Merry Christmas and a happy new year!

Lieve allemaal,
Via deze weg wil ik jullie allemaal een heel vrolijk en gezellig kerstfeest en en gelukkig, gezond en leerrijk nieuw jaar toewensen!

J N @Flickr
J N @Flickr
Advertenties

Externe versie bij stuitligging

Aan het begin van de zwangerschap liggen bijna alle kindjes in stuit, aangezien ze nog alle ruimte hebben in de baarmoeder om volop rondjes te draaien. In stuit liggen houdt in dat het kindje in plaats van met het hoofdje naar beneden, met de billen naar beneden ligt. Naarmate de zwangerschap vordert, draaien de meeste kindjes in hun gunstige positie, met hun hoofd naar beneden, maar er blijven altijd enkele kindjes over die het wel prima vinden met hun billen naar beneden. Dit vindt plaats bij 3 à 4 procent van alle zwangerschappen (Dörr, Khouw, Jacquemyn & Nijhuis, 2010).

Soorten stuitliggingen (Dörr et al, 2010)
Er zijn 3 verschillende soorten stuitliggingen. Een onvolkomen stuitligging, een volkomen stuitligging en een voetligging.
Onvolkomen stuitligging: Hierbij liggen de beentjes van het kindje omhoog richting het gezicht. Dit is ook vaak de reden dat kinderen die in stuit gelegen hebben, na de geboorte met hun benen omhoog blijven liggen. Dit is de meest voorkomende stuitligging.
Volkomen stuitligging: De bovenbeentjes liggen hierbij naar boven, maar de knieën zijn gebogen. De voeten liggen daardoor bij de stuit.
Voetligging: Een of beide benen liggen gestrekt. Een of twee voeten liggen dus richting de uitgang van het baringskanaal. Als het om slechts 1 been in voetligging gaat, kan het andere beentje net zo liggen als bij een onvolkomen stuitligging (met de voeten bij het gezicht) of als bij een volkomen stuitligging (knie gebogen, voet bij de stuit).

Redenen voor een stuitligging (Dörr et al, 2010; Kleiverda & Lambers, 2009)
Vaak is de reden waarom een kindje is stuit ligt (85 % van de keren), niet duidelijk, maar er zijn wel enkele situaties waarin de kans groter is op een kindje in stuitligging, zoals:
– Bij een meerlingzwangerschap
– Bij een vroeggeboorte (Kindje heeft nog geen tijd gehad om terug te draaien)
– Bij een groeiachterstand (Kindje is wat kleiner, waardoor het gemakkelijker kan draaien)
– Een afwijking bij het kindje, zoals een waterhoofd
– Een voorliggende placenta
– Een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken

En hoe gaat het dan verder?
Als je rond 33-35 weken zwangerschap hoort dat je kindje nog altijd in stuitligging ligt, kun je allereerst zelf proberen het kindje te laten draaien. Dit kun je doen door enkele keren per dag je billen hoger te plaatsen dan je hoofd. Je kunt bijvoorbeeld spelen op de vloer (op je knieën en leunend op je onderarmen) met een van je andere kinderen of je kunt op de bank gaan liggen met een dik kussen onder je billen. Op deze manier kantel je je bekken, waardoor de stuit van je kindje uit je bekken geplaatst kan worden. Heel belangrijk bij al deze manieren is dat je ontspant. Enkel als jezelf ontspant, ontspannen je spieren ook, waardoor er meer ruimte komt en dus meer mogelijkheid is tot draaien. (Spinningbabies, 2013). Maar als dit allemaal niet werkt, is er nog een optie om het kindje te laten kantelen, namelijk een externe versie ofwel een uitwendige kering.

Als je kindje rond 36 weken nog altijd in stuit ligt, is de kans zeer klein dat het nog terug draait. Dit komt, doordat het kindje blijft groeien en de ruimte in de baarmoeder dus steeds beperkter wordt. Op dat moment kun je kiezen voor een externe versie. Dit is uiteraard compleet je eigen keuze, maar indien je er niet voor kiest en je kindje niet meer spontaan draait, is er grote kans dat je een keizersnede moet ondergaan. Het is ook mogelijk om vaginaal te bevallen van een kindje in stuitligging in sommige gevallen, maar helaas gebeurt dit steeds minder. Er zitten risico’s aan het vaginaal bevallen van een kindje in stuit en niet alle gynaecologen willen deze risico’s nemen. In een van mijn volgende blogposts, zal ik hier verder over vertellen.

Externe versie
Bij een externe versie gebruikt de arts of de verloskundige zijn/haar handen om via de buik het kindje te laten draaien van stuitligging naar hoofdligging. De kans dat dit lukt, is ongeveer 53%. Als dit lukt, kun je gewoon normaal, vaginaal bevallen. Dit houdt dus ook in dat je gewoon thuis mag bevallen. Uit onderzoek is dan ook gebleken dat een externe versie het aantal keizersnedes vermindert (Hofmeyr & Kulier, 2012). Deze kering vindt plaats tussen de 36 en de 37 weken. Als dit voor 36 weken gebeurd, is er namelijk kans dat het kindje nog spontaan draait of juist spontaan weer terugdraait naar een stuitligging. Na 37 weken is de kans kleiner dat de kering lukt, aangezien het kindje dan al weer een stukje groter is. (Dörr et al, 2010).

