Bekkenbodem na de bevalling

Na de bevalling kan het lastiger zijn om je urine op te houden. Je bekkenbodem heeft een flinke klap gehad door de zwangerschap en door de bevalling en het is dus goed om je hier weer even op te gaan focussen. Hoe werkt je bekkenbodem? Welke klachten kun je hiervan krijgen? Wanneer schakel je een bekkenfysiotherapeute in?

Wat is je bekkenbodem? (Bekkenbodem online, s.a.; Pro Fundum Instituut, 2018)
Je bekkenbodem is een verzamelnaam voor het bindweefsel en de spieren die aan de onderzijde van je bekken liggen. Deze zorgen er samen voor dat je organen onderin je lichaam op zijn plek blijven. Het vormt een soort hangmat. Tevens zorgt je bekkenbodem er voor dat je bekken aan de onderkant wordt afgesloten.

De spieren in je bekkenbodem bevinden zich in verschillende samenwerkende spierlagen. Over een deel van deze bekkenbodem heb je geen controle, maar een ander deel kun je wel bewust aanspannen of ontspannen. Dit doe je bijvoorbeeld als je gaat plassen.

Door de bekkenbodem van de vrouw lopen er 3 buizen: de plasbuis, het rectum en de vagina. De plasbuis en het rectum hebben daarbij nog extra spieren die er voor zorgen dat deze worden afgesloten van water en lucht. Een groot deel hiervan wordt gecontroleerd door je hersenen.

Functie van de bekkenbodem (Bekkenbodem online, s.a.; Pro Fundum Instituut, 2018)Wanneer je bekkenbodem werkt naar behoren:
– Zakken organen niet uit
– Kun je urine en ontlasting ophouden, ongeacht je bezigheden (hoesten, sporten, wandelen)
– Kun je windjes ophouden
– Kun je gemeenschap hebben zonder pijn
– Kun je je ontlasting normaal en volledig kwijt
– Kun je je blaas goed leeg plassen

Wanneer je bekkenbodem niet werkt zoals de bedoeling is kan dit 3 verschillende oorzaken hebben:
– Je bekkenbodem is te sterk
– Je bekkenbodem is te zwak (na de bevalling is dit het geval)
– Je bekkenbodem coördinatie werkt niet optimaal (de spieren weten niet goed wanneer te reageren)

Na de bevalling
Je bekkenbodem heeft het tijdens de zwangerschap zwaar te verduren. Er staat flinke druk op en het steunweefsel verslapt onder invloed van de hormonen. Hierdoor kunnen andere spieren gaan compenseren, waardoor je bijvoorbeeld last krijgt van je onderrug.

Tijdens je bevalling en voornamelijk tijdens het persen komt er tevens grote druk te staan op je bekkenbodem. Dit samen zorgt er voor dat je bekkenbodem verzwakt is en zal moeten herstellen. Direct na de bevalling heb je ook vaak een ander gevoel in je bekkenbodem. Hierdoor is het lastiger om urine/windjes op te houden. (Pro Fundum Instituut, 2018)

Klachten na de bevalling (De verloskundige, s.a.)
Na de bevalling zien we de volgende klachten het meeste:
– Urineverlies. Voornamelijk bij hoesten, niezen, tillen, springen.
– Moeite met ophouden van ontlasting
– Niet tegen kunnen houden van windjes
– Een zwaar gevoel in je onderbuik en/of op je bekkenbodem
– Pijn, bijvoorbeeld bij gemeenschap of bij fietsen

Doormiddel van rust en oefeningen herstelt je bekkenbodem meestal in 6 weken. Mocht dit niet het geval zijn is het verstandig om contact op te nemen met een bekkenfysiotherapeute.

Risicofactoren (Bekkenbodem online, s.a.)
Iedereen heeft kans op klachten van de bekkenbodem na de bevalling, maar sommige factoren zorgen voor een grotere kans:
– Vaginale bevalling
– Langer dan een uur geperst
– Een vacuüm- of tangverlossing
– Je kindje groter was dan 4 kilo
– Je hebt al eerder gebaard
– Inscheuren of in geknipt worden
– Obesitas

Herstel (VCC Nijmegen, s.a.)
Hoe kun je er zelf voor zorgen dat je bekkenbodem herstelt?

Preventie
Zorg voor een sterke bekkenbodem al voor en tijdens de zwangerschap!

Rust
Om je bekkenbodem goed te laten herstellen na de bevalling is het goed om rustig aan te doen. Luister goed naar je lichaam, til niet te zwaar, wissel activiteit af met rust en ga regelmatig liggen om de druk op je bekkenbodem te verkleinen.

Bekkenbodemoefeningen
Op de dag van de bevalling laat je je bekkenbodem verder met rust. Vanaf de 2e dag mag je voorzichtig je bekkenbodem proberen te bewegen. Voel voorzichtig weer even naar het gevoel in je bekkenbodem. Wanneer dit goed gaat kun je gaan beginnen met een lichte oefening. Zo kun je bijvoorbeeld doen alsof je je plas ophoudt, dit enkele seconde vasthouden en daarna je bekkenbodem weer volledig ontspannen. Dit doe je zo’n 5-10 keer achter elkaar.

Na de kraamweek mag je de oefeningen weer verder op gaan bouwen, maar luister hierbij naar je lichaam. Bijvoorbeeld: Langer vasthouden.

Prikkel de reflex
Wanneer je hoest, niest, tilt: span je bekkenbodem aan. Laat hem nadien weer volledig ontspannen. Wanneer je dit consequent toepast, gaat dit vrij snel weer vanzelf. Blijf hierbij goed doorademen.

Bekkenfysiotherapeute
Verlies je veel urine? Merk je geen verschil na 6 weken? Heb je het idee dat je last hebt van een verzakking? Trek aan de bel bij een bekkenfysiotherapeute. Wacht hier niet te lang mee!

Stoel met zacht kussentje
Ga niet op een harde stoel zitten, zoals vaak wel wordt geadviseerd. Dit is wel goed voor de zwelling, maar hierdoor wordt je bekkenbodem extra uitgerekt wat pijnklachten kan geven. Je kunt beter op een stoel gaan zitten met een zacht kussentje. Dit zorgt voor ondersteuning van je bekkenbodem. Ga ook niet zitten op een zwembandje. Ook dit geeft onvoldoende ondersteuning aan je bekkenbodem. (Bekkenbodem online, s.a.)

Zwelling
Bij een zwelling werkt een koud washandje of een ijskompres het beste. (Bekkenbodem online, s.a.)

Conclusie
Het is begrijpelijk dat je bekkenbodem het door je zwangerschap en je bevalling zwaar te verduren heeft gehad. Hierdoor is het belangrijk om na je bevalling weer aandacht te verzamelen voor je bekkenbodem en er voor te zorgen dat deze goed en volledig herstelt.

pregnant-2568395_960_720
Bron: Pixabay

Bronnen
Bekkenbodem online (s.a.)
Gevonden op het internet op 10 mei 2018 via https://bekkenbodemonline.nl/bekken-en-bodem/de-gezonde-bekkenbodem/

De Verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 10 mei 2018 via http://deverloskundige.nl/net-bevallen/subtekstpagina/87/bekkenbodemklachten/

Pro Fundum Instituut (2018)
Gevonden op het internet op 10 mei 2018 via https://profunduminstituut.nl/wat-doet-de-bekkenbodem/

VCC Nijmegen (s.a.)
Gevonden op het internet op 10 mei 2018 via http://www.vccnijmegen.nl/media/1008/vcn_bekkenbodem_def_lr.pdf

Advertenties

De kinkhoestvaccinatie

Kortgeleden veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie. De gezondheidsraad adviseert al 2 jaar om alle zwangeren in te enten tegen kinkhoest, maar de Staatssecretaris van Volksgezondheid heeft nog geen besluit genomen. Hier komt hij deze zomer op terug. Wat zijn nu de feiten en de fabels?

