De kinkhoestvaccinatie

Kortgeleden veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie. De gezondheidsraad adviseert al 2 jaar om alle zwangeren in te enten tegen kinkhoest, maar de Staatssecretaris van Volksgezondheid heeft nog geen besluit genomen. Hier komt hij deze zomer op terug. Wat zijn nu de feiten en de fabels?

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest wordt gekenmerkt door hevige hoestbuien die wel 3 à 4 maanden kunnen aanhouden. De beginfase ziet er vaak uit als een simpele verkoudheid met soms wat koorts. Daarna volgt er een flinke hoest. Het hoesten kan zo hevig zijn dat je er zelfs van moet overgeven. De ziekte staat ook wel bekend als de 100-dagen hoest. Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie die verspreid wordt door de lucht. De incubatietijd is 1-3 weken.

Volwassenen en oudere kinderen maken vaak een lichtere variant door van kinkhoest, maar kinkhoest kan bij mensen met een zeer lage weerstand of bij pasgeboren baby’s die hier nog niet voor ingeënt zijn ernstig verlopen. Symptomen bij een baby kunnen minder duidelijk zijn. Een baby hoest vaak niet, maar stopt regelmatig even met ademhalen. Tevens kan het voorkomen dat het kindje blauw verkleurt.

Kinkhoest bij een baby kan er voor zorgen dat er een longontsteking ontstaat. Een hevige longontsteking kan zorgen voor ademnood. Hierdoor kan er hersenschade ontstaan doordat diegene te weinig zuurstof krijgt, tevens kan een kindje in zeldzame gevallen ook een hersenbloeding krijgen. Ook kan kinkhoest in hele ernstige gevallen zorgen voor overlijden. (RIVM, 2016, Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

Genezing

Kinderen die worden opgenomen in het ziekenhuis krijgen voornamelijk ondersteuning om door het ziekteproces heen te komen. Kinkhoest kan behandeld worden met antibiotica, maar tegen de tijd dat duidelijk is dat het gaat om kinkhoest, is de bacterie vaak al uit het lichaam verdwenen, waardoor behandeling met antibiotica zinloos is. (Rijksvaccinatieprogramma, 2018)

De cijfers

Jaarlijks wordt er zo’n 4000 tot 10.000 keer een melding gemaakt van kinkhoest. De werkelijke cijfers zijn giswerk, want niet iedereen meldt zich bij een dokter met kinkhoest, zeker omdat het bij volwassenen vaak mild verloopt. Elk jaar zijn er zo’n 170 baby’s met kinkhoest. Hiervan worden ongeveer 120 baby’s opgenomen in het ziekenhuis, zo’n 70% dus. Tussen 2005 en 2014 zijn er 5 baby’s overleden aan kinkhoest.

Voordat we met het Rijksvaccinatieprogramma zijn begonnen stierven er ieder jaar zo’n 200 kinderen aan kinkhoest. Sinds 20 jaar lijkt kinkhoest in episodes weer vaker voor te komen dan daarvoor, waarschijnlijk doordat de ziekte gemuteerd is en hierdoor is het vaccin minder effectief. In 2005 is er een ander vaccin geïntroduceerd, maar deze heeft nog niet tot afname van de epidemieën geleid. (RIVM, 2016; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; Gezondheidsraad, 2015)

Vaccinatieprogramma

Normaal gezien krijgt een kindje, indien je kiest voor het Rijksvaccinatieprogramma, de eerste vaccinatie tegen kinkhoest rond 6 weken. Hierna volgen er nog 3 in het eerste jaar en nog 1 tje wanneer ze 4 jaar zijn. Pas na de 3e vaccinatie is je kindje optimaal beschermd tegen kinkhoest. De vaccinaties die daarop volgen zijn om ervoor te zorgen dat je kindje langer beschermd is. (RIVM, 2016)

Een vaccin geeft geen levenslange immuniteit. Ook het doormaken van kinkhoest geeft geen levenslange immuniteit. Om goed beschermd te blijven tegen kinkhoest zijn herhalingsvaccins nodig.

Kinkhoestvaccinatie tijdens zwangerschap

De gezondheidsraad heeft de afgelopen jaren gekeken hoe we het kinkhoestcijfer omlaag kunnen krijgen. Op die manier kwam de kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap om de hoek kijken. (Gezondheidsraad, 2015)

Op dit moment wordt er gewoon nog gekozen voor het landelijke Rijksvaccinatieprogramma, echter sinds enkele jaren is zichtbaar dat de huidige vaccins minder goed werken. Hierdoor komen er keer op keer epidemieën van kinkhoest naar voren. Kinkhoest is de afgelopen jaren gemuteerd, waardoor het huidige vaccin onvoldoende effectief is. Hierdoor is het aantal gevallen van kinkhoest de afgelopen 20 jaar toe genomen ten opzichte van de jaren daarvoor en automatisch zijn er dan ook meer baby’s met kinkhoest, aangezien zij nu eenmaal (nog) onvoldoende beschermd zijn. (Gezondheidsraad, 2015; Rijksvaccinatieprogramma, 2018; RTL Nieuws, 2014)

De gezondheidsraad is daarom op zoek naar een manier om toch baby’s extra te beschermen en stuitte zo op het vaccineren van zwangere vrouwen.