Hoe gaat het in zijn werking?
De externe versie kan uitgevoerd worden door een verloskundige die hiervoor opgeleid is of door een arts. Voor de kering krijg je eerst een CTG om de harttonen van het kindje te controleren en wordt er via een echo even gekeken hoe het kindje ligt. Op sommige plekken krijg je een weeënremmend middel, zodat je baarmoeder niet zal gaan reageren op de plotselinge draaiing, dit vergroot de slagingskans. Dit middel zorgt er wel vaak voor dat je harstslag versnelt, wat erg akelig kan voelen. Hierna is het de bedoeling dat je zoveel mogelijk probeert te ontspannen. De arts of de verloskundige omvat met een hand de billen van het kindje en met de andere hand het hoofd. Zo probeert hij het kindje van positie te laten veranderen, als het ware door een koprol. Dit is geen prettig gevoel. Nadien wordt opnieuw de hartslag van het kindje gecontroleerd. (Kleiverda & Lambers, 2009).

Risico’s van de uitwendige versie
De risico’s van de moeder zijn eigenlijk amper aanwezig. Het is mogelijk dat je hartkloppingen krijgt van het weeënremmend middel, maar die gaan vanzelf weer over.
Er is een kleine kans dat de hartslag van het kindje even daalt tijdens de externe versie. Bij vrijwel alle kinderen herstelt dit snel na de kering. Bij minder als 1% zorgt dit ervoor dat er een spoedkeizersnede plaats moet vinden. (Kleiverda & Lambers, 2009).

Contra-indicaties (Dörr et al, 2010)
Niet iedereen komt in aanmerking voor een externe versie, omdat dit meer risico’s met zich meebrengt. Contra-indicaties voor een externe versie zijn:
– Een voorliggende placenta (kans op bloedingen of loslaten van de placenta)
– Een afwijkend CTG (het kindje vertoont minder goede harttonen)
– Groeivertraging van het kind (een externe versie is dan extra stressvol)

Factoren die de slagingskans vergroten (Dörr et al, 2010)
– Vroeger in de zwangerschap
– Een baarmoeder die goed ontspannen is
– Een vrouw die al eerder is bevallen (deze baarmoeders zijn vaak meer ontspannen)
– Geen obesitas
– Geen angst of stress (hierbij spannen je spieren aan)
– Voldoende vruchtwater
– Het kindje is nog niet ingedaald
– Volkomen stuitligging geeft meer slaginskans als een onvolkomen stuitligging
– Een kindje dat minder weegt als 4000 gram

Conclusie
Een externe versie kun je overwegen als je kindje nog in stuit ligt rond 36 weken. Het is een behoorlijke interventie, maar in mijn ogen weegt dit niet op tegen de nadelen van een keizersnede. Doormiddel van een geslaagde externe versie kun je alsnog vaginaal en eventueel thuis bevallen, waar veel minder complicaties aan kleven dan aan een keizersnede. De mogelijk complicaties van een keizersnede kun je teruglezen in een van mijn vorige posts. (https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2014/11/25/keizersnede-zonder-reden/)

@wikipedia
@wikipedia

Bronnen
Dörr, P.J., Khouw, V.M., Jacquemyn, Y., & Nijhuis, J.G. (2010). Obstetrische interventies. Amsterdam: Reed Business.

Hofmeyr, G.J., & Kulier, R. (2012) External cephalic version for breech presentation at term (Review). The Cochrane Library, issue 10, 1-28.

Kleiverda, G., & Lambers, M.D.A. (2009). Stuitligging. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Gevonden op het internet op 19 december 2014 via http://www.nvog.nl/Sites/Files/0000003293_STUITLIGGING.pdf

Spinning babies (2013)
Gevonden op het internet op 19 december 2014 via http://spinningbabies.com/baby-positions/breech-bottoms-up/305-body-work-for-breech

Benefits van borstvoeding

Borstvoeding begint terug wat aan populariteit te winnen, maar nog altijd is flesvoeding zeer populair. Persoonlijk ben ik een voorstander van borstvoeding. Flesvoeding wordt vaak zeer negatief benaderd door voorstanders van borstvoeding, maar dit vind ik erg ver gaan. Ik vind het belangrijk dat iedere vrouw wordt voorgelicht over de voordelen van borstvoeding, maar ik vind dat iedere vrouw zelf de keuze mag en moet maken over de vorm van voeding. Iedere moeder wil het beste voor zijn of haar kind. Of je dan kiest voor fles- of voor borstvoeding, dat blijft voor mij gelijk en verdient evenveel respect. Desalniettemin, wil ik wel graag de voordelen van borstvoeding verspreiden.