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest wordt gekenmerkt door hevige hoestbuien die wel 3 à 4 maanden kunnen aanhouden. De beginfase ziet er vaak uit als een simpele verkoudheid met soms wat koorts. Daarna volgt er een flinke hoest. Het hoesten kan zo hevig zijn dat je er zelfs van moet overgeven. De ziekte staat ook wel bekend als de 100-dagen hoest. Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie die verspreid wordt door de lucht. De incubatietijd is 1-3 weken.

Volwassenen en oudere kinderen maken vaak een lichtere variant door van kinkhoest, maar kinkhoest kan bij mensen met een zeer lage weerstand of bij pasgeboren baby’s die hier nog niet voor ingeënt zijn ernstig verlopen. Symptomen bij een baby kunnen minder duidelijk zijn. Een baby hoest vaak niet, maar stopt regelmatig even met ademhalen. Tevens kan het voorkomen dat het kindje blauw verkleurt.

Kinkhoest bij een baby kan er voor zorgen dat er een longontsteking ontstaat. Een hevige longontsteking kan zorgen voor ademnood. Hierdoor kan er hersenschade ontstaan doordat diegene te weinig zuurstof krijgt, tevens kan een kindje in zeldzame gevallen ook een hersenbloeding krijgen. Ook kan kinkhoest in hele ernstige gevallen zorgen voor overlijden. (RIVM, 2016, Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

Genezing

Kinderen die worden opgenomen in het ziekenhuis krijgen voornamelijk ondersteuning om door het ziekteproces heen te komen. Kinkhoest kan behandeld worden met antibiotica, maar tegen de tijd dat duidelijk is dat het gaat om kinkhoest, is de bacterie vaak al uit het lichaam verdwenen, waardoor behandeling met antibiotica zinloos is. (Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

De cijfers

Jaarlijks wordt er zo’n 4000 tot 10.000 keer een melding gemaakt van kinkhoest. De werkelijke cijfers zijn giswerk, want niet iedereen meldt zich bij een dokter met kinkhoest, zeker omdat het bij volwassenen vaak mild verloopt. Elk jaar zijn er zo’n 170 baby’s met kinkhoest. Hiervan worden ongeveer 120 baby’s opgenomen in het ziekenhuis, zo’n 70% dus. Tussen 2005 en 2014 zijn er 5 baby’s overleden aan kinkhoest.

Voordat we met het Rijksvaccinatieprogramma zijn begonnen stierven er ieder jaar zo’n 200 kinderen aan kinkhoest. Sinds 20 jaar lijkt kinkhoest in episodes weer vaker voor te komen dan daarvoor, waarschijnlijk doordat de ziekte gemuteerd is en hierdoor is het vaccin minder effectief. In 2005 is er een ander vaccin geïntroduceerd, maar deze heeft nog niet tot afname van de epidemieën geleid. (RIVM, 2016; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; Gezondheidsraad, 2015)

Vaccinatieprogramma

Normaal gezien krijgt een kindje, indien je kiest voor het Rijksvaccinatieprogramma, de eerste vaccinatie tegen kinkhoest rond 6 weken. Hierna volgen er nog 3 in het eerste jaar en nog 1 tje wanneer ze 4 jaar zijn. Pas na de 3e vaccinatie is je kindje optimaal beschermd tegen kinkhoest. De vaccinaties die daarop volgen zijn om ervoor te zorgen dat je kindje langer beschermd is. (RIVM, 2016)

Een vaccin geeft geen levenslange immuniteit. Ook het doormaken van kinkhoest geeft geen levenslange immuniteit. Om goed beschermd te blijven tegen kinkhoest zijn herhalingsvaccins nodig.

Kinkhoestvaccinatie tijdens zwangerschap

De gezondheidsraad heeft de afgelopen jaren gekeken hoe we het kinkhoestcijfer omlaag kunnen krijgen. Op die manier kwam de kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap om de hoek kijken. (Gezondheidsraad, 2015)

Op dit moment wordt er gewoon nog gekozen voor het landelijke Rijksvaccinatieprogramma, echter sinds enkele jaren is zichtbaar dat de huidige vaccins minder goed werken. Hierdoor komen er keer op keer epidemieën van kinkhoest naar voren. Kinkhoest is de afgelopen jaren gemuteerd, waardoor het huidige vaccin onvoldoende effectief is. Hierdoor is het aantal gevallen van kinkhoest de afgelopen 20 jaar toe genomen ten opzichte van de jaren daarvoor en automatisch zijn er dan ook meer baby’s met kinkhoest, aangezien zij nu eenmaal (nog) onvoldoende beschermd zijn. (Gezondheidsraad, 2015; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; RTL Nieuws, 2014)

De gezondheidsraad is daarom op zoek naar een manier om toch baby’s extra te beschermen en stuitte zo op het vaccineren van zwangere vrouwen.

Wanneer je een zwangere vrouw tussen de 28 en 32 weken zou inenten tegen kinkhoest, gaat ze in de meeste gevallen antistoffen tegen kinkhoest aanmaken. Deze antistoffen komen via de placenta bij het kindje terecht. Op deze manier krijgt het kindje toch al bescherming mee, voordat het mogelijk zelf gevaccineerd wordt en de weerstand toeneemt. Hierdoor worden ze minder snel ziek en mochten ze toch ziek worden, verloopt het minder ernstig.

Volgens onderzoek uit Engeland is de effectiviteit van het vaccin 91%. In de groep waarbij vrouwen tijdens de zwangerschap werden ingeënt, werden er 91% minder baby’s ziek door kinkhoest. (RIVM, 2016)

Geen los vaccin

Er bestaat geen los kinkhoest vaccin. Wanneer je je dus voor kinkhoest wilt laten inenten, wordt je automatisch ook ingeënt voor difterie en tetanus. In sommige gevallen ook voor polio. (Medisch contact, 2017)

Aluminium
In het vaccin zit aluminium, o.a.: aluminiumhydroxide en aluminiumfosfaat. Dit zijn hulpstoffen die aan het vaccin zijn toegevoegd om er voor te zorgen dat dit gemakkelijker bij ons afweersysteem komt. Dit gebeurt al zo’n 80 jaar. Aluminium in vaccins is onderzocht, echter niet op zwangere vrouwen.

Het gaat om maximaal 0,5 mg. In ons eten, water en in de lucht komt van nature al aluminium voor, wat er voor zorgt dat wij als volwassenen zo’n 5-10 mg aluminium per dag binnen krijgen. Het is dus niet meer dan we gebruikelijk binnen krijgen. Ook baby’s krijgen aluminium binnen in kleine hoeveelheden door de navelstreng, in de borstvoeding en in de kunstvoeding. (RIVM, 2016)

De cijfers

Nu, zonder de vaccinatie tijdens de zwangerschap, zijn er zo’n 120 opnames van zuigelingen per jaar. De verwachting van de Gezondheidsraad is dat dit, met vaccin, zal afnemen naar +/- 26 opnames per jaar. Tevens zou hierdoor de sterfte, ook al is deze al gering (5 in 9 jaar), nog verder terug gedrongen kunnen worden. (Gezondheidsraad, 2015)

Wanneer vaccineren?

Vanaf de 28ste zwangerschapsweek en het liefst voor de 38ste zwangerschapsweek. (NHG, 2015)

Waar wordt dit al gedaan?

In een aantal landen worden zwangere vrouwen al geadviseerd zich te laten vaccineren met het kinkhoest vaccin, zoals in België, Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Spanje en delen van Australië.

Is dit vaccin veilig?

Het vaccin is een geïnactiveerd, ofwel dood, vaccin. Uit onderzoek dat in het Verenigd Koninkrijk is verricht onder 20.000 vrouwen komen geen extra zwangerschapsrisico’s naar voren, zoals een laag geboortegewicht, vroeggeboorte en doodgeboorte. (NHG, 2015)

Uit Amerikaans onderzoek werden ook geen risico’s gevonden op zwangerschapscomplicaties. Dit onderzoek is uitgevoerd onder 120.000 vrouwen. Wel werd er mogelijk een verhoogd risico op een chorioamnionitis (ontstoken vliezen) gevonden (5,6 vs. 6,1%), maar er werden niet meer vroeggeboortes gevonden, terwijl dit het risico is bij ontstoken vliezen.