Wanneer je een zwangere vrouw tussen de 28 en 32 weken zou inenten tegen kinkhoest, gaat ze in de meeste gevallen antistoffen tegen kinkhoest aanmaken. Deze antistoffen komen via de placenta bij het kindje terecht. Op deze manier krijgt het kindje toch al bescherming mee, voordat het mogelijk zelf gevaccineerd wordt en de weerstand toeneemt. Hierdoor worden ze minder snel ziek en mochten ze toch ziek worden, verloopt het minder ernstig.

Volgens onderzoek uit Engeland is de effectiviteit van het vaccin 91%. In de groep waarbij vrouwen tijdens de zwangerschap werden ingeënt, werden er 91% minder baby’s ziek door kinkhoest. (RIVM, 2016)

Geen los vaccin

Er bestaat geen los kinkhoest vaccin. Wanneer je je dus voor kinkhoest wilt laten inenten, wordt je automatisch ook ingeënt voor difterie en tetanus. In sommige gevallen ook voor polio. (Medisch contact, 2017)

Aluminium
In het vaccin zit aluminium, o.a.: aluminiumhydroxide en aluminiumfosfaat. Dit zijn hulpstoffen die aan het vaccin zijn toegevoegd om er voor te zorgen dat dit gemakkelijker bij ons afweersysteem komt. Dit gebeurt al zo’n 80 jaar. Aluminium in vaccins is onderzocht, echter niet op zwangere vrouwen.

Het gaat om maximaal 0,5 mg. In ons eten, water en in de lucht komt van nature al aluminium voor, wat er voor zorgt dat wij als volwassenen zo’n 5-10 mg aluminium per dag binnen krijgen. Het is dus niet meer dan we gebruikelijk binnen krijgen. Ook baby’s krijgen aluminium binnen in kleine hoeveelheden door de navelstreng, in de borstvoeding en in de kunstvoeding. (RIVM, 2016)

De cijfers

Nu, zonder de vaccinatie tijdens de zwangerschap, zijn er zo’n 120 opnames van zuigelingen per jaar. De verwachting van de Gezondheidsraad is dat dit, met vaccin, zal afnemen naar +/- 26 opnames per jaar. Tevens zou hierdoor de sterfte, ook al is deze al gering (5 in 9 jaar), nog verder terug gedrongen kunnen worden. (Gezondheidsraad, 2015)

Wanneer vaccineren?

Vanaf de 28ste zwangerschapsweek en het liefst voor de 38ste zwangerschapsweek. (NHG, 2015)

Waar wordt dit al gedaan?

In een aantal landen worden zwangere vrouwen al geadviseerd zich te laten vaccineren met het kinkhoest vaccin, zoals in België, Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Spanje en delen van Australië.

Is dit vaccin veilig?

Het vaccin is een geïnactiveerd, ofwel dood, vaccin. Uit onderzoek dat in het Verenigd Koninkrijk is verricht onder 20.000 vrouwen komen geen extra zwangerschapsrisico’s naar voren, zoals een laag geboortegewicht, vroeggeboorte en doodgeboorte. (NHG, 2015)

Uit Amerikaans onderzoek werden ook geen risico’s gevonden op zwangerschapscomplicaties. Dit onderzoek is uitgevoerd onder 120.000 vrouwen. Wel werd er mogelijk een verhoogd risico op een chorioamnionitis (ontstoken vliezen) gevonden (5,6 vs. 6,1%), maar er werden niet meer vroeggeboortes gevonden, terwijl dit het risico is bij ontstoken vliezen.

Bijwerkingen (Lareb, s.a.)

De mogelijke bijwerkingen die op dit moment bekend zijn:

Soms (10-30 op 100)

– Pijn op injectieplaats
– Stijve arm
– Vermoeidheid

– Koorts
– Minder zin in eten
– Griepachtige verschijnselen

Zelden (1-10 op 100)

– Flauwvallen
– Huiduitslag
– Gezwollen lymfeklieren

Zeer zelden (Minder dan 1 op 100)

– Stuipen
– Huilerigheid
– Blauw/rode verkleuring
– Overgevoeligheid

Lange termijn effecten
Hoewel RIVM en de Gezondheidsraad aangeven dat ze verwachten dat er ook op lange termijn geen negatieve effecten van de kinkhoest vaccinatie zichtbaar zullen worden, wordt pas sinds 2011 in de VS (de eerste die dit invoerden) structureel dit vaccin aangeboden, dus zijn er nog weinig tot geen studies over de effecten op lange termijn.

Andere methodes

De gezondheidsraad heeft ook andere methodes bekeken, zoals eerder vaccineren, antistoffen toedienen aan de pasgeborene en vaccinatie voor de zwangerschap, echter is voor deze methodes onvoldoende wetenschappelijk bewijs. (Gezondheidsraad, 2015)

Wel is het belangrijk om kinkhoest tijdig te herkennen, zodat er snel gestart kan worden met een eventuele behandeling. Tevens zijn de standaard hygiëne maatregelen heel belangrijk, zoals goed je handen wassen en niet hoesten nabij je kindje, om zo besmetting kansen te verkleinen.

Hoe kan ik dit vaccin krijgen?