De voordelen
Uit verscheidene onderzoeken is aangetoond dat borstvoeding grote voordelen heeft voor moeder en kind, maar dit is een zeer breed begrip. Daarom zet ik alle grote voordelen hieronder op een rijtje. Geloof me, er zijn er nog veel meer, maar dit zijn de belangrijkste.

Voordelen voor kind
– Moedermelk past zich precies aan, aan de behoefte van het kind. Zo bevinden zich in moedermelk eiwitten, vetten, melksuiker, ijzer, mineralen, vitaminen, water en enzymen, in precies de juiste verhouding voor het kind. Zo kan het kindje optimaal groeien en ontwikkelen. (Medela, s.a.). Tevens is het zo dat moedermelk na een vroeggeboorte, precies is aangepast aan de behoefte van een te vroeg geboren kindje (Burby, s.a.). Zodat ook prematuren snel en goed kunnen ontwikkelen en groeien.
– Moedermelk bevat antistoffen. Deze antistoffen helpen het kind zijn afweersysteem op te bouwen en zorgt er voor dat het kind minder vaak en minder ernstig ziek is. Zo is er onderzocht dat een borstgevoed kind minder kans heeft op oorontstekingen, maagdarminfecties, bronchitis, longontsteking en hoge bloeddruk. Ze hebben mogelijk ook minder kans op het krijgen van overgewicht, een allergie, diabetes, jeugdkanker en de ziekte van Crohn. Tevens zou borstvoeding er voor zorgen dat het kind minder last heeft van eczeem en astma en een betere motorische en geestelijke ontwikkeling heeft. De moeder maakt ook antistoffen tegen ziektes die in de omgeving van moeder en kind aanwezig zijn. Zo zorgen deze antistoffen in de moedermelk ervoor dat het kind hier niet ziek door zal worden. (Medela, s.a.; Burby, s.a.; lactatie, s.a.).
– Borstvoeding bevordert de hechting tussen moeder en kind. Tijdens het voeden komt het hormoon oxytocine vrij, wat de hechting tussen moeder en kind stimuleert. (Burby, s.a.; lacatatie, s.a.).
– Minder kans op wiegendood. Elke maand dat er borstvoeding gegeven wordt, zorgt er voor dat het kind 50% minder kans heeft op wiegendood dan met kunstvoeding. (Burby, s.a.; lacatatie, s.a.).
– Borstvoeding bevredigt de emotionele behoefte van het kind. Ieder kind wil geknuffeld en vastgehouden worden. Deze emotionele behoefte kan zowel met borstvoeding als kunstvoeding bevredigd worden, maar vaak gebeurd het bij kunstvoeding al snel dat het kind zelf de fles vasthoudt. Op deze manier is er ook minder lichamelijk contact dan met borstvoeding. (Burby, s.a.).
– Borstvoeding helpt het spijsverteringskanaal zich optimaal te ontwikkelen. Borstvoeding is lichtverteerbaar en zorgt er ook voor dat de eerste plakkerige ontlasting, gemakkelijker door de darmen heen naar buiten kan komen. (Burby, s.a.).

Voordelen voor moeder
– Sneller herstel van de bevalling. Tijdens de borstvoeding komt het hormoon oxytocine vrij. Dit zorgt er voor dat de baarmoeder beter samentrekt en verkleint hiermee de kans op bloedingen. Dit zorgt zowel bij een natuurlijke bevalling als bij een keizersnede voor een sneller herstel. (La Leche League, 2014; Burby, s.a.).
– Sneller terug op het oude gewicht. Het geven van borstvoeding kost je 500 kilocalorieën per dag. Zo kom je sneller terug op je gewicht van voor de zwangerschap. Je kunt natuurlijk niet 500 kilocalorieën per dag kwijt raken, dus wordt een deel hiervan ook ingevuld door extra, voedzame voeding en door rust te nemen tijdens het voeden. (Burby, s.a.; La Leche League, 2014).
– Kleinere kans op het krijgen van borst- en eierstokkanker. Hoe langer men borstvoeding geeft en aan hoe meer kinderen, hoe meer de kans op borstkanker afneemt. Voor een lager risico op eierstokkanker, maakt het niet uit hoe lang je voedt. Zelfs als je maar kort borstvoeding geeft, neemt het risico af. (Burby, s.a.; La Leche League, 2014).
– Tijdens de borstvoeding komt er ‘s nachts een hormoon vrij, cholecystokinine, wat er voor zorgt dat zowel moeder als kind beter slapen (La Leche League, 2014).
– Minder kans op het krijgen van osteoporose (botontkalking) op latere leeftijd, doordat de botdichtheid sterker wordt tijdens het geven van borstvoeding (La Leche League, 2014).
– Later ongesteld na de bevalling, aangezien de vruchtbaarheid tijdens het geven van borstvoeding meestal pas later terugkomt. De menstruatie keert meestal pas na elke maanden terug. (La Leche League, 2014).
– Borstvoeding is gratis, altijd bij de hand en op de juiste temperatuur (Burby, s.a.)