Bijwerkingen (Lareb, s.a.)

De mogelijke bijwerkingen die op dit moment bekend zijn:

Soms (10-30 op 100)

– Pijn op injectieplaats
– Stijve arm
– Vermoeidheid

– Koorts
– Minder zin in eten
– Griepachtige verschijnselen

Zelden (1-10 op 100)

– Flauwvallen
– Huiduitslag
– Gezwollen lymfeklieren

Zeer zelden (Minder dan 1 op 100)

– Stuipen
– Huilerigheid
– Blauw/rode verkleuring
– Overgevoeligheid

Lange termijn effecten
Hoewel RIVM en de Gezondheidsraad aangeven dat ze verwachten dat er ook op lange termijn geen negatieve effecten van de kinkhoest vaccinatie zichtbaar zullen worden, wordt pas sinds 2011 in de VS (de eerste die dit invoerden) structureel dit vaccin aangeboden, dus zijn er nog weinig tot geen studies over de effecten op lange termijn.

Andere methodes

De gezondheidsraad heeft ook andere methodes bekeken, zoals eerder vaccineren, antistoffen toedienen aan de pasgeborene en vaccinatie voor de zwangerschap, echter is voor deze methodes onvoldoende wetenschappelijk bewijs. (Gezondheidsraad, 2015)

Wel is het belangrijk om kinkhoest tijdig te herkennen, zodat er snel gestart kan worden met een eventuele behandeling. Tevens zijn de standaard hygiëne maatregelen heel belangrijk, zoals goed je handen wassen en niet hoesten nabij je kindje, om zo besmetting kansen te verkleinen.

Hoe kan ik dit vaccin krijgen?

Op dit moment wordt deze vaccinatie nog niet standaard geadviseerd aan zwangeren, aangezien de Staatssecretaris van Volksgezondheid zich nog over dit vraagstuk aan het buigen is. De vaccinatie wordt ook nog niet vergoed, maar kun je wel op eigen kosten (+/- 30 euro) door de GGD laten plaatsen. (GGD Amsterdam, 2018)

Conclusie

Eigenlijk is het dus niets nieuws. We weten al enkele jaren dat kinkhoest aan het muteren is, waardoor het standaard vaccinatieprogramma minder dekkend is dan 20 jaar geleden. Om toch baby’s extra te kunnen beschermen, wordt er nu geadviseerd om zwangere vrouwen te vaccineren tijdens de zwangerschap. Op korte termijn worden er geen negatieve gezondheidsrisico’s gevonden, echter op lange termijn zijn er nog weinig tot geen onderzoeken. 
Informeer goed, weeg de voor- en nadelen tegen elkaar af en maak een geïnformeerde keuze.

baby-was-receiving-his-scheduled-vaccine-injection-in-his-right-thigh-muscle-ie-intramuscular-injection-725x490
Bron: pixnio

Bronnen

Gezondheidsraad (2015)
Gevonden via het internet op 27 maart 2018 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/ files/samenvatting_201529_vaccinatie_tegen_kinkhoest_doel_en_strategie.pdf

GGD Amsterdam (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via http://www.ggd.amsterdam.nl/infectieziekten/ reizigersvaccinatie/kinkhoestvaccinatie/

Medisch contact (2017)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste- nieuws/artikel/maternale-kinkhoestvaccinatie-kan-al-voor-landelijke-invoering.htm

NHG (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.nhg.org/actueel/nieuws/advies- gezondheidsraad-kinkhoestvaccinatie-bij-zwangeren

Lareb (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via wwww.lareb.nl

Rijksvaccinatieprogramma (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://rijksvaccinatieprogramma.nl/ infectieziekten/kinkhoest

RIVM (2016)
Gevonden op het internet op 23 maart 2018 via https://www.rivm.nl/Onderwerpen/V/ vaccinaties_op_maat/Kinkhoestvaccinatie_voor_zwangere_vrouwen#watishet

RTL Nieuws (2014)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/ vaccin-tegen-kinkhoest-werkt-niet-goed-genoeg

Vitamine K 2.0

Wanneer je net bevallen bent, krijgt je kindje vrijwel direct vitamine K toegediend. Vaak wordt dit tussen neus en lippen door nog even aan de ouders verteld, maar om toestemming wordt er eigenlijk nooit gevraagd. Op deze manier zijn ouders er dus van overtuigd dat dit hoort. Elke pasgeborene in Nederland en in vele andere landen, krijgt dit direct na de geboorte. Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, is het advies ook om extra vitamine K toe te dienen gedurende de eerste 3 maanden. Maar waarom is dit eigenlijk? En misschien wel het belangrijkste: is dit echt nodig?

Wat is vitamine K?
Vitamine K is een vetoplosbaar vitamine dat bestaat uit 2 varianten: vitamine K1 en vitamine K2. Vitamine K1 komt voor in plantaardige voedingsmiddelen, zoals groene bladgroenten en sommige oliën. Ook is dit de vorm die voorkomt in supplementen. Vitamine K2 wordt aangemaakt door bacteriën in je darmen en komt voor in gefermenteerde producten. Beide hebben dezelfde werking: ondersteunen van de bloedstolling. Mogelijk spelen ze ook een rol bij de aanmaak van botten. (Voedingscentrum, s.a.; Gezondheidsraad, 2010)

Vitamine K direct na de geboorte
Direct na de bevalling krijgt elke pasgeborene, volgens de protocollen, vitamine K toegediend.

Waarom?
Omdat elk kindje met te weinig vitamine K geboren zou worden. Wanneer ze geen extra vitamine K toegediend zouden krijgen, zouden ze een groter risico hebben op een ernstige, inwendige bloeding. (Voedingscentrum, s.a.)

Hoe komt dit? (Voedingscentrum, s.a.; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)
Elk kindje zou geboren worden met een laag vitamine K gehalte. Dit zou komen door 2 factoren:
1. Vitamine K komt in zeer kleine concentraties via de placenta bij het kindje.
2. Het kindje heeft nog onvoldoende darmbacteriën, waardoor er nog onvoldoende vitamine K wordt aangemaakt.

Overweging
We gaan er dus vanuit dat elke pasgeborene geboren wordt met te weinig vitamine K in het bloed. Een foutje van de natuur? Of is dit gewoon normaal? Hoe kunnen we spreken van een te laag vitamine K gehalte bij een pasgeborene? Om te spreken van een ‘te laag’ zou je ook een ‘normaalwaarde’ moeten hebben, maar geen enkel kindje blijkt dit te hebben.

Vitamine K en voeding
Het blijft niet enkel bij een toediening direct na de bevalling. Het advies is ook om bij borstvoeding (na de eerste week) dagelijks oraal vitamine K toe te dienen.

Waarom?
Aangezien er slechts een lage concentratie vitamine K in borstvoeding zit. (Gezondheidsraad, 2017)

Hoe komt dit?
De natuur.

Overweging
Moeder natuur heeft er blijkbaar voor gezorgd dat ook in borstvoeding een lage concentratie vitamine K voorkomt. Is dit dan een foutje en moeten we dit herstellen door vitamine K bij te geven, of is dit juist de bedoeling?

Vitamine K en Flesvoeding
Wanneer je kindje flesvoeding krijgt, krijgt je kindje al extra vitamine K binnen. Aan de flesvoeding is vitamine K toegevoegd.

Verhoogd risico
Voldoende over de gezonde pasgeborene die vitamine K bij krijgt. Er zijn natuurlijk ook redenen waarom een kindje wel degelijk een verhoogd risico heeft op een inwendige bloeding.