Op dit moment wordt deze vaccinatie nog niet standaard geadviseerd aan zwangeren, aangezien de Staatssecretaris van Volksgezondheid zich nog over dit vraagstuk aan het buigen is. De vaccinatie wordt ook nog niet vergoed, maar kun je wel op eigen kosten (+/- 30 euro) door de GGD laten plaatsen. (GGD Amsterdam, 2018)

Conclusie

Eigenlijk is het dus niets nieuws. We weten al enkele jaren dat kinkhoest aan het muteren is, waardoor het standaard vaccinatieprogramma minder dekkend is dan 20 jaar geleden. Om toch baby’s extra te kunnen beschermen, wordt er nu geadviseerd om zwangere vrouwen te vaccineren tijdens de zwangerschap. Op korte termijn worden er geen negatieve gezondheidsrisico’s gevonden, echter op lange termijn zijn er nog weinig tot geen onderzoeken. 
Informeer goed, weeg de voor- en nadelen tegen elkaar af en maak een geïnformeerde keuze.

baby-was-receiving-his-scheduled-vaccine-injection-in-his-right-thigh-muscle-ie-intramuscular-injection-725x490
Bron: pixnio

Bronnen

Gezondheidsraad (2015)
Gevonden via het internet op 27 maart 2018 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/ files/samenvatting_201529_vaccinatie_tegen_kinkhoest_doel_en_strategie.pdf

GGD Amsterdam (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via http://www.ggd.amsterdam.nl/infectieziekten/ reizigersvaccinatie/kinkhoestvaccinatie/

Medisch contact (2017)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste- nieuws/artikel/maternale-kinkhoestvaccinatie-kan-al-voor-landelijke-invoering.htm

NHG (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.nhg.org/actueel/nieuws/advies- gezondheidsraad-kinkhoestvaccinatie-bij-zwangeren

Lareb (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via wwww.lareb.nl

Rijksvaccinatieprogramma (2018)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://rijksvaccinatieprogramma.nl/ infectieziekten/kinkhoest

RIVM (2016)
Gevonden op het internet op 23 maart 2018 via https://www.rivm.nl/Onderwerpen/V/ vaccinaties_op_maat/Kinkhoestvaccinatie_voor_zwangere_vrouwen#watishet

RTL Nieuws (2014)
Gevonden op het internet op 27 maart 2018 via https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/ vaccin-tegen-kinkhoest-werkt-niet-goed-genoeg

Advertenties

Vitamine K 2.0

Wanneer je net bevallen bent, krijgt je kindje vrijwel direct vitamine K toegediend. Vaak wordt dit tussen neus en lippen door nog even aan de ouders verteld, maar om toestemming wordt er eigenlijk nooit gevraagd. Op deze manier zijn ouders er dus van overtuigd dat dit hoort. Elke pasgeborene in Nederland en in vele andere landen, krijgt dit direct na de geboorte. Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, is het advies ook om extra vitamine K toe te dienen gedurende de eerste 3 maanden. Maar waarom is dit eigenlijk? En misschien wel het belangrijkste: is dit echt nodig?

Wat is vitamine K?
Vitamine K is een vetoplosbaar vitamine dat bestaat uit 2 varianten: vitamine K1 en vitamine K2. Vitamine K1 komt voor in plantaardige voedingsmiddelen, zoals groene bladgroenten en sommige oliën. Ook is dit de vorm die voorkomt in supplementen. Vitamine K2 wordt aangemaakt door bacteriën in je darmen en komt voor in gefermenteerde producten. Beide hebben dezelfde werking: ondersteunen van de bloedstolling. Mogelijk spelen ze ook een rol bij de aanmaak van botten. (Voedingscentrum, s.a.; Gezondheidsraad, 2010)

Vitamine K direct na de geboorte
Direct na de bevalling krijgt elke pasgeborene, volgens de protocollen, vitamine K toegediend.

Waarom?
Omdat elk kindje met te weinig vitamine K geboren zou worden. Wanneer ze geen extra vitamine K toegediend zouden krijgen, zouden ze een groter risico hebben op een ernstige, inwendige bloeding. (Voedingscentrum, s.a.)

Hoe komt dit? (Voedingscentrum, s.a.; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)
Elk kindje zou geboren worden met een laag vitamine K gehalte. Dit zou komen door 2 factoren:
1. Vitamine K komt in zeer kleine concentraties via de placenta bij het kindje.
2. Het kindje heeft nog onvoldoende darmbacteriën, waardoor er nog onvoldoende vitamine K wordt aangemaakt.

Overweging
We gaan er dus vanuit dat elke pasgeborene geboren wordt met te weinig vitamine K in het bloed. Een foutje van de natuur? Of is dit gewoon normaal? Hoe kunnen we spreken van een te laag vitamine K gehalte bij een pasgeborene? Om te spreken van een ‘te laag’ zou je ook een ‘normaalwaarde’ moeten hebben, maar geen enkel kindje blijkt dit te hebben.

Vitamine K en voeding
Het blijft niet enkel bij een toediening direct na de bevalling. Het advies is ook om bij borstvoeding (na de eerste week) dagelijks oraal vitamine K toe te dienen.

Waarom?
Aangezien er slechts een lage concentratie vitamine K in borstvoeding zit. (Gezondheidsraad, 2017)

Hoe komt dit?
De natuur.