Conclusie
Borstvoeding heeft zeer veel voordelen ten opzichte van kunstvoeding en ik heb ze hier niet eens allemaal genoemd. Toch is borstvoeding niet voor iedereen passend en het lukt ook niet bij iedereen en dat hoeft ook niet, aangezien we een goed alternatief hebben. Uiteraard kost borstvoeding in het begin veel tijd en moeite (niet bij iedereen trouwens), maar uiteindelijk is het het wel waard.

jpedraza @pixabay
jpedraza @pixabay

Bronnen
Burby, L. (s.a.) 101 redenen om borstvoeding te geven. Gevonden op het internet op 15 december 2014 via http://www.borstvoeding.com/voorjebegint/motivatie/101reden.html

Lacatatie (s.a.)
Gevonden op het internet op 15 december 2014 via http://www.lactatie.info/voordelen-voor-kind

La Leche League (2014)
Gevonden op het internet op 15 december 2014 via https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/149-energiebelasting-en-voordelen-borstvoeding-voor-li

Medela (s.a.)
Gevonden op het internet op 15 december 2014 via http://www.medela.com/BX/nl/breastfeeding/good-to-know/breastfeeding-benefits.html

Standaard vitamine K

Iedere pasgeborene in Nederland, en in vele andere landen, krijgt vitamine K toegediend direct na de geboorte. Tevens moeten alle baby’s die borstvoeding krijgen ook nog gedurende de eerste 3 maanden vitamine K druppels krijgen. Althans, dit vinden velen. Hun redenering is dat alle baby’s geboren worden met een te kort aan vitamine K, maar dit klinkt toch niet logisch? Hoe kan nou elke baby met te weinig vitamine K geboren wordt? Klopt die redenering wel?

Vitamine K direct na de geboorte
Elke baby die geboren wordt in Nederland krijgt vitamine K. Vaak wordt dit tussen neus en lippen door nog even aan de ouders verteld, maar om toestemming wordt er eigenlijk nooit gevraagd. Op deze manier zijn ouders er dus van overtuigd dat dit hoort. Als er dan nog informatie wordt gegeven over deze toediening van vitamine K, wordt er altijd verteld dat een baby geboren wordt met te weinig vitamine K in zijn of haar lichaam. Laten we even eerlijk zijn, dit klinkt toch niet logisch? Hoe zouden nou alle kinderen geboren kunnen worden met te weinig vitamine K? Is het dan niet zo dat dat gewoon hun normale hoeveelheid is?

Omdat baby’s dus geboren zouden worden met te weinig vitamine K, zouden ze meer kans maken op een inwendige bloeding. Vitamine K helpt namelijk bij de bloedstolling. (Voedingscentrum, s.a.). Ik vraag me af of dit wel klopt. Ik kan me voorstellen dat als er een kindje geboren wordt met behulp van een vacuüm of tang (of een andere vorm van een traumatische geboorte, zoals een inwendige elektrode, het kunstmatig breken van de vliezen, vlug afnavelen, afnavelen in de vagina etc.), het snel zijn hoeveelheid vitamine K opgebruikt. Zo’n geboorte is namelijk niet bepaald natuurlijk te noemen. Ik kan me dan ook indenken dat zulke kindjes na de geboorte wel wat extra vitamine K kunnen gebruiken, maar waarom zou een kindje na een gewone geboorte meer kans maken op een bloeding? (Wickham, 2001). Uit onderzoek is gebleken dat van alle kindjes die geen vitamine K krijgen toegediend na de geboorte, 1 op de 10.000 tot 1 op de 25.000 een bloeding oploopt. (Von Kries & Hanawa, 1993) Dit komt ook overeen met de werkelijk gemeten aantallen in Groot-Brittannië tussen 1988 en 1990. Dit kwam namelijk uit op 1 op de 22700. (Dekker, 2014). Het risico is dus zeer klein. Waar we ook even bij stil moeten staan is dat er voor zo’n onderzoek erg veel moeders en baby’s verzameld moeten worden en dit kan het beste in het ziekenhuis. Een geboorte in het ziekenhuis is anders. Zo’n geboorte is veel medischer, daar wordt sneller ingegrepen en verloopt nooit volkomen natuurlijk. Ik vermoed dat dit er ook voor zorgt dat het aantal mogelijk gevallen van bloedingen stijgt. (Wickham, 2001).

Hoe zou het eigenlijk komen volgens al die voorstanders van vitamine K dat alle kinderen geboren worden met te weinig vitamine K? (Voedingscentrum, s.a.)
– Vitamine K kan niet door de placenta heen van moeder naar kind
– Door een onvoldoende hoeveelheid darmbacteriën kan het kind zelf nog onvoldoende vitamine K aanmaken
Het zou dus liggen aan de natuur zelf. Niet aan onvoldoende inname van moeder, niet aan veranderende systemen of zoiets dergelijks, maar de natuur zou dit zelf zo bedacht hebben, wat mij persoonlijk erg onwaarschijnlijk lijkt.