1. Een niet fysiologische bevalling
Wanneer een kindje geboren wordt na een gemedicaliseerde bevalling is er een verhoogd risico op een inwendige bloeding. Denk hierbij aan een kunstverlossing. Na een vacuüm is de kans op een subdurale- of hersenbloeding 2,7 x zo hoog als na een normale bevalling. Na een tangverlossing 3,3 x zo hoog en na een keizersnede 2,3 x zo hoog. (NVOG, 2005)
Er is ook kans op een bloeding na een microbloedonderzoek (bloedafname van het hoofd van het kindje): kans op een complicatie is 0,4-6%. Met complicatie wordt bedoeld: infectie of bloeding. (NVOG, 2014)

De kans is ook verhoogd wanneer je kindje prematuur geboren wordt.
Mogelijk is de kans ook wel hoger op een bloeding na het snel doorknippen van de navelstreng. Mogelijk wordt er hierdoor minder vitamine K door het kindje opgenomen uit het navelstrengbloed, waardoor er meer kans is op een bloeding.
En denk bijvoorbeeld aan antibiotica tijdens de bevalling. Deze beïnvloedt de darmfunctie van het kindje, mogelijk hierdoor ook wel de aanmaak van vitamine K. (Rouw-Timmer & de Jonge, 1985)

2. Galgang atresie
Sommige pasgeborene worden geboren met galgangatresie. Dit is een aandoening waarbij de vetopname verstoord is en dus ook de opname van vitamine K. Zij hebben een hoger risico op  inwendige bloedingen. En deze kindjes, zijn de reden waarom we élk kindje extra vitamine K geven na de geboorte en niet enkel de kindjes met een verhoogd risico. Galgang atresie wordt namelijk vaak pas laat ontdekt en van deze kindjes krijgt zo’n 82% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017) Echter is galgang atresie een hele zeldzame aandoening en worden er gemiddeld zo’n 10 kindjes per jaar mee geboren. Dit wil zeggen ongeveer 1 op de 5000 kindjes wordt geboren met een galgang atresie. (Maag Lever Darmstichting, s.a.; Gezondheidsraad, 2017)

3. Andere (lever)ziektes
Soms worden er ook kindjes geboren met een andere (lever)ziekte die op latere leeftijd pas wordt ontdekt. Ook deze kindjes zouden een groter risico op een bloeding kunnen hebben.

Vroege, klassieke en late bloedingen
Er zijn 3 verschillende soorten bloedingen.

De vroege bloeding
De vroege bloeding vindt plaats binnen 24 uur na de bevalling. Deze worden meestal veroorzaakt door medicatie gebruikt door de moeder tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld antibiotica, medicatie tegen epilepsie of antistollingsmedicatie. Deze medicatie belemmert de vitamine K metabolisatie. Van alle kinderen zonder vitamine K profylaxe krijgt <5% een vroege bloeding in groepen met een groot risico. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De klassieke bloeding
De klassieke bloeding vindt plaats tussen dag 1 en dag 7 postpartum. Deze bloeding ontstaat mogelijk doordat er te weinig vitamine K in de borstvoeding zou zitten of doordat het kindje nog te weinig voeding binnen krijgt. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,01 tot 1,5% een klassieke bloeding. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De late bloeding
Deze bloeding vindt plaats 2 weken tot 6 maanden na de geboorte. Deze bloedingen ontstaan mogelijk doordat er te weinig vitamine K in borstvoeding zou zitten of doordat het kindje vitamine K slecht kan opnemen. Deze vindt in tegenstelling tot de vroege en de klassieke bloeding, vaak in de hersenen plaats. Hierdoor kan het kindje ernstige schade oplopen of zelfs door de bloeding overlijden. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,00004% – 0,001% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

Het huidige advies
Het huidige advies is dus om élke pasgeborene, ongeacht de voorgeschiedenis, de risicofactoren (zoals medicatie bij moeder) en de bevalling, oraal vitamine K toe te dienen na de bevalling en, indien het kindje borstvoeding krijgt, een extra supplement per dag, na de eerste week, tot het kindje 3 maanden oud is.

Waarom?
Uiteraard kan het elk kindje overkomen, een bloeding.
Echter na een medicamenteuze bevalling is de kans groter en wanneer je kindje een galgang atresie zou hebben is de kans zelfs erg groot.

Cijfers
Uit onderzoek (Von Kries & Hanawa, 1993) is gebleken dat dat van alle kindjes die geen vitamine K krijgen toegediend na de geboorte, 1 op de 10.000 tot 1 op de 25.000 een bloeding krijgt. Hierbij gaat het dus ook om kindjes na een medicamenteuze bevalling en kindjes met een galgangatresie. Helaas zijn er geen cijfers die volkomen fysiologische (thuis) bevallingen mee vergelijken.
Van de kindjes met galgang atresie krijgt zo’n 82% een bloeding (+/- 8 kindjes per jaar). Echter is dit onderzocht na toediening van orale vitamine K (25 microgram per dag). Zij kregen dus zelfs een bloeding wanneer ze al vitamine K bijkregen. (Gezondheidsraad, 2017)

Na toediening van orale vitamine K (125 microgram per dag) aan alle pasgeborene, halveert de kans op een bloeding bij de gehele populatie: 1 op 20.000 – 1 op de 50.000.
Voor kindjes met galgang atresie blijft de kans gelijk 82%, na toediening va 125 microgram i.p.v. 25 microgram.

Huidige beleid vs. Mogelijke nieuw beleid
Het huidige beleid houdt in dat elk kindje na de geboorte oraal vitamine K toegediend krijgt. Dit werkt voldoende om het risico op een vroege of klassieke bloeding te verminderen. Echter late bloedingen verminderden wel in de gehele populatie, maar niet in de risicogroep, de kindjes met galgang atresie. (Gezondheidsraad, 2017) De gezondheidsraad wil dat we overgaan op intramusculaire toediening (toediening met een naald in de spier van de pasgeborene, zoals bij een vaccinatie). Hierna is er geen suppletie meer nodig na een week postpartum en blijft het dus bij de intramusculaire toediening. (KNOV, 2017)

Waarom?
De hoog risico kindjes (met een galgang atresie) nemen vitamine K minder op uit de darmen. Wanneer er dus oraal vitamine K wordt toegediend, nemen ze alsnog weinig op. Intramusculaire toediening omzeilt dit probleem.

Overweging
De gezondheidsraad wil dus dat straks alle pasgeborene intramusculair vitamine K krijgen, zodat er 2 tot 5 late bloedingen per jaar voorkomen worden. Intramusculaire toediening van vitamine K brengt ook risico’s met zich mee. Zo zijn er risico’s op bijwerkingen zoals irritatie van de prikplaats, een ontsteking of weefselschade. Aangezien bijwerkingen slechts zelden worden gemeld, weten we niet hoe groot het risico hierop precies is. Tevens zorgt een intramusculaire toediening direct voor pijn bij de pasgeborene. Ouders zullen sowieso de mogelijkheid krijgen om de intramusculaire injectie te weigeren en te kiezen voor orale toediening. (Gezondheidsraad, 2017)

Risico’s van vitamine K
In het verleden zijn er studies gepubliceerd die een mogelijk verband zagen tussen toediening van vitamine K aan pasgeborene en leukemie op latere leeftijd. Echter zijn deze studies niet geheel betrouwbaar, aangezien de gegevens pas achteraf werden verzameld. Later zijn er nog enkele studies gedaan, die geen bewijs vinden van dit mogelijk verband. (Gezondheidsraad, 2017; Wickham, 2001; Parker et al, 1998; Fear et al, 2003)

Tot op heden lijkt het zo te zijn dat een hoge concentratie vitamine K bij pasgeborene geen nevenbevindingen heeft, echter zal hier nog meer onderzoek naar gedaan moeten worden.

Conclusie
Het is belangrijk dat elke ouder eerlijke informatie krijgt en er dan zelf een weloverwogen beslissing over kan maken of zijn of haar kind vitamine K toegediend krijgt of niet.

37404013592_c5041fc0e3_o
Bron: Jaro Laros @Flickr



Bronnen
Dors, N., Peters, M., Smiers, F.J., & van Ommen, C.H. (2008) Bloedingen bij zuigelingen: denk altijd aan vitamine K deficiëntie, ondanks profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Hematologie, 5(1), 32-35.

Fear, N.T., Roman, E., Ansell, P., Simpson, J., Day, N., Eden, O.B., et al. (2003) Vitamin K and childhood cancer: a report from the United Kingdom Childhood Cancer Study. British Journal of Cancer, 89(7), 1228-31.

Gezondheidsraad (2010)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201011%20vitamine%20K.pdf
Gezondheidsraad (2017)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpublication/201704_vitamine_k_bij_zuigelingen.pdf

KNOV (2017)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/gezondheidsraad-brengt-nieuw-vitamine-k-advies-uit/2070
MLDS (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.mlds.nl/ziekten/galgangatresie/

NVOG (2005)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=24105&richtlijn_id=504

NVOG (2014)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=3&cad=rja&uact=8&ved=0ahUKEwjd8PeL68zXAhUqKcAKHVa1AFkQFggzMAI&url=http%3A%2F%2Fnvog-documenten.nl%2Fuploaded%2Fdocs%2FNVOG%2520richtlijn%2520foetale%2520bewaking%252019-05-2014%25202.0(2).pdf&usg=AOvVaw0ZqT0g7FDkiIWnAHclhnqu
Parker, L., Cole, M., Craft, A.W., et al. (1998) Neonatal vitamin K administration and childhood cancer in the north of England. British Medical Journal, 316, 189-93.

Rouw – Timmer, E.C.J. & de Jonge, G.A. (1985) Bloedingen in de eerste levensweken en vitamine K profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 130(11).

Voedingscentrum (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-k.aspx

Von Kries, R., & Hanawa, Y. (1993) Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 69, 293-95.

Wickham, S. (2001) Vitamine K: A flaw in the blueprint? Midwifery Today, 56, 39-41. http://sarawickham.com/wp-content/uploads/2011/10/a1-vitamin-k-a-flaw-in-the-blueprint2.pdf

Infacol

Veel pasgeborene baby’s hebben er last van: darmkrampjes. Sta je dan als kersverse papa en mama met een huilend kindje in je armen die je niet stil krijgt, wat je ook probeert. Een heel machteloos gevoel waar je graag een oplossing voor vindt. Regelmatig hoor ik dan dat er Infacol wordt aangeraden. Wat is infacol? En veel belangrijker nog: helpt het echt tegen darmkrampjes?

Wat is Infacol?
Infacol zijn druppeltjes die je voor de voeding (zowel borst- als flesvoeding) kunt geven vanaf de geboorte. Deze druppeltjes zouden het effect hebben dat gasbelletjes die in de darmen van het kindje zitten aan elkaar gaan zitten zodat er grote gasbellen ontstaan. De darmen van het kindje zouden grotere gasbellen makkelijker kunnen afvoeren dan al die kleine gasbelletjes, waardoor krampen zouden verminderen. (Infacol, 2013)

Ingrediënten (De online apotheek, 2015)

1 Het hoofd bestandsdeel van Infacol is Simeticon. Simeticon is een middel dat gebruikt wordt bij een overmaat aan darmgassen. (BCFI, 2010; Laekeman et al, 2000)
2 Natriumsacharine: een zoetstof.
3 Hypromellose: een bevochtigingsmiddel.
4 Sinaaasappelsmaak.
5 methyl hydroxybenzoate: een conserveermiddel
6 propyl hydroxybenzoate: een conserveermiddel
7 Gezuiverd water

Veel middeltjes dus in deze Infacol, waarvan ik me afvraag of je dit echt al vanaf de geboorte aan je kindje wilt geven.

Wetenschappelijk onderzoek
Wanneer je kindje veel last heeft van darmkrampjes en je je zo machteloos voelt begrijp ik dat je op zoek bent naar een middeltje dat de krampjes verlicht. Wanneer je huisarts, verloskundige, kraamverzorgster of verpleegkundige dan Infacol aanraad, snap ik dat je dit wilt proberen.
Echter naar Infacol is al regelmatig (klein) onderzoek gedaan en daaruit is naar voren gekomen dat Infacol niet werkt tegen darmkrampjes. (NCJ, s.a.; Johnsen, Cocker & Chang, 2015) Het zou uiteraard het beste zijn als er nog groot onderzoek naar gedaan wordt, maar op dit moment lijkt Infacol niet te werken. Infacol zou net zo veel effect hebben als een placebo. (Metcalf, Irons, Sher & Young, 1994) Het lijkt er op dat het gas niet de oorzaak is van de krampjes, maar een symptoom van het inslikken van lucht en darmkrampen. Infacol zou dus, wanneer het enkel richt op de vermindering van gasontwikkeling, geen effectief hulpmiddel zijn om krampen te verminderen, enkel om het symptoom te verminderen: gas. (Roberts, Ostapchuk & O’brien 2004)

Conclusie
Darmkrampjes zijn heel erg vervelend. Je staat er bij en kijkt er naar en wil heel graag iets doen om de pijn te verlichten. Echter is Infacol geen middel wat ik zou aanraden. Dit middeltje heeft op dit moment volgens verschillende wetenschappelijke onderzoeken geen effect en tevens zitten er veel stofjes in die je je kindje (nog) niet zou moeten willen geven. Wat kun je dan wel doen? Lees hiervoor mijn post over darmkrampjes: https://dekritischeverloskundige.wordpress.com/2015/11/09/darmkrampjes/

 

9456683444_90cc24f7d4_o
Bron: Cheon Fong Liew @ Flickr

Bronnen
BCFI (2010) Gecommentarieerd geneesmiddelen repertorium.

De online apotheek (2015)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via http://www.de-online-apotheek.com/infacol-50-ml.html

Infacol (2013)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via http://www.infacol.nl/infacol.html

Johnson, J., Cocker, K., & Chang, E. (2015) Infantile Colic: Recognition and Treatment. American Family Physician, 92(7), 577-582.

Laeman, G., de Rijdt, T., de Vriese, V., Geukens, J., Jorens, P., Provost, C., Spitz, B., & van Gool, D. (2000) Geneesmiddelen bij zwangerschap deel 2. Leuven: Acco.

Metcalf, T.J., Irons, T.G., Sher, L.D., & Young, P.C. (1994) Simethicone in the Treatment of Infant Colic: A Randomized, Placebo-Controlled, Multicenter Trial. Pedriatics, 94(1).

NCJ (s.a.)
Gevonden op het internet op 21 juli 2017 via https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=805

Roberts, D.M., Ostapchuck, M., & O’brien, J. (2004) Infantile Colic. Am Fam Physician, 70(4), 735-740.

Inbakeren

/

Vroeger werd het heel veel gebruikt: inbakeren. Tegenwoordig zien we het ook nog regelmatig voorbij komen, vooral bij baby’s die veel huilen of onrustig zijn. Maar wat is inbakeren eigenlijk? Hoe werkt het? Wanneer gebruik je het? Zijn er nadelen? Je leest het hieronder.

Van oorsprong
Tot eind 18e eeuw werd inbakeren veel toegepast. Het kindje werd volledig ingepakt in linnen doeken en zwachtels. Dit werd gedaan door een vroedvrouw of door een baker, een wijze vrouw die we nu zouden omschrijven als een kraamverzorgende. Vroeger werden de kindjes ingebakerd met het idee dat het kindje hierdoor kon genezen van kneuzingen opgelopen tijdens de geboorte en om ervoor te zorgen dat het kindje later een rechte rug, rechte benen en stevige schouders zou krijgen. Tevens zou het helpen om een navelbreuk te voorkomen, althans dat is wat er toen gedacht werd. Kindjes werden tot 3 maanden volledig ingebakerd, daarna werden de armen vrijgelaten. Na een half jaar werd het kindje niet meer ingebakerd.
Na de 18e eeuw werd er ontdekt dat inbakeren een kindje in de groei kan belemmeren en werd het niet meer gebruikt. Ongeveer 20 jaar geleden werd het inbakeren herontdekt voor kindjes die onrustig zijn en slecht slapen. (Inbakeren, s.a.)