Overweging
Moeder natuur heeft er blijkbaar voor gezorgd dat ook in borstvoeding een lage concentratie vitamine K voorkomt. Is dit dan een foutje en moeten we dit herstellen door vitamine K bij te geven, of is dit juist de bedoeling?

Vitamine K en Flesvoeding
Wanneer je kindje flesvoeding krijgt, krijgt je kindje al extra vitamine K binnen. Aan de flesvoeding is vitamine K toegevoegd.

Verhoogd risico
Voldoende over de gezonde pasgeborene die vitamine K bij krijgt. Er zijn natuurlijk ook redenen waarom een kindje wel degelijk een verhoogd risico heeft op een inwendige bloeding.

1. Een niet fysiologische bevalling
Wanneer een kindje geboren wordt na een gemedicaliseerde bevalling is er een verhoogd risico op een inwendige bloeding. Denk hierbij aan een kunstverlossing. Na een vacuüm is de kans op een subdurale- of hersenbloeding 2,7 x zo hoog als na een normale bevalling. Na een tangverlossing 3,3 x zo hoog en na een keizersnede 2,3 x zo hoog. (NVOG, 2005)
Er is ook kans op een bloeding na een microbloedonderzoek (bloedafname van het hoofd van het kindje): kans op een complicatie is 0,4-6%. Met complicatie wordt bedoeld: infectie of bloeding. (NVOG, 2014)

De kans is ook verhoogd wanneer je kindje prematuur geboren wordt.
Mogelijk is de kans ook wel hoger op een bloeding na het snel doorknippen van de navelstreng. Mogelijk wordt er hierdoor minder vitamine K door het kindje opgenomen uit het navelstrengbloed, waardoor er meer kans is op een bloeding.
En denk bijvoorbeeld aan antibiotica tijdens de bevalling. Deze beïnvloedt de darmfunctie van het kindje, mogelijk hierdoor ook wel de aanmaak van vitamine K. (Rouw-Timmer & de Jonge, 1985)

2. Galgang atresie
Sommige pasgeborene worden geboren met galgangatresie. Dit is een aandoening waarbij de vetopname verstoord is en dus ook de opname van vitamine K. Zij hebben een hoger risico op  inwendige bloedingen. En deze kindjes, zijn de reden waarom we élk kindje extra vitamine K geven na de geboorte en niet enkel de kindjes met een verhoogd risico. Galgang atresie wordt namelijk vaak pas laat ontdekt en van deze kindjes krijgt zo’n 82% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017) Echter is galgang atresie een hele zeldzame aandoening en worden er gemiddeld zo’n 10 kindjes per jaar mee geboren. Dit wil zeggen ongeveer 1 op de 5000 kindjes wordt geboren met een galgang atresie. (Maag Lever Darmstichting, s.a.; Gezondheidsraad, 2017)

3. Andere (lever)ziektes
Soms worden er ook kindjes geboren met een andere (lever)ziekte die op latere leeftijd pas wordt ontdekt. Ook deze kindjes zouden een groter risico op een bloeding kunnen hebben.

Vroege, klassieke en late bloedingen
Er zijn 3 verschillende soorten bloedingen.

De vroege bloeding
De vroege bloeding vindt plaats binnen 24 uur na de bevalling. Deze worden meestal veroorzaakt door medicatie gebruikt door de moeder tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld antibiotica, medicatie tegen epilepsie of antistollingsmedicatie. Deze medicatie belemmert de vitamine K metabolisatie. Van alle kinderen zonder vitamine K profylaxe krijgt <5% een vroege bloeding in groepen met een groot risico. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De klassieke bloeding
De klassieke bloeding vindt plaats tussen dag 1 en dag 7 postpartum. Deze bloeding ontstaat mogelijk doordat er te weinig vitamine K in de borstvoeding zou zitten of doordat het kindje nog te weinig voeding binnen krijgt. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,01 tot 1,5% een klassieke bloeding. (Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

De late bloeding
Deze bloeding vindt plaats 2 weken tot 6 maanden na de geboorte. Deze bloedingen ontstaan mogelijk doordat er te weinig vitamine K in borstvoeding zou zitten of doordat het kindje vitamine K slecht kan opnemen. Deze vindt in tegenstelling tot de vroege en de klassieke bloeding, vaak in de hersenen plaats. Hierdoor kan het kindje ernstige schade oplopen of zelfs door de bloeding overlijden. Van alle kindjes die geen vitamine K profylaxe krijgen, krijgt 0,00004% – 0,001% een late bloeding. (Gezondheidsraad, 2017; Dors, Peters, Smiers & van Ommen, 2008)

Het huidige advies
Het huidige advies is dus om élke pasgeborene, ongeacht de voorgeschiedenis, de risicofactoren (zoals medicatie bij moeder) en de bevalling, oraal vitamine K toe te dienen na de bevalling en, indien het kindje borstvoeding krijgt, een extra supplement per dag, na de eerste week, tot het kindje 3 maanden oud is.

Waarom?
Uiteraard kan het elk kindje overkomen, een bloeding.
Echter na een medicamenteuze bevalling is de kans groter en wanneer je kindje een galgang atresie zou hebben is de kans zelfs erg groot.