Het inbrengen van kunstmatige vitamine K kan ook nog een risico met zich meebrengen. Zo beweren enkele onderzoeken dat dit mogelijk een kans op kanker met zich mee zou kunnen brengen (zelfs een groter risico op kanker als op een bloeding zonder vitamine K). Hier zijn meer studies voor nodig om dit werkelijk te kunnen bevestigen of te kunnen verwerpen, maar vitamine K is dus nog niet volledig veilig te noemen totdat er meer onderzoek is gedaan. (Wickham, 2001; The Healty Home Economist, 2010).

Vitamine K bij borstvoeding
Een ander vaak gehoorde stelling. ‘Borst gevoede baby’s krijgen te weinig vitamine K binnen.’ Dus met andere woorden, in borstvoeding zit te weinig vitamine K voor een baby en dus moeten we het kind vitamine K bijgeven. Dus de natuur heeft er niet alleen voor gezorgd dat een kindje met te weinig vitamine K geboren wordt, maar dat de natuurlijke voedingsbron van een pasgeborene ook nog te weinig vitamine K bevat?

Dit idee berust zich op vroegere situaties in Nederland waar gemiddeld 10 keer per jaar een inwendige bloeding werd geconstateerd bij een borstgevoede baby door vitamine K tekort. Hierbij is niet onderzocht waarom deze kindjes vitamine K te kort hadden, maar werd er simpelweg geconcludeerd dat de gemeenschappelijke factor borstvoeding dus de oorzaak was. Veel waarschijnlijker is dat deze kinderen iets mankeerde, waardoor ze te weinig vitamine K konden opnemen. (Bon, s.a.).

Tevens is er een onderzoek gedaan naar dit gegeven, maar dit onderzoek werd uitgevoerd in een situatie waar er een tijdslimiet aan borstvoeding zat, de voedingen beperkt werden en werd er vaak geen colostrum (eerste melk gedurende de eerste dagen na de geboorte) gegeven aan de kindjes. (Wickham, 2001). Dit onderzoek zou dus heel anders uit kunnen pakken als er gewoon gevoed werd op verzoek en zonder regels.

Bovendien is het helemaal niet zo dat er geen vitamine K zit in borstvoeding zoals je vaak leest. In colostrum zit erg veel vitamine K (misschien juist om eventueel te helpen bij een traumatische bevalling) en ook in de melk daarna zit vitamine K. (Bon, s.a.)

Conclusie
– Een kind wordt geboren met een laag vitamine K gehalte (ofwel voor het kind dus normaal), maar indien een bevalling zonder ingrijpen door medici verloopt, heeft een kind hier voldoende aan.
– Medisch ingrijpen tijdens de bevalling, kan er voor zorgen dat een kind zijn hoeveelheid vitamine K snel opgebruikt en dus een tekort vertoont.
– Bloedingen treden zeer zeldzaam op als er geen vitamine K gebruikt wordt.
– Risico’s van vitamine K zijn nog niet goed onderzocht
– Borstvoeding bevat wel vitamine K!

Overwegingen
Het is niet zo dat ik alle ouders wil overtuigen om vooral geen vitamine K te accepteren na de geboorte, maar ik zie wel graag dat ouders de opties afwegen. Vaak wordt er enkel de medische kant van vitamine K uitgelegd en weten ouders helemaal niet dat je vitamine K niet per se hoeft te geven en dat het ook zeker niet verplicht is. Het is een keuze van de ouders zelf, maar om een goede keuze te maken is het wel nodig dat het onderwerp van alle kanten belicht is.

{ pranav } @Flickr
{ pranav } @Flickr

Bronnen
Bon, A. (s.a.) Welke vitamines moet ik naast de borstvoeding geven? Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.borstvoeding.com/voedselintroductie/vitaminen/extra.html

Dekker, R. (2014) Evidence for the Vitamin K Shot in Newborns. Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://evidencebasedbirth.com/evidence-for-the-vitamin-k-shot-in-newborns/

The Healthy Home Economist (2010)
Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.thehealthyhomeeconomist.com/skip-that-newborn-vitamin-k-shot/

Wickham, S. (2001) Vitamine K: A flaw in the blueprint? Midwifery Today, 56, 39-41. http://sarawickham.com/wp-content/uploads/2011/10/a1-vitamin-k-a-flaw-in-the-blueprint2.pdf
Voedingscentrum (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-k.aspx

Von Kries, R., & Hanawa, Y. (1993) Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 69, 293-95.

Het breken van de vliezen

Tijdens je bevalling wordt er nog zeer regelmatig overgegaan op het breken van de vliezen, maar waarom zou je dat doen? En wat voor nut hebben de vliezen tijdens de bevalling? Zijn er andere opties?

Spontaan breken van de vliezen
Meestal (vrijwel altijd) breken je vliezen spontaan tijdens de bevalling. Soms breken ze al voordat je weeën hebt en merk je door het breken van de vliezen dat je bevalling begonnen is. Vaker breken ze tijdens de bevalling, als de weeën al op gang zijn. (de verloskundige, s.a.).

Nut van vliezen tijdens bevalling
De vliezen kunnen erg nuttig zijn tijdens de bevalling. De vliezen (en het vruchtwater) beschermen je baby tijdens de bevalling, bijvoorbeeld tegen de heftige weeën, maar ook tegen infecties. Tevens geven de vliezen extra druk op de baarmoedermond, waardoor deze de ontsluiting een handje helpen. Als laatste zorgen de vliezen er ook voor dat de navelstreng niet kan uitzakken. Dit is een complicatie, waarbij de navelstreng door de vagina naar buiten zakt. Het hoofdje drukt dan op de navelstreng, waardoor het kindje te weinig zuurstof binnenkrijgt. (De verloskundige, s.a.; Bogaerts, Geerdens & Gooris, 2009).

Waarom kunstmatig vliezen breken?
Tegenwoordig wordt er helaas vaak voor gekozen om de vliezen kunstmatig te breken, als ze zelf nog niet gebroken zijn. Op de een of andere manier denken zorgverleners vaak dat de vliezen nu eenmaal moeten breken tijdens de weeën en dat ze niet spontaan zullen breken naarmate de baring vordert. Of ze denken dat de baring sneller verloopt als je de vliezen breekt. Dit zijn 2 grote misverstanden.
– De vliezen kunnen prima breken tijdens het persen en zelfs dat is geen noodzaak. Een kindje kan ook prima in de vliezen geboren worden.
– Uit onderzoek is gebleken dat het routinematig breken van de vliezen de baring niet versnelt (KNOV, 2013).
Kortom er is geen enkele reden om de vliezen routinematig te breken! Het is zelfs zo dat het kunstmatig breken van de vliezen, voordat mevrouw 3 cm ontsluiting heeft bereikt, zinloos is en kan zorgen voor onnodige interventies, zoals bijstimulatie of een keizersnede (KNOV, 2006).

Een andere reden voor het breken van de vliezen is een baring die niet vordert, hoewel dit nog niet bewezen nuttig is (KNOV, 2006). Het is mogelijk dat het er voor zorgt dat de bevalling beter vordert, maar zeker weten doen we het niet.

Het breken van de vliezen is een behoorlijke interventie. Je moet opnieuw vaginaal onderzoeken, wat geen enkele vrouw prettig vind. Tevens brengt het ook risico’s met zich mee, zoals een infectie of de uitzakking van de navelstreng. Om die redenen ben ik dan ook huiverig voor het toepassen van het breken van de vliezen bij een ‘langzamere baring’ (standaard doe ik het sowieso al niet!).  Ik ben er van overtuigd dat elke vrouw op haar eigen manier baart en je dus geen tijd op de baring kunt plakken. Als je merkt dat de baring echt stagneert, kun je ook andere opties proberen, voordat je overgaat op het breken van de vliezen. Zo zijn het geven van extra mentale steun, het nemen van een bad, het wisselen van houding, even wat eten of drinken (afleiding), tepelstimulatie en het legen van de blaas of het rectum, wel al nuttig gebleken bij een trager verloop van de baring (KNOV, 2006).

Helaas denken veel zorgverleners er anders over. Zij proberen deze methodes niet eens, maar gaan gelijk over op het breken van de vliezen (NVOG, 2006). Bij een echte niet vorderende baring, is het zo dat mevrouw naar het ziekenhuis moet. In het ziekenhuis is het eerste wat ze doen toch het breken van de vliezen, ook al is het nog niet bewezen nuttig. Ik zou er dus voor kiezen om bij een thuisbevalling eerst de andere opties te proberen en als dit niet werkt alsnog de vliezen te breken. Op die manier heb je toch nog de kans om thuis af te wachten of het breken van de vliezen bij deze mevrouw zin heeft.

Conclusie
Als een zorgverleners zomaar besluit je vliezen te breken, terwijl je bevalling eigenlijk nog prima verloopt, schroom niet om er iets van te zeggen (ook handig dit op te nemen in je bevallingsplan!). Het is niet nodig en niet nuttig! Als je merkt dat je bevalling wat stagneert of wel erg traag verloopt, wees niet bang. Elke bevalling verloopt op zijn eigen manier. Willen ze je vliezen gaan breken om deze reden? Je kunt altijd eerst voorstellen om bijvoorbeeld in bad te gaan, te veranderen van houding of eens te gaan plassen. Wie weet is dit net het zetje wat je nodig hebt.

Lisa Williams @Flickr
Lisa Williams @Flickr

Bronnen:
Bogaerts, A., Geerdens, L., & Gooris, F. (2009). Normale baring en kraambed (3e dr.). Antwerpen: Garant.

De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 4 december 2014 via http://deverloskundige.nl/bevalling/subtekstpagina/135/vliezen-breken/

KNOV (2006) Niet-vorderende ontsluiting: Aanbevelingen voor verloskundig beleid, begeleiding en preventie. Gevonden op het internet op 4 december 2014 via http://www.knov.nl/fms/file/knov.nl/knov_downloads/455/file/KNOV-Standaard%20Niet%20vorderende%20ontsluiting.pdf?download_category=overig

KNOV (2013)
Gevonden op het internet op 4 december 2014 via http://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-
overzicht/detail/routine-amniotomie-verkort-de-duur-van-de-baring-niet/1144

NVOG (2006)
Gevonden op het internet op 4 december 2014 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=689

Moeders voor Moeders: kleine moeite, groot plezier!

Niet voor alle vrouwen is het vanzelfsprekend om zwanger te worden. Zij kampen met (vaak) vruchtbaarheidsproblemen en moeten veel vervelende onderzoeken en behandelingen ondergaan. En zelfs dan is het nog niet zeker dat ze überhaupt wel een kindje gaan krijgen. De vruchtbaarheidsbehandelingen waar deze koppels mee te maken krijgen, gaan vaak gepaard met het spuiten van hormonen. Het is al ontzettend vervelend om zomaar jezelf te moeten volspuiten met hormonen, maar hoe vervelend is het dan als blijkt dat deze hormonen niet beschikbaar zijn? Als blijkt dat er te weinig hormonen verzameld zijn, waardoor jij niet verder kunt met je vruchtbaarheidsbehandelingen? Hoe machteloos moet je je dan voelen..

Moeders voor Moeders doet er alles aan om voldoende hormonen te verzamelen, maar deze organisatie kan best wel een beetje promotie gebruiken, want het gebeurd helaas dus nog regelmatig dat er te weinig hormonen zijn.

Verzamelen van hormonen (Moeders voor Moeders, 2014)
Moeders voor Moeders is een landelijke organisatie, die hormonen verzameld voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Dit hormoon (hCG) wordt gehaald uit de urine van zwangere vrouwen. Wanneer deze hormonen zijn verzameld, worden er geneesmiddelen van gemaakt die gebruikt worden bij vruchtbaarheidsbehandelingen, bijvoorbeeld Pregnyl.

Hoe werkt het? (Moeders voor Moeders, 2014)
Het is de bedoeling dat je je urine opvangt. Hiervoor krijg je van Moeders voor Moeders een opvangkannetje en 2 krat met elk 4 flessen. In deze flessen bewaar je de urine. Het is dus mogelijk om elke dag een nieuwe fles te gebruiken, wel zo prettig in verband met de luchtjes! Het is dus inderdaad wel de bedoeling dat je de urine opvangt. Als op je werk bijvoorbeeld nog niemand weet dat je zwanger bent, kun je het materiaal gewoon in een tas meenemen naar het toilet. Zat vrouwen die met hun tas naar het toilet vertrekken, denk maar aan je eigen menstruaties!

Elke week worden de kratten weer opgehaald door een bestelwagen zonder reclame voor Moeders voor Moeders erop.  Dus als je je zwangerschap nog even geheim wilt houden, kan dit prima. Niemand zal weten dat deze kratten bij je opgehaald worden. Tevens hoef je niet thuis te blijven. Je kunt met de koerier afspreken waar je ze plaatst, zodat deze ze gemakkelijk kan vinden.

Inschrijven (Moeders voor Moeders, 2014)
Als je mee wilt doen met Moeder voor Moeders, moet je er wel snel bij zijn. Je kunt je namelijk slechts inschrijven tot en met je 11e zwangerschapsweek. Je kunt meedoen vanaf je 6e zwangerschapsweek tot aan je 16e zwangerschapsweek. Dit is het geval, omdat je in deze periode simpel het grootst aantal zwangerschapshormonen in je urine hebt zitten.

Het is dus een hele kleine moeite om gedurende een korte periode urine op te vangen en je kunt er zoveel koppels gelukkig mee maken! Hoe fijn is het dat je je eigen geluk nu met iemand anders kunt delen. Vele vrouwen zijn je al voor gegaan, doe jij het ook?

Steven Dopolo @Flickr
Steven Dopolo @Flickr

Bron:
Moeders voor Moeders (2014)
Gevonden op het internet op 4 december 2014 via http://www.moedersvoormoeders.nl/

Geboorteplan

Nog lang niet alle aanstaande ouders zijn op de hoogte van een geboorteplan, terwijl een geboorteplan eigenlijk een heel handig hulpmiddel is, zowel voor jezelf en je partner als voor de zorgverleners.

Wat is een geboorteplan?
(de verloskundige, s.a.; Spruit, 2009; Cicli, s.a)
Een geboorteplan is eigenlijk een lijst waarin je al jou wensen rondom de bevalling opneemt. Op deze manier maak je dit kenbaar aan jezelf, maar ook aan je partner en alle hulpverleners. Deze wensen kunnen heel uiteenlopend zijn en daardoor niet vanzelfsprekend voor de hulpverleners. In een geboorteplan worden vaak de volgende onderwerpen opgenomen:
Bevalling
– Plaats van bevallen: thuis, geboortecentrum, ziekenhuis
– Sfeer rondom de bevalling: muziek, kaarsjes, wierrook, gedimd licht..
– Begeleiding tijdens de bevalling: wie wil je erbij hebben? Partners, ouders, vrienden, vriendinnen, verloskundige..
En wanneer wil je dat zij je komen begeleiden?
– Op wat voor manier wil je je weeën opvangen? Staand, liggend, in bad, onder de douche, lopend, op bed, op de bank, wiegend, op de baarkruk, op de bal..
– Op wat voor manier wil je omgaan met pijn? Warmte, afleiding, ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen hypnobirthing, ontspannende handeling: massage, muziek, geurtjes…
Ziekenhuis
– Als de pijn je teveel wordt, wil je dan over op medicamenteuze pijnstilling?
Zo ja, wat voor soort medicamenteuze pijnstilling? Ruggenprik, pethidine, remifentanil…
– Wat vind je van interventies zoals een infuus, een keizersnede, een kunstverlossing (vacuüm), een knip, het breken van de vliezen, een CTG, een inwendige elektrode, inwendig vaginaal onderzoek?
– Wat zijn je wensen als het toch uitloopt op een keizersnede?
– Wie gaat er mee? Skin-to-skin contact? Kennismaking met je kindje?
– Als je in het ziekenhuis verblijft na je bevalling, heb je speciale wensen?
– Voeden op verzoek, altijd op dezelfde kamer…
– Als je kindje onverwachts toch van je gescheiden moet worden in verband met gezondheidsproblemen, heb je hierin speciale wensen?
– Bepaalde knuffeltjes die mee moeten, bepaalde belangrijke gebruiken..
Pasgeborene
– Welke voeding wil je je kindje geven? Borstvoeding/flesvoeding
– Wat vind jij belangrijk direct na de geboorte? Huid op huid contact, direct borstvoeding, wie knipt de navelstreng door, direct gewassen of niet…

Belang van een geboorteplan (de verloskundige, s.a.; Spruit, 2009)
Een geboorteplan geeft jezelf inzicht in jouw wensen rondom jouw bevalling. Hoewel jouw wensen voor de bevalling nog zo duidelijk kunnen zijn, het is niet altijd gemakkelijk om deze ook duidelijk te maken tijdens de bevalling zelf. Soms bevind je je helemaal in je eigen cocon of gaat het allemaal veel te snel om duidelijk te maken wat je wilt. Voor je verloskundige kan een geboorteplan erg handig zijn. Zij hoeft op momenten niet meer nadrukkelijk te vragen naar je wensen, aangezien ze deze al kent. Zo kan zij hier gemakkelijker rekening mee houden. In het ziekenhuis wordt er niet altijd naar een geboorteplan gekeken, aangezien ze daar vaak wisselen van dienst. Daarom is het ook belangrijk dat je partner op de hoogte is van je wensen en deze naar voren kan brengen tijdens de bevalling, als je dit zelf niet lukt.

Bespreken van geboorteplan
Het geboorteplan bespreek je met je eigen verloskundige. Zij kan ook aangeven of jouw plan reëel is of niet en kan zo extra tips en adviezen geven. Als je in het ziekenhuis bevalt kun je het geboorteplan ook afgeven aan de dienstdoende zorgverlener, zodat deze het alvast kan doorlezen en in je dossier kan stoppen.

Belangrijk!
Geen enkel geboorteplan is bindend. Niet voor jezelf, maar ook niet voor de zorgverlener. Als je tijdens de bevalling toch merkt dat je bepaalde dingen anders wilt, is dat geen probleem. Maar het is ook zo dat als er tijdens je bevalling er iets gebeurd waardoor jij of je kindje een risico loopt, de zorgverlener van het plan kan afwijken.

Voorbeelden van geboorteplannen kun je vinden op http://deverloskundige.nl/bevalling/tekstpagina/30/geboorteplan/ en op http://www.cicli.nl/voorbeeld_en_ervaring.htm

J.K. Califf @Flickr
J.K. Califf @Flickr

Bronnen:
Cicli (s.a.)
Gevonden op het internet op 2 december 2014 via http://www.cicli.nl/voorbeeld_en_ervaring.htm

De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 2 december 2014 via http://deverloskundige.nl/bevalling/tekstpagina/30/geboorteplan/

Spruit, J. (2009) Een geboorteplan voor je bevalling. Gevonden op het internet op 2 december 2014 via http://kiind.nl/articles/72/Eengeboorteplan.html