Wat is inbakeren?
Inbakeren houdt in dat je je kindje wikkelt in een doek, strak ter hoogte van de armen en los ter hoogte van de benen. Hierbij kan het kindje zijn armen niet bewegen. Hierdoor wordt het kindje beperkt in zijn bewegingen, waardoor het zich makkelijker zou kunnen overgeven aan de slaap. (MC Zuiderzee, s.a.; Inbakeren, s.a.; Veiligheid, s.a.)

Wetenschappelijk onderzoek
In tussentijd is er al regelmatig onderzoek gedaan naar inbakeren.

Onrustige baby’s
Mogelijk zou inbakeren wat kunnen betekenen wanneer een kindje overmatig huilt. Vaak is bij kinderen die heel onrustig zijn rust en regelmaat en dus prikkelvermindering al voldoende, maar kinderen die echt overmatig huilen kunnen baat hebben bij inbakeren, bijvoorbeeld wanneer ouders het moeilijk vinden om rust en regelmaat toe te passen. Echter kleven er wel risico’s aan inbakeren, dus zijn andere manieren die eerder te overwegen zijn, zoals nabijheid van ouders.
(Jansen & Maaskant, 2009; NCJ, 2013, NCJ, 2013b)

Wiegendood
Inbakeren wordt in verband gebracht met een risico op wiegendood. De kans op wiegendood neemt toe wanneer een kindje ingebakerd is en op zijn buik gelegd wordt of zelf op zijn buik draait. (NCJ, 2013, Healthy Children, 2017) Daarom is het zeer belangrijk om een ingebakerd kindje altijd op de rug te leggen en het inbakeren af te bouwen voordat het kindje zichzelf gaat omrollen. Mogelijk kan inbakeren wel beschermend werken voor wiegendood wanneer het kindje ingebakerd om de rug ligt en zichzelf nog niet kan omdraaien, echter hier is nog extra onderzoek voor nodig. (NCJ, 2013)

Indicaties
Een indicatie voor het gebruik van inbakeren zou dus kunnen zijn wanneer een kindje extreem overprikkeld en onrustig is en/of overmatig huilt en een aanwijsbare medische oorzaak is uitgesloten. (MC Zuiderzee, s.a.)

Risico’s
Aan inbakeren kleven risico’s.

Warmtestuwing
Een kind dat ingebakerd ligt kan zijn warmte minder goed kwijt. Het is dus niet verstandig om inbakeren toe te passen bij een kind met koorts of in een situatie waar overmatige warmte te verwachten is (tropische temperaturen of na een vaccinatie).
Tevens kan een kindje dat ingebakerd is de deken niet wegduwen, aangezien de armen en benen ingepakt zijn, dus een deken gebruiken is zeer onverstandig. (NCJ, 2013)

Heupontwikkeling
Voor de heupontwikkeling is het belangrijk dat de benen van het kindje voldoende ruimte hebben om te bewegen en te spreiden. En te strak aangebrachte inbakerde kan er voor zorgen dat de heupen niet meer vrij kunnen bewegen en hierdoor kan er een heupafwijking gevormd worden of verergeren. (NCJ, 2013; Healthy Children, 2017)

Wiegendood
Ook is er dus een kans op wiegendood wanneer je een kindje ingebakerd op de buik legt of wanneer het kindje dat wordt ingebakerd al in staat is zichzelf om te draaien. (NCJ, 2013; Healthy Children, 2017)

Contra-indicaties (NCJ, 2013)
– Koorts
– De eerste uren na een vaccinatie (24 uur)
– Mogelijke heupdysplasie of al aangetoonde heupdysplasie
– Ernstige luchtweginfecties
– Blijvende zuigelingenscoliose. Dit wil zeggen dat de scoliose aanwezig blijft, ook wanneer de wervelkolom zich passief beweegt.

Preventie
Om de risico’s te verkleinen is het belangrijk dat je je kindje enkel inbakert wanneer dit de enige overgebleven optie is en wanneer een medische oorzaak voor excessief huilen of onrustigheid is uitgesloten. In de meeste gevallen kun je een kindje dat veel huilt of erg onrustig is ook op andere manieren rustig krijgen, bijvoorbeeld door veel nabijheid, het dragen van je kindje en de vermindering van prikkels. Rust en regelmaat en dus de reductie van prikkels is al bewezen nuttig. Het dragen van een kindjes die excessief huilen is nog niet goed wetenschappelijk onderzocht om te kunnen vast stellen of ook dit er werkelijk voor zorgt dat er minder kindjes excessief huilen, echter is het heel natuurlijk om een kindje dat huilt op te pakken, dus kunnen we hier wel enigszins vanuit gaan. (NCJ, 2013b)
Pas wanneer er echt geen oplossing is, zou ik inbakeren overwegen. Daarbij is het wel belangrijk om inbakeren te zien als een tijdelijk hulpmiddel en niet als een permanente oplossing.

Wanneer je er dan voor kiest om je kindje in te bakeren is het belangrijk om dit goed te doen. Hierbij kun je je het beste laten adviseren door een arts of een verpleegkundige van het consultatiebureau, die geschoold zijn in het assisteren bij inbakeren. Het is ook belangrijk om je kindje vooraf na te laten kijken door een arts om contra-indicaties, bijvoorbeeld afwijkende heupontwikkeling uit te sluiten. (NCJ, 2013)

Belangrijk is om inbakeren op tijd af te bouwen, aangezien het dus mogelijk een verhoogd risico op wiegendood met zich meebrengt wanneer het kindje kan omrollen. Vanaf 6 maanden is inbakeren niet meer geschikt. (NCJ, 2013)

Conclusie
Inbakeren is iets wat je bij een gezonde zuigeling, wanneer het niet nodig is, beter kunt vervangen door een andere methode om wille van de risico’s. Echter kan het wel een hulpmiddel zijn bij kinderen die excessief huilen, waarbij een andere medische oorzaak is uitgesloten. Hierbij is het belangrijk om inbakeren te zien als laatste, tijdelijk, hulpmiddel en niet als een oplossing. Belangrijk is om rekening te houden met de risico’s die vastkleven aan inbakeren en je altijd goed te laten informeren voordat je hier aan begint.

Inbakeren
Bron: Shegingerly @Flickr

Bronnen

Healthy Children (2017)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.healthychildren.org/English/ages-stages/baby/diapers-clothing/Pages/Swaddling-Is-it-Safe.aspx

Inbakeren (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via http://www.inbakeren.nl/inbakeren/wat-is-inbakeren/

Jansen, M., & Maaskant, J. (2009) Inbakeren van huilbaby’s: helpt dat? Nursing. Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.nursing.nl/verpleegkundigen/achtergrond/2009/12/inbakeren-van-huilbabyas-helpt-dat-nurs005513w/

MC Zuiderzee (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.mczuiderzee.com/kinderen/ouders-algemeen/aandoeningen/huilbaby/inbakeren

NCJ (2013)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=815

NCJ (2013b)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=21&rlpag=813

Veiligheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 29 juni 2017 via https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed-voor-kinderen/inbakeren

Kruiken

In veel gevallen zie ik dat er in de kraamweek snel wordt afgezien van het gebruik van kruiken. Immers het kindje groeit en het kan zijn temperatuur mooi stabiel houden. Maar dan zien we ineens dat het kindje stagneert in groei of zelfs terug afvalt. Daarbij blijft wel zijn temperatuur mooi. Hoe komt dit? Hoe kan een kruik hierbij helpen? Hoe gebruik je een kruik? En wat voor soorten kruiken zijn er eigenlijk?

Temperatuurregulatie
Een pasgeborene vindt het moeilijk om zijn eigen lichaamstemperatuur mooi op peil te houden in de eerste periode na zijn geboorte. Dit komt omdat er nog weinig vet aanwezig is als isolatie en het kindje tevens een groot lichaamsoppervlakte heeft als je dit vergelijkt met de lichaamsmassa. Hierdoor koelt het kindje sneller af. (Reinke, 2011) Wanneer de omgeving niet stabiel is in temperatuur, zal het kindje toch proberen om zijn lichaamstemperatuur zelf stabiel te houden, waardoor zijn stofwisseling zal toenemen en daarmee dus ook het energieverbruik. Dit zorgt er voor dat het kindje minder energie over heeft om te drinken en te groeien. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003) Des te belangrijker dat wij, zeker in de kwetsbare periode van de kraamweek, er voor zorgen dat de omgevingstemperatuur zo stabiel mogelijk is, waardoor het kindje geen energie hoeft te verspillen aan het op peil houden van zijn/haar lichaamstemperatuur.

Hoe gebruik je een kruik?
In de eerste periode na de geboorte is een kruik heel belangrijk. De kruik zorgt er voor dat de temperatuur rondom de baby voldoende warm is, waardoor de lichaamstemperatuur van het kindje mooi stabiel blijft, zonder dat het kindje hier energie voor hoeft te gebruiken. Een voordeel dus van de kruik! Toch is het belangrijk voorzichtig om te gaan met een kruik, want er zijn ook risico’s verbonden aan het gebruik.

Risico’s
1. Brandwonden. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een hete kruik, is er kans op de ontwikkeling van brandwonden. Dit ontstaat niet enkel bij direct contact tussen de huid en de kruik, maar bijvoorbeeld ook als er een erg hete kruik vlakbij het kindje ligt, zonder direct contact. Ook kunnen er brandwonden ontstaan wanneer een kruik lekt. Daarom is het heel belangrijk om de kruiken regelmatig te controleren, gebruik te maken van een kruikenhoes en de kruik op voldoende afstand van het kindje te leggen met de dop naar het voeteneind. (Vet, Canninga-van Dijk & de Waal, 2009)
2. Oververhitting. De meest voorkomende oorzaak van een te hoge temperatuur bij een pasgeborene is een verhoogde omgevingstemperatuur. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003). Het kan voorkomen dat wanneer een kindje al goed in staat is om zijn temperatuur stabiel te houden, zonder veel gebruik van energie, dat kruiken er bijvoorbeeld voor zorgen dat de temperatuur van het kindje boven de 37,5 uit komt. Wanneer een kindje en te hoge temperatuur heeft, is het altijd goed om kritisch te kijken naar de omgeving van het kindje en in eerste instantie daarin iets te veranderen: 1 kruik in plaats van 2, muts af, extra wollen deken weg, etc. Belangrijk is dus om regelmatig de temperatuur van het kindje te blijven controleren om daarop in te kunnen spelen.

Gebruik (Veiligheid, s.a.)
1. Gebruik een kruikenzak (bij elke soort kruik)
2. Leg de kruik op de deken, met een handbreedte afstand van je kindje.
3. Leg de kruik met de dop naar het voeteneind.
4. Controleer de kruik voor elk gebruik op eventueel lekken. Controleer hierbij goed de dop.
5. Gebruik in principe heet water uit de kraan. Gebruik enkel kokend water op advies van kraamverzorgster/verloskundige/arts.

Welke soorten kruiken zijn er? (Veiligheid, s.a.; Baby op komst, s.a.)

Heetwater (metalen) kruik
Deze kruiken zijn het meest verkrijgbaar in metaal, maar soms ook in kunststof. Dit is de vorm van kruik die het langste warm blijft. Meestal blijft deze warm genoeg om hem slechts 1 keer per nacht te hoeven verversen. De dop is in de vorm van een schroefdop met een rubberen afsluitplaatje.

Belangrijk bij deze kruik is om zeer regelmatig de dop te controleren. De rubberen plaatjes kunnen verslijten en hierdoor lekken mogelijk maken. Je kunt bij verschillende baby winkels nieuwe doppen kopen. Tevens kunnen deze kruiken gaan roesten. Door de roest kan er een gat in de kruik komen wat ook kan zorgen voor een lek. Controleer deze kruik dus goed voor gebruik!

Gebruik: Vul de kruik in de gootsteen. Vul de kruik tot aan de rand. Draai de dop goed dicht en controleer op lekken. Doe een kruikenzak om de kruik heen. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje met de dop naar beneden.

Kersenpit
De kersenpit kun je niet gebruiken bij je kindje. Het is namelijk wel eens voorgekomen dat kersenpitten spontaan ontvlammen.
Je kunt de kersenpit wel gebruiken om het bedje voor te verwarmen.
De zak met kersenpitten warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor het belangrijk is om na het verwarmen de kersenpitten wat te schudden, waardoor de warmte gelijkmatig verdeeld.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Verwarm de kersenpit in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Gebruik een kruikenzak.

Elektrische kruik
De elektrische kruiken zijn in opkomst. De meeste kraamverzorgster zullen nog wat afhoudend zijn voor het gebruik van deze kruiken, omdat ze nog zo nieuw zijn. Deze kruiken koelen sneller af dan de metalen kruiken. Het duurt gemiddeld 10 minuten voordat de kruik opnieuw op temperatuur is. Voordeel: de kruik kan niet lekken.

Bij deze kruiken is het belangrijk om de kruiken op te warmen op een vuurvaste stabiele ondergrond. Tevens is het belangrijk om in de gaten te houden of de kruik vanzelf uit gaat wanneer de juiste temperatuur is bereikt.

Gebruik: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing. Warm de kruik op volgens de gebruiksaanwijzing. Haal de stekker uit het stopcontact. Plaats de kruik in een kruikenzak. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje.

Gelkruik
De gelkruik warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor er koude en hete plekken ontstaan in de kruik, het is dus belangrijk om de kruik te kneden na het opwarmen, zodat de warme gelijkmatig verdeeld wordt. Deze kruiken blijven maar kortdurend warm en zijn daardoor niet geschikt om te gebruiken bij je kindje. Wel kun je hem gebruiken om het bedje voor te verwarmen.

Controleer de kruik regelmatig, want in de gel kunnen barsten ontstaan. Dit zou er voor kunnen zorgen dat de kruik lekt.

Gebruik: Warm de kruik op in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Kneed de gel, zodat de warmte goed verdeeld wordt over de gehele kruik. Plaats de kruik in een kruikenzak.

Rubberen kruik
Een rubberen zak, die je kunt vullen met warm water. Dit soort kruiken zijn niet geschikt voor pasgeborene, omdat hier een groot risico op lekkage aan zit en daarmee dus verbranding van de pasgeborene. Je kunt de kruik wel gebruiken om het bedje te verwarmen.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Vul de rubberen kruik met warm water. Controleer de kruik op lekken. Gebruik een kruikenzak.

Conclusie
Een kindje is in de eerste periode van zijn/haar leven nog niet in staat om zijn/haar temperatuur stabiel te houden zonder veel onnodige energie te gebruiken. Hierdoor kunnen kruiken nuttig zijn om je kindje te helpen zijn/haar temperatuur stabiel te houden. Er zijn heel veel verschillende kruiken. Belangrijk is om voorzichtig om te gaan met kruiken en ze regelmatig te controleren.

PublicDomainPictures @Pixabay
Bron: pixabay

Bronnen
Baby op komst (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.babyopkomst.nl/babyuitzet/kruiken/

Kraamzorggroep (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.kraamzorgmetpassie.nl/wp-content/uploads/2017/01/borstvoedingsbeleid-de-kraamzorggroep-2015.docx

Moore, M.L., Kollee, L.A.A., & Vrancken, S.L.A.G. (2003) Perinatologie: leerboek neonatologie en verloskunde voor verpleegkundige. Bohn Stafleu van Loghum, 156-162.

Reinke, X. (2011) Kraamzorg. Bohn Stafleu van Loghum, 96.

Veiligheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed-voor-kinderen/kruik?gclid=CjwKCAjw8OLGBRAkEiwAj-AR64tXWw9pIJUGLmtUINVmeOHyQprBDIFBdhpU48QXppcs4wtD7QZh_xoC-BIQAvD_BwE

Vet, N.J., Canninga-van Dijk, M.R., & de Waal, W.J. (2009) Brandwonden bij pasgeborenen door warme kruiken. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, (153).

 

Vaginale schimmelinfectie

Wanneer je zwanger bent kun je merken dat je vaginale afscheiding toeneemt. Dit is volkomen normaal en hoort bij de toename van hormonen en de voorbereiding op de bevalling. Maar soms wordt je afscheiding anders dan normaal. Het kan gaan ruiken, gaan jeuken en veranderen van kleur, dit noemen we een vaginale schimmelinfectie. Wat is dit precies en hoe behandel je het?

Wat is een vaginale schimmelinfectie?
Tijdens je zwangerschap nemen de hormonen in je lichaam toe. Dit zorgt er voor dat je een grotere kans hebt op een vaginale schimmelinfectie. De flora in je vagina verandert onder invloed van deze hormonen en dit kan er voor zorgen dat gisten de kans hebben om zich optimaal te verspreiden. Wanneer deze gisten de overhand krijgen, spreken we van een vaginale schimmelinfectie. (Apotheek, 2015)

Symptomen (Apotheek, 2015; RIVM, s.a.)
Een vaginale schimmelinfectie herken je door de volgende typische klachten:
– Vaginale jeuk, soms ook jeuk aan je schaamlippen.
– Witte of gelige afscheiding, soms kan deze ook brokkelig zijn.
– Vreemde geur.
– Gezwollen, pijnlijk en rood vaginaal slijmvlies.
– Branderig of pijnlijk gevoel tijdens het plassen of vrijen.

Verhoogde kans (Apotheek, 2015)
Er zijn bepaalde scenario’s waarin je meer kans hebt op een schimmelinfectie:
– Tijdens je zwangerschap
– Bij gebruik van antibiotica
– Wanneer je de pil slikt (meer hormonen)
– Wanneer je je vagina wast met zeep

Risico’s

Tijdens je zwangerschap/na je zwangerschap
Deze vaginale schimmelinfectie is tijdens je zwangerschap (en na je zwangerschap) onschuldig, maar wel heel erg vervelend. Je kunt hier flink last van hebben en het kan ook invloed hebben op je relatie, aangezien seks erg pijnlijk kan zijn.

Tijdens je bevalling
Ook tijdens je bevalling is de schimmelinfectie ongevaarlijk. Wel komt je kindje tijdens het passeren van je baringskanaal in aanraking met deze gisten. Ook je kindje kan op dat moment gekoloniseerd worden met de schimmel en dit kan spruw veroorzaken. Spruw is een schimmelinfectie. Deze zit vaak in het mondje van je kind, waardoor het moeite kan hebben met drinken, aangezien dit pijnlijk is. Ook kan de spruw resulteren in luieruitslag. Onschadelijk, maar wel heel erg vervelend!

Voorkomen (Apotheek, 2015; Gezond met Femke, s.a.)
Je kunt de kans op een schimmelinfectie verkleinen met behulp van de volgende maatregelen:
– Was je vagina enkel met water.
– Gebruik zo min mogelijk inlegkruisjes of vervang ze zeer regelmatig.
– Trek geen strakke of synthetische (onder)broeken aan.
– Eet gezond en gevarieerd. Probeer suikers te vermijden.

Genezen
Uiteraard zijn er ook maatregelen om weer van je schimmelinfectie af te komen. Ik maak hierbij een onderscheid tussen natuurlijke maatregelen en medicatie. De natuurlijke middeltjes zijn niet allemaal wetenschappelijk bewezen, maar berusten meer op ervaring.

Natuurlijk
– Wanneer je vrijt met een schimmelinfectie: zorg voor voldoende glijmiddel. Wanneer je vrijt zonder glijmiddel, kan het pijnlijk zijn en kan dit er voor zorgen dat er kleine beschadigingen oplevert aan de vaginawand. Hierdoor kunnen de schimmels extra gaan groeien. (Apotheek, 2015)
– Gebruik geen tampons, zo zorg je ervoor dat de schimmels niet kunnen gaan broeien. (Apotheek, 2015)
– Yoghurt: Yoghurt werkt schimmeldodend. Hoe kun je dit toepassen bij een vaginale schimmelinfectie? Vries yoghurt in in een omhulsel van een tampon. Deze bevroren yoghurt kun je inbrengen. Heel koud, maar werkt schimmeldodend en verlichtend. (Optimaal gezond, 2016)
– Knoflook: Ook knoflook werkt schimmeldodend. Een teentje knoflook (zonder schil) inpakken in gaasjes met een touwtje eraan. Inbrengen als tampon, de nacht laten zitten. Evt. nacht erop herhalen. (Optimaal gezond, 2016)
– Cranberry: Cranberry sap gebruik we bij het bestrijden van een urineweginfectie, maar kan ook gebruikt worden bij een vaginale schimmelinfectie. Door het drinken van de cranberry sap, neemt de zuurtegraad van de urine toe. Wanneer de zure urine je besmette delen aanraakt, werkt dit schimmeldodend. Je kunt uiteraard ook gewoon cranberry’s eten of cranberrypillen gebruiken. (Optimaal gezond, 2016)
– Zeewater!
– Tea tree olie: Spoel je vagina, doormiddel van een vaginale douche, met daarin 5 druppel tea tree olie aan gelengd met water. Ook tea tree olie werkt schimmeldodend. (Oma weet raad, s.a.; Gezond met Femke, s.a.; Optimale gezondheid, 2016)

6849003064_b02ceb5c0a_b.jpg
Bron: @Flickr

Medicatie (Apotheek, 2015)
Wanneer de natuurlijke middelen er niet in slagen om de schimmelinfectie op te lossen, kun je de huisarts inschakelen voor antischimmelmedicatie. Dit kan gaan om een tablet of een crème. Beide werken even goed, maar de tablet hoef je slechts 1 maal te gebruiken en de crème gebruik je enkele dagen na elkaar. Wanneer je kiest voor de tablet is het belangrijk deze met je vingers in te brengen in plaats van met de applicator.
Deze producten kun je veilig gebruiken tijdens je zwangerschap en tijdens het geven van borstvoeding.

Conclusie
Een vaginale schimmelinfectie is niet gevaarlijk, maar wel heel erg vervelend! Er zijn veel huis- tuin- en keukenmiddeltjes die er voor kunnen zorgen dat je snel van je klachten af bent, maar als dit onvoldoende werkt kun je ook de huisarts bellen voor medicatie.

 

Bronnen
Apotheek (2015)
Gevonden op het internet op 8 februari 2017 via http://www.apotheek.nl/klachten-ziektes/vaginale-schimmelinfectie#hoe-herken-ik-vaginale-schimmelinfectie

Gezond met Femke (s.a.)
Gevonden op het internet op 8 februari 2017 via https://www.gezondmetfemke.nl/tips-tegen-een-vaginale-schimmelinfectie-candida/

Oma weet raad (s.a.)
Gevonden op het internet op 8 februari 2017 via https://omaweetraad.nl/gezondheid/vaginale-schimmelinfectie

Optimale gezondheid (2016)
Gevonden op het internet op 8 februari 2017 via http://www.optimalegezondheid.com/19-tips-om-een-candida-infectie-de-baas-te-worden/

RIVM (s.a.)
Gevonden op het internet op 8 februari 2017 via http://www.rivm.nl/Onderwerpen/C/Candida/Candida_en_zwangerschap