Cijfers
Uit onderzoek (Von Kries & Hanawa, 1993) is gebleken dat dat van alle kindjes die geen vitamine K krijgen toegediend na de geboorte, 1 op de 10.000 tot 1 op de 25.000 een bloeding krijgt. Hierbij gaat het dus ook om kindjes na een medicamenteuze bevalling en kindjes met een galgangatresie. Helaas zijn er geen cijfers die volkomen fysiologische (thuis) bevallingen mee vergelijken.
Van de kindjes met galgang atresie krijgt zo’n 82% een bloeding (+/- 8 kindjes per jaar). Echter is dit onderzocht na toediening van orale vitamine K (25 microgram per dag). Zij kregen dus zelfs een bloeding wanneer ze al vitamine K bijkregen. (Gezondheidsraad, 2017)

Na toediening van orale vitamine K (125 microgram per dag) aan alle pasgeborene, halveert de kans op een bloeding bij de gehele populatie: 1 op 20.000 – 1 op de 50.000.
Voor kindjes met galgang atresie blijft de kans gelijk 82%, na toediening va 125 microgram i.p.v. 25 microgram.

Huidige beleid vs. Mogelijke nieuw beleid
Het huidige beleid houdt in dat elk kindje na de geboorte oraal vitamine K toegediend krijgt. Dit werkt voldoende om het risico op een vroege of klassieke bloeding te verminderen. Echter late bloedingen verminderden wel in de gehele populatie, maar niet in de risicogroep, de kindjes met galgang atresie. (Gezondheidsraad, 2017) De gezondheidsraad wil dat we overgaan op intramusculaire toediening (toediening met een naald in de spier van de pasgeborene, zoals bij een vaccinatie). Hierna is er geen suppletie meer nodig na een week postpartum en blijft het dus bij de intramusculaire toediening. (KNOV, 2017)

Waarom?
De hoog risico kindjes (met een galgang atresie) nemen vitamine K minder op uit de darmen. Wanneer er dus oraal vitamine K wordt toegediend, nemen ze alsnog weinig op. Intramusculaire toediening omzeilt dit probleem.

Overweging
De gezondheidsraad wil dus dat straks alle pasgeborene intramusculair vitamine K krijgen, zodat er 2 tot 5 late bloedingen per jaar voorkomen worden. Intramusculaire toediening van vitamine K brengt ook risico’s met zich mee. Zo zijn er risico’s op bijwerkingen zoals irritatie van de prikplaats, een ontsteking of weefselschade. Aangezien bijwerkingen slechts zelden worden gemeld, weten we niet hoe groot het risico hierop precies is. Tevens zorgt een intramusculaire toediening direct voor pijn bij de pasgeborene. Ouders zullen sowieso de mogelijkheid krijgen om de intramusculaire injectie te weigeren en te kiezen voor orale toediening. (Gezondheidsraad, 2017)

Risico’s van vitamine K
In het verleden zijn er studies gepubliceerd die een mogelijk verband zagen tussen toediening van vitamine K aan pasgeborene en leukemie op latere leeftijd. Echter zijn deze studies niet geheel betrouwbaar, aangezien de gegevens pas achteraf werden verzameld. Later zijn er nog enkele studies gedaan, die geen bewijs vinden van dit mogelijk verband. (Gezondheidsraad, 2017; Wickham, 2001; Parker et al, 1998; Fear et al, 2003)

Tot op heden lijkt het zo te zijn dat een hoge concentratie vitamine K bij pasgeborene geen nevenbevindingen heeft, echter zal hier nog meer onderzoek naar gedaan moeten worden.

Conclusie
Het is belangrijk dat elke ouder eerlijke informatie krijgt en er dan zelf een weloverwogen beslissing over kan maken of zijn of haar kind vitamine K toegediend krijgt of niet.

37404013592_c5041fc0e3_o
Bron: Jaro Laros @Flickr



Bronnen
Dors, N., Peters, M., Smiers, F.J., & van Ommen, C.H. (2008) Bloedingen bij zuigelingen: denk altijd aan vitamine K deficiëntie, ondanks profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Hematologie, 5(1), 32-35.

Fear, N.T., Roman, E., Ansell, P., Simpson, J., Day, N., Eden, O.B., et al. (2003) Vitamin K and childhood cancer: a report from the United Kingdom Childhood Cancer Study. British Journal of Cancer, 89(7), 1228-31.

Gezondheidsraad (2010)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201011%20vitamine%20K.pdf
Gezondheidsraad (2017)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpublication/201704_vitamine_k_bij_zuigelingen.pdf

KNOV (2017)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/gezondheidsraad-brengt-nieuw-vitamine-k-advies-uit/2070
MLDS (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.mlds.nl/ziekten/galgangatresie/

NVOG (2005)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=24105&richtlijn_id=504

NVOG (2014)
Gevonden op het internet op 20 november 2017 via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=3&cad=rja&uact=8&ved=0ahUKEwjd8PeL68zXAhUqKcAKHVa1AFkQFggzMAI&url=http%3A%2F%2Fnvog-documenten.nl%2Fuploaded%2Fdocs%2FNVOG%2520richtlijn%2520foetale%2520bewaking%252019-05-2014%25202.0(2).pdf&usg=AOvVaw0ZqT0g7FDkiIWnAHclhnqu
Parker, L., Cole, M., Craft, A.W., et al. (1998) Neonatal vitamin K administration and childhood cancer in the north of England. British Medical Journal, 316, 189-93.

Rouw – Timmer, E.C.J. & de Jonge, G.A. (1985) Bloedingen in de eerste levensweken en vitamine K profylaxe. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 130(11).

Voedingscentrum (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 december 2014 via http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-k.aspx

Von Kries, R., & Hanawa, Y. (1993) Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 69, 293-95.

Wickham, S. (2001) Vitamine K: A flaw in the blueprint? Midwifery Today, 56, 39-41. http://sarawickham.com/wp-content/uploads/2011/10/a1-vitamin-k-a-flaw-in-the-blueprint2.pdf

Jeuk tijdens de zwangerschap

Het komt veel voor tijdens de zwangerschap: jeuk (zonder huiduitslag). Vervelend! Een van de meest voorkomende zwangerschapskwaaltjes, namelijk 1 op de 5 vrouwen krijgt last van een vorm van jeuk. Het kan op elk moment tijdens de zwangerschap komen opzetten, maar meestal begint het tijdens het laatste trimester. Waar moet je op letten als je jeuk hebt en wat kun je er tegen doen?

Ontstaan van jeuk
Hoewel zwangerschapsjeuk veel voorkomt, is het nog niet geheel duidelijk waar dit door veroorzaakt wordt. Een van de mogelijke oorzaken schuilt zich in de lever. Doordat je hormoonspiegel compleet verandert tijdens je zwangerschap, wordt je lever flink belast. Hierdoor laat de lever meer galzure zouten door in je bloed, waardoor er jeuk kan ontstaan. Deze jeuk kan voorkomen op handpalmen en voetzolen, op je buik, maar ook op je hele lichaam. (Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017)

Zwangerschapscholestase
Veel vormen van jeuk zijn onschuldig, maar niet allemaal. Bijvoorbeeld wanneer je last hebt van zwangerschapscholestase.

Zwangerschapscholestase komt voor bij 0,1 tot 2% van alle zwangeren in Europa. (NVOG, 2011)
Bij deze aandoening hoopt gal op in je lever. Normaal gezien gaat gal via gangen vanuit de lever naar de galblaas. Tijdens de zwangerschap kan het voorkomen dat veel trager gebeurt, waardoor er een galophoping ontstaat in de lever. In gal zitten zuren. Deze zuren zijn er om te helpen met het verteren van vet eten. Wanneer gal blijft staan in de lever, kunnen deze zuren in het bloed terecht komen. De galzure zouten in je bloed zijn verhoogd. Deze galzuren zouten komen ook via de placenta bij je kindje terecht. (Radboud UMC, s.a.) Wanneer deze galzuren zouten erg hoog zijn en er niets aan gedaan wordt, is er kans op risico’s voor het kindje, zoals: vroeggeboorte, meconiumhoudend vruchtwater en mogelijks zelfs overlijden. (NVOG, 2011; Radboud UMC, s.a.) Wanneer er sprake is van een bewezen zwangerschapscholestase is het advies om te starten met medicatie en soms een inleiding. Hierdoor nemen de risico’s af. (NVOG, 2011; Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017)

Jeuk is het meest voorkomende symptoom van zwangerschapscholestase. Vaak begint dit ’s nachts en voornamelijk op de handpalmen en voetzolen. Het kan echter ook op heel het lichaam voorkomen. Tevens kan het voorkomen dat je ook overdag last hebt van deze jeuk, maar dan wordt de jeuk vaak ’s nachts nóg erger. Deze jeuk treedt op zonder huidafwijkingen (behalve de mogelijke krabwondjes). Andere (mogelijke) symptomen: geel zien, donkere urine, ontkleurde en/of vette ontlasting, een naar gevoel rechtsboven in je buik. (NVOG, 2011; Radboud UMC, s.a)

Heb je veel last van jeuk? Trek altijd even aan de bel bij je zorgverlener. Zij kunnen met je meekijken of het nodig is om bloedonderzoek te doen om je galzure zouten te bepalen. (NVOG, 2011)

Onschuldig
Aangezien zwangerschapscholestase niet veel voor komt, maar de jeuk wel, is in de meeste gevallen de jeuk dus, gelukkig, volkomen onschuldig. Wel wordt de jeuk hoogstwaarschijnlijk nog steeds veroorzaakt door je lever. Hier gaat het dus om jeuk zonder huiduitslag (uitgezonderd krabwondjes). Als je wel last hebt van huiduitslag, komt daar waarschijnlijk de oorzaak vandaan. Laat de huiduitslag altijd even zien aan je zorgverlener, zodat zij met je kunnen uitzoeken waar het vandaan komt. (Albert Schweitzer ziekenhuis, 2017)

Om je lever wat te ontzien zijn er tips die je kunt toepassen (Albert Schweitzer Ziekenhuis, 2017):
1. Drink voldoende, minimaal 2 liter water per dag.
Zo kan je lichaam afvalstoffen beter afvoeren.
2. Probeer zout en suiker gebruik te beperken.
3. Probeer vet te beperken tot max. 20 gram per dag.
4. Vermijd koffie, thee (behalve kruidenthee), cacao en tabak.

Advies
Wanneer bovenstaande tips onvoldoende helpen om de jeuk te verminderen, hebben we nog andere tips achter de hand. Dit zijn tips om het symptoom aan te pakken in plaats van de oorzaak.
Na de bevalling is de jeuk snel weer verdwenen. (De verloskundige, s.a.;
1. Draag ademende kleding.
2. Niet krabben! (Houd je nagels kort)
3. Gebruik ijskompresen om de plek van de jeuk
4. Wisselbaden: warm – koud afwisselen. Eindig hierbij altijd met koud water.
5. Mentholgel/zalf/poeder
6. Calendulazalf
7. Een bad met havermout
8. Niet wisselen van wasmiddel en gebruik Ph neutraal wasmiddel
9. Let goed op gezonde voeding.
10. Een halve aardappel gebruiken om je huid in te smeren.

Wanneer je huiduitslag hebt: neem contact op met je zorgverlener.
Hevige jeuk ’s nachts/gedurende de hele dag, op handen/voetzolen of heel je lichaam: neem contact op met je zorgverlener.

Conclusie
Jeuk tijdens de zwangerschap komt heel vaak voor. In de meeste gevallen is dit volkomen normaal en verdwijnt dit na de bevalling weer snel. Je kunt dan proberen om je lever wat te ondersteunen en je kunt proberen de jeuk met tips te verminderen. Helaas is jeuk niet altijd onschuldig. Mocht je merken dat dit heel hevig aanwezig is, bel dan altijd je zorgverlener.

pregnant-2021797_960_720.jpg
Bron: Contato1034 @Pixabay

Bronnen
Albert Schweitzer Ziekenhuis (2017)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.asz.nl/patienten/patientenvoorlichting/folders/Jeuk/jeuk-tijdens-de-zwangerschap.pdf
De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via
http://deverloskundige.nl/zwangerschap/subtekstpagina/204/jeuk/

Livive (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via
https://www.livive.nl/docs/default-source/foldersflyers-livive/jeuk-tijdens-de-zwangerschap.pdf?sfvrsn=2

NVOG (2011)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=27618&richtlijn_id=878

Radboud UMC (s.a.)
Gevonden op het internet op 9 november 2017 via https://www.radboudumc.nl/patientenzorg/aandoeningen/zwangerschapscholestase/wat-is-zwangerschapscholestase

Zwangerschapsmisselijkheid

Een van de meest gehoorde zwangerschapskwaaltjes: misselijkheid. Vooral in de ochtend is de misselijkheid vaak sterk aanwezig. Waardoor ontstaat deze misselijkheid eigenlijk en wat kun je er tegen doen?

Hoe ontstaat zwangerschapsmisselijkheid?
Ongeveer 60 tot 80% van alle zwangeren krijgt te maken met zwangerschapsmisselijkheid, het overgrote deel dus! Er is op dit moment nog niet precies duidelijk waardoor deze misselijkheid ontstaat. Uiteraard is er wel een vermoeden: de hormoonhuishouding. (ZEHG, s.a.; St. Antonius Ziekenhuis, s.a.)

De hormonen in je lichaam veranderen. Het zwangerschapshormoon, HCG, komt vrij in grote getalen. Deze hormonen zorgen voor veel veranderingen in je lichaam, zodat deze wordt klaargestoomd voor de groei en ontwikkeling van je kindje. Deze hormonen zouden er ook voor kunnen zorgen dat je misselijk wordt. We merken dit bijvoorbeeld bij een meerlingzwangerschap. In dat geval is er meer HCG aanwezig en deze vrouwen hebben ook regelmatig meer last van zwangerschapsmisselijkheid. Hoewel het nog niet met onderzoek is bevestigd, zou misselijkheid ook juist een goed teken kunnen zijn wanneer dit gelinkt is aan hormonen. Juist wanneer je dus misselijk bent, heb je veel zwangerschapshormonen in je lichaam. Dit zou mogelijk een kleinere kans geven op een miskraam, maar dit moet nog verder onderzocht worden. Wanneer je niet misselijk bent, hoef je je ook geen zorgen te maken. Er zijn ook vrouwen met een hoog HCG level die juist niet misselijk zijn, precies het punt waar het onderzoek dus op blijft steken. (St. Antonius Ziekenhuis, s.a.; Mayoclinic, 2016)

Symptomen (ZEHG, s.a.)
De symptomen van de zwangerschapsmisselijkheid kunnen erg verschillen per persoon.

Meest voorkomende klachten
– Periodes van misselijkheid met evt. overgeven
– Erg vermoeid zijn
– Minder eet- en drinklust
– Gevoelig zijn voor beweging (bij beweging wordt de misselijkheid heviger)
– Gevoeligheid voor geuren
– Je smaak van eten veranderd (minder zin in bepaalde voedingsmiddelen of juist zin in voedingsmiddelen die je normaal niet eet)
– Sneller de neiging tot kokhalzen
– Brandend maagzuur
– Overmatig speeksel

Normale misselijkheid vs. extreme misselijkheid
In de meeste gevallen is zwangerschapsmisselijkheid volkomen normaal, maar in sommige gevallen ontstaat er extreme misselijkheid. De misselijkheid gaat hierbij je hele leven beïnvloeden. Dit resulteert erin dat je niet (veel) meer kunt eten en drinken en uitgedroogd begint te raken. Zelfs een slokje water komt er vaak direct weer uit. Hierbij wordt dan ook vaak overmatig overgegeven. Dit noemen we hyperemesis gravidarum. Dit komt voor bij zo’n 0,5 tot 2% van alle zwangerschappen. Deze klachten zijn niet meer normaal. (ZEHG, s.a.)

Symptomen van hyperemesis gravidarum (NHS, 2015)
– Niet kunnen binnenhouden van vocht en/of voedsel
– Overmatig braken
– Donkere urine
– Niet kunnen plassen (gedurende meer dan 8 uur)
– Buikpijn
– Duizelig of slap worden bij opstaan
– Koorts
– Overgeven van bloed

Mocht je deze klachten herkennen is het dan ook zeer belangrijk om aan de bel te trekken bij je zorgverlener.

Wat kun je tegen zwangerschapsmisselijkheid doen?
De misselijkheid verdwijnt vaak nadat je de 4 maanden bereikt hebt, maar dit verschilt per persoon. Tot die tijd is het wel fijn als je wat vindt om de misselijkheid draaglijker te maken. Uiteraard is er ook medicatie mogelijk, maar mocht je natuurlijke remedies proberen: de volgende tips kunnen hierbij helpen.

1. Iets lichts eten voor je opstaat (bijvoorbeeld een cracker), zodat er iets in je maag zit voordat je op staat. (De verloskundige, s.a.)
2. Zorg ervoor dat je niet te vet,  te zout of te gasrijk eet. Dit kan er voor zorgen dat de misselijkheid verergerd. (De verloskundige, s.a.)
3. Eet en drink verspreid over de dag kleine beetjes. Dit gaat beter dan 3 grote maaltijden op 1 dag. En een lege maag kan ook voor misselijkheid zorgen. (De verloskundige, s.a.)
4. Zorg dat je voldoende rust. Juist door vermoeidheid kan de misselijkheid erger worden. (Minime, s.a.; NHS, 2015)
5. Koffie kan misselijkheid oproepen. Deze kun je dus beter even laten staan. (Mini me, s.a.)
6. Koude maaltijden werken vaak beter dan warme maaltijden. De geur van een warme maaltijd kan misselijkheid oproepen. (Mini me, s.a.; NHS, 2015)
7. Laat iemand anders voor je koken. Door de geuren tijdens het koken, kan het er voor zorgen dat de misselijkheid al opgeroepen wordt voordat je begint met eten. (NHS, 2015)
8. Draag comfortabele, niet knellende kleding. (Mini me, s.a.; NHS, 2015)
9. Gember! Gember kan helpen om de misselijkheid te verminderen. Gemberthee en capsules worden hiervoor het meeste gebruikt.
10. Acupunctuur! Uit onderzoek blijkt dat acupunctuur kan helpen tegen misselijkheid. (West, 2002)
11. Cola (geen light), zou mogelijk kunnen helpen tegen de misselijkheid.
12. Pepermunt. Ook pepermunt zou kunnen helpen om de misselijkheid tegen te gaan.

Aandachtspunt: let er op dat je voldoende blijft drinken!

Conclusie
Misselijkheid komt heel regelmatig voor tijdens de zwangerschap. Gelukkig zijn er allerlei kleine tips die er voor kunnen zorgen dat de misselijkheid beter te handelen is. Mocht de misselijkheid echt uit de hand lopen, bel dan je zorgverlener!

nausea.jpg
Bron: Alagich Katya @Flickr

Bronnen
De verloskundige (s.a.)
Gevonden op het internet op 18 mei 2017 via http://deverloskundige.nl/zwangerschap/subtekstpagina/195/misselijk/

Mayoclinic (2016)
Gevonden op het internet op 18 mei 2017 via http://www.mayoclinic.org/healthy-lifestyle/pregnancy-week-by-week/expert-answers/nausea-during-pregnancy/faq-20057917

Mini me (s.a.)
Gevonden op het internet op 18 mei 2017 via https://www.minime.nl/artikelen/356/misselijkheid-tijdens-zwangerschap

NHS (2015)
Gevonden op het internet op 18 mei 2017 via http://www.nhs.uk/conditions/pregnancy-and-baby/pages/morning-sickness-nausea.aspx

St. Antonius Ziekenhuis (s.a.)
Gevonden op het internet op 18 mei 2017 via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=33&ved=0ahUKEwiovPGRsfnTAhWJYVAKHdc-BD44HhAWCC4wAg&url=https%3A%2F%2Fwww.antoniusziekenhuis.nl%2Ffile%2F668%2Fdownload%3Ftoken%3DmZPFBiAf&usg=AFQjCNHa-ybDT–B_ejQkGK2JPIdD6sIyQ&sig2=p77cKk2VDcZ05wEGS-fhqw

West, Z. (2002) Acupuncture in pregnancy and childbirth. Elsevier.

Centering pregnancy

Normaal gezien ga je snel even op controle bij je verloskundige. Je vertelt hoe het met je gaat, beantwoordt en stelt wat vragen, je bloeddruk wordt gemeten en als laatste luister je nog even naar het hartje van je kindje. Maar wist je dat er ook een andere vorm van begeleiding door de verloskundige is?

Wat is centering pregnancy?
Bij centering pregnancy word je ingedeeld in een groepje met zwangeren met ongeveer dezelfde zwangerschapstermijn. Samen krijg je 10 groepsconsