetje placentaweefsel af te nemen.
Wanneer de vlokken via de buikwand verwijdert worden, gebruikt de gynaecoloog een dunne naald om op geleide van de echo wat vlokken te verwijderen. Hierbij krijg je geen verdoving.

Het gaat om 20-50 mg placentaweefsel. Wanneer er te weinig weefsel is afgenomen (dit checken ze direct), kan het nodig zijn om nogmaals weefsel af te nemen. (NPDN, 2010)

Na het onderzoek krijgen Rhesus negatieve vrouwen anti-D toegediend om eventuele vorming van antistoffen te voorkomen doordat de kans op bloedcontact is toegenomen.
Wanneer het weefsel via je buik verwijdert is, kun je dezelfde dag wat last houden van een gevoelige buik. Wanneer het weefsel via je vagina verwijdert is, kun je enkele dagen last hebben van bloedverlies. Om die reden wordt er geadviseerd om de dag van het onderzoek thuis te blijven en zo min mogelijk te doen. (NPDN, 2010)

Indicaties (LUMC, s.a.)
Er zijn verschillende indicaties waarbij je kunt kiezen voor een vlokkentest:
– Een verhoogde uitslag uit de combinatietest: de kans is meer dan 1 op 200.
– Een afwijkende uitslag uit de NIPT.
– Op de echo worden afwijkingen gezien bij het kindje.
– Een of beide ouders is drager van een chromosoomafwijking.
– Ouders die ooit al een kindje hebben gekregen of zwanger zijn geweest van een kindje met een chromosoomafwijking.
– Ouders die een verhoogde kans hebben op een kindje met een erfelijke ziekte.

Termijn
De vlokkentest wordt verricht vanaf 11 en tot 14 weken zwangerschap. (De verloskundige, s.a; Erfelijkheid, s.a.)

Risico’s
De vlokkentest draagt een risico met zich mee. Door de vlokkentest krijg je een risico op een miskraam van 0,5%. (De verloskundige, s.a.)
Betrouwbaarheid (NPDN, 2010)
De vlokkentest is niet 100% betrouwbaar. De betrouwbaarheid is 98-99%. Dit wil zeggen dat bij 98-99% van alle onderzoeken de vlokken dezelfde chromosoomsamenstelling bevatten als de cellen van het ongeboren kindje. Dit wil zeggen dat er in 1-2% van alle gevallen het voor kan komen dat er op de placenta wel een chromosoomafwijking te zien is, maar bij het kindje niet, of andersom.
Dit kan er voor zorgen dat je kiest voor een zwangerschapsafbreking, omdat je kindje niet gezond is, terwijl dit in feite niet het geval is, je kindje heeft die chromosoomafwijking niet. Het kan er natuurlijk ook voor zorgen dat je gerustgesteld wordt, je kindje lijkt geen chromosoomafwijking te hebben, terwijl dit in de praktijk wel het geval is.

Het komt ook voor (1-2%) van alle testen dat er geen of een onduidelijke uitslag volgt. Er kan dan voor gekozen worden om de test nogmaals uit te voeren of om dan een vruchtwaterpunctie te laten verrichten.

Uitslag
De uitslag is afhankelijk van de test die er gedaan wordt. De snelle test geeft uitslag binnen 3 dagen. De uitgebreide test geeft een uitslag binnen 2 tot 3 weken. Dit is ook afhankelijk van de indicatie waardoor het onderzoek wordt uitgevoerd. De uitslag krijg je in de meeste gevallen van het ziekenhuis of het centrum waar de vlokkentest is uitgevoerd. (Erfelijkheid, s.a.; NPDN, 2010)

De uitslag geeft aan of je kindje een afwijking heeft of niet. Wanneer je kindje een afwijking blijkt te hebben, komen veel mensen voor een zeer moeilijke keuze te staan. Is dit kindje gewenst en kan dit kindje een plekje krijgen in jullie gezin of kiezen ze er toch voor om de zwangerschap niet uit te dragen? Soms kiezen mensen er voor om de vlokkentest enkel uit te voeren om zo te weten of hun kindje ziek is, zodat ze zich hierop kunnen voorbereiden door zich goed te laten informeren en bepaalde keuzes (bijv. plaats van bevallen) te maken.

Conclusie
De vlokkentest is geen standaard onderzoek. Deze test wordt enkel verricht op indicatie. De uitslag kan goed zijn, waardoor je gerustgesteld wordt, maar de uitslag kan er ook voor zorgen dat je voor een extreem moeilijke keuze komt te staan.

index
Bron: wikipedia

Bronnen

De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 21 augustus 2017 via http://deverloskundige.nl/zwangerschap/subtekstpagina/42/vlokkentest
Erfelijkheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 21 augustus 2017 via https://www.erfelijkheid.nl/kinderwens/vlokkentest

LUMC (s.a.)
Gevonden op het internet op 21 augustus 2017 via https://www.lumc.nl/org/verloskunde/patientenzorg/132898/132948/

NPDN (2010)
Gevonden op het internet op 21 augustus 2017 via http://www.npdn.nl/vervolgonderzoekVlokkentest.php

Infacol

Veel pasgeborene baby’s hebben er last van: darmkrampjes. Sta je dan als kersverse papa en mama met een huilend kindje in je armen die je niet stil krijgt, wat je ook probeert. Een heel machteloos gevoel waar je graag een oplossing voor vindt. Regelmatig hoor ik dan dat er Infacol wordt aangeraden. Wat is infacol? En veel belangrijker nog: helpt het echt tegen darmkrampjes?

Wat is Infacol?
Infacol zijn druppeltjes die je voor de voeding (zowel borst- als flesvoeding) kunt geven vanaf de geboorte. Deze druppeltjes zouden het effect hebben dat gasbelletjes die in de darmen van het kindje zitten aan elkaar gaan zitten zodat er grote gasbellen ontstaan. De darmen van het kindje zouden grotere gasbellen makkelijker kunnen afvoeren dan al die kleine gasbelletjes, waardoor krampen zouden verminderen. (Infacol, 2013)

Ingrediënten (De online apotheek, 2015)

1 Het hoofd bestandsdeel van Infacol is Simeticon. Simeticon is een middel dat gebruikt wordt bij een overmaat aan darmgassen. (BCFI, 2010; Laekeman et al, 2000)
2 Natriumsacharine: een zoetstof.
3 Hypromellose: een bevochtigingsmiddel.
4 Sinaaasappelsmaak.
5 methyl hydroxybenzoate: een conserveermiddel
6 propyl hydroxybenzoate: een conserveermiddel
7 Gezuiverd water

Veel middeltjes dus in deze Infacol, waarvan ik me afvraag of je dit echt al vanaf de geboorte aan je kindje wilt geven.

Wetenschappelijk onderzoek
Wanneer je kindje veel last heeft van darmkrampjes en je je zo machteloos voelt begrijp ik dat je op zoek bent naar een middeltje dat de krampjes verlicht. Wanneer je huisarts, verloskundige, kraamverzorgster of verpleegkundige dan Infacol aanraad, snap ik dat je dit wilt proberen.
Echter naar Infacol is al regelmatig (klein) onderzoek gedaan en daaruit is naar voren gekomen dat Infacol niet werkt tegen darmkrampjes. (NCJ, s.a.; Johnsen, Cocker & Chang, 2015) Het zou uiteraard het beste zijn als er nog groot onderzoek naar gedaan wordt, maar op dit moment lijkt Infacol niet te werken. Infacol zou net zo veel effect hebben als een placebo. (Metcalf, Irons, Sher & Young, 1994) Het lijkt er op dat het gas niet de oorzaak is van de krampjes, maar een symptoom van het inslikken van lucht en darmkrampen. Infacol zou dus, wanneer het enkel richt op de vermindering van gasontwikkeling, geen effectief hulpmiddel zijn om krampen te verminderen, enkel om het symptoom te verminderen: gas. (Roberts, Ostapchuk & O’brien 2004)

Conclusie
Darmkrampjes zijn heel erg vervelend. Je staat er bij en kijkt er naar en wil heel graag iets doen om de pijn te verlichten. Echter is Infacol geen middel wat ik zou aanraden. Dit middeltje heeft op dit moment volgens verschillende wetenschappelijke onderzoeken geen effect en tevens zitten er veel stofjes in die je je kindje (nog) niet zou moeten willen geven. Wat kun je dan wel doen? Lees hiervoor mijn post over darmkrampjes: https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2015/11/09/darmkrampjes/

 

9456683444_90cc24f7d4_o
Bron: Cheon Fong Liew @ Flickr

Bronnen
BCFI (2010) Gecommentarieerd geneesmiddelen repertorium.

De online apotheek (2015)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via http://www.de-online-apotheek.com/infacol-50-ml.html

Infacol (2013)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via http://www.infacol.nl/infacol.html

Johnson, J., Cocker, K., & Chang, E. (2015) Infantile Colic: Recognition and Treatment. American Family Physician, 92(7), 577-582.

Laeman, G., de Rijdt, T., de Vriese, V., Geukens, J., Jorens, P., Provost, C., Spitz, B., & van Gool, D. (2000) Geneesmiddelen bij zwangerschap deel 2. Leuven: Acco.

Metcalf, T.J., Irons, T.G., Sher, L.D., & Young, P.C. (1994) Simethicone in the Treatment of Infant Colic: A Randomized, Placebo-Controlled, Multicenter Trial. Pedriatics, 94(1).

NCJ (s.a.)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=805

Roberts, D.M., Ostapchuck, M., & O’brien, J. (2004) Infantile Colic. Am Fam Physician, 70(4), 735-740.

Foliumzuur

Wanneer je zwanger wilt worden of al zwanger bent, wordt er aangeraden om foliumzuur in te nemen. Maar wat is foliumzuur eigenlijk? En wat zijn de effecten van foliumzuur? En waarom raden ze aan om dit in te nemen?

Wat is foliumzuur?
Foliumzuur is een vitamine, deze wordt ook wel vitamine B11 genoemd. Foliumzuur komt van nature voor in voedingsmiddelen zoals groene bladgroenten, peulvruchten, volkorenproducten, zuivel, bananen, sinaasappelen en vlees, maar dan noemen we het Folaat. Foliumzuur is goed voor de aanmaak van bloedcellen, rode en witte, tevens is het belangrijk voor de groei. Ook voor de ontwikkeling van een ongeboren kindje is het belangrijk. (Voedingscentrum, s.a.)

Foliumzuur vs. Folaat
Foliumzuur is synthetische vitamine B11. Dit wil zeggen dat in supplementen een kunstmatige vitamine B11 is toegevoegd. Folaat is de natuurlijke vorm die in de voeding voorkomt, voornamelijk in groene bladgroenten. In veel landen wordt er geadviseerd om foliumzuur bij te nemen vanaf de kinderwens, maar deze synthetische vorm krijgt het lichaam niet goed omgezet, waardoor er te veel foliumzuur in je bloedbaan kan ophopen en er mogelijk ook negatieve nevenbevindingen zijn, zie het kopje ‘Te veel foliumzuur’. (A Healthy Life, 2015)

Aangezien foliumzuur dus niet gemakkelijk is voor je lichaam om dit te verwerken, zou het beter zijn om je lichaam te voorzien van voldoende Folaat. Folaat is de natuurlijk vorm van foliumzuur en kan je lichaam dus veel beter verwerken. Aangezien het lastig is om voldoende folaat uit voeding te krijgen, aangezien je dan grote hoeveelheden groene groenten en bijvoorbeeld veel lever moet eten, is het wijs om dit aan te vullen met supplementen. We weten nu dat foliumzuur dus niet goed bij te nemen is, maar je kunt ook de natuurlijke vorm bijnemen. Het is dan de kunst om te zoeken naar een supplement met 5-MTHF (5-methyltetrahydrofolaat). In multivitamine ga je deze niet tegenkomen, aangezien hier altijd foliumzuur aan is toegevoegd. (Kresser, 2012)

Folaat en zwangerschap
Folaat is niet enkel belangrijk voor ons als volwassenen, maar ook voor de ontwikkeling van het kindje. Folaat verkleint de kans op afwijkingen aan het zenuwstelsel (neurale buisdefecten) en ook op bijvoorbeeld een open gehemelte of hazenlip. De neurale buis is een structuur waaruit het ruggenmerg en de hersenen van het kindje gevormd worden. Een neurale buisdefect is bijvoorbeeld een open ruggetje of een open schedel. Een open ruggetje kan er voor zorgen dat het kindje lichamelijk en soms ook verstandelijk beperkt is. Een kindje met een open schedel overlijdt vrijwel altijd tijdens of na de bevalling.
Het zenuwstelsel wordt al vroeg in de zwangerschap gevormd.

Aangezien het lastig is om voldoende folaat binnen te krijgen om de kans op een neurale buisdefect te verkleinen, wordt er aangeraden om een folaat van 400 microgram bij te nemen tot en met de 10e zwangerschapsweek. (Voedingscentrum, s.a.; De verloskundige, s.a.) Wanneer een zwangere al eerder een kindje met een neurale buisdefect heeft gehad of een andere indicatie heeft, kan het zijn dat het nodig is om een nog hogere dosis in te nemen. (Straks zwanger worden, s.a.)

Folaat werkt samen met vitamine B12. Wanneer je dus supplementen inneemt met folaat is het belangrijk om ook vitamine B12 bij te gaan nemen. Als je dit niet doet, kun je een vitamine B12 gebrek krijgen. (Vitamine B12 tekort, s.a.)

Wetenschappelijk onderzoek
Vanuit onderzoek worden er verschillende mogelijke effecten gevonden, maar deze zijn nog niet goed aangetoond.

Positieve effecten

Verkleining kans neurale buisdefect
Dit is het enige bewezen positieve effect op dit moment. Uit onderzoek komt naar voren dat wanneer er gestart wordt met inname van 400 microgram folaat voor de conceptie, meer dan 50% van de neurale buisdefecten voorkomen kunnen worden. (American Academy of Pediatrics, 1999) Wanneer een zwangere al eerder een kindje heeft gehad met een neurale buisdefect en bij haar volgende zwangerschap al begint met het slikken van foliumzuur vanaf de kinderwens, wordt de kans op herhaling met 87% verkleind. (Grosse & Collins, 2007)

Dementie
Mogelijk zou er een verband zijn gevonden tussen een laag folaatgehalte en dementie, maar hier is nog niet voldoende onderzoek naar gedaan. (Voedingscentrum, s.a.)

Depressiviteit
Voldoende folaat inname zou een positief effect kunnen hebben op depressiviteit. (Voedingscentrum, s.a.)

Hart- en vaatziekten
Mogelijk zou voldoende folaat er voor zorgen dat je minder kans hebt op hart- en vaatziekten. (Voedingscentrum, s.a.)

Kanker
Mogelijk zou voldoende folaat beschermend kunnen zijn tegen darmkanker, maar te veel folaat zou juist het risico op darmkanker verhogen, alhoewel beide nog niet bevestigd zijn. Het lijkt dus belangrijk om zowel niet te veel als te weinig folaat in je lichaam te hebben. (Voedingscentrum, s.a.)

Negatieve effecten

Te veel foliumzuur
Te veel foliumzuur vanuit de voeding, folaat dus, vertoont geen negatieve effecten, maar te veel foliumzuur inname doormiddel van supplementen (>1000 microgram per dag), zou wel negatief kunnen zijn. Zo werd er mogelijk dus een verband gevonden tussen te veel foliumzuur en darmkanker. Ook zou een te hoog foliumzuur gehalte er voor kunnen zorgen dat afwijkingen aan het zenuwstelsel, bij mensen die een vitamine B12 te kort hebben, kunnen maskeren. (Voedingscentrum, s.a.)
Tevens zou een hoog foliumzuur gehalte mogelijk gelinkt kunnen worden aan autisme. (Webmd, 2016)

Obesitas
Mogelijk zou het doorslikken van foliumzuur na 10 weken een verhoogde kans geven op obesitas bij het kindje. Echter ook dit is op dit moment nog niet bewezen. (RTL Nieuws, 2017)

Conclusie
Foliumzuur is de synthetische vorm, Folaat is de natuurlijke vorm. Foliumzuur kost je lichaam veel moeite om dit om te zetten naar de actieve vorm, waardoor er veel kan ophopen in je bloedbaan met mogelijke negatieve effecten tot gevolg. Folaat wordt goed door je lichaam verwerkt, geeft geen ophoping en geen negatieve effecten. Ook deze kun je bijnemen met een supplement. Het is dus verstandig om te kijken naar supplementen met Folaat, zodat je kunt genieten van de positieve effecten van deze vitamine en niet hoeft stil te staan bij mogelijke nevenbevindingen.

FlattenedRoundPills

Bronnen
A Healthy Life (2015)
Gevonden op het internet op 17 juli 2017 via https://www.ahealthylife.nl/foliumzuur-versus-folaat-wat-is-het-verschil/

American Academy of Pediatrics (1999) Folic Acid for the Prevention of Neural Tube Defects. Pediatrics, 104(2). http://pediatrics.aappublications.org/content/104/2/325

De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 14 juli 2017 via http://deverloskundige.nl/zwanger-worden/subtekstpagina/14/foliumzuur/

Grosse, S.D., Collins, J.S. (2007) Folic acid supplementation and neurale tube defect recurrence prevention. Birth Defects Res A Clin Mol Teratol, 79(11), 737-42.

Kresser (2012)
Gevonden op het internet op 17 juli 2017 via https://chriskresser.com/folate-vs-folic-acid/
Straks zwanger worden (s.a.)
Gevonden op het internet op 14 juli 2017 via http://www.strakszwangerworden.nl/meer-weten/foliumzuur/foliumzuur-

RTL Nieuws (2017)
Gevonden op het internet op 14 juli 2017 via https://www.rtlnieuws.nl/gezondheid/te-lang-foliumzuur-slikken-tijdens-zwangerschap-verhoogt-kans-op-obesitas-bij-kinderen

Vitamine B12 tekort (s.a.)
Gevonden op het internet op 17 juli 2017 http://vitamineb12tekort.nl/vitamineb12-tekort-vraag-antwoord.php#foliumzuur

Voedingscentrum (s.a.)
Gevonden op het internet op 14 juli 2017 via http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/foliumzuur.aspx

Webmd (2016)
Gevonden op het internet op 14 juli 2017 via http://www.webmd.com/baby/news/20160511/too-much-folic-acid-in-pregnancy-tied-to-raised-autism-risk-in-study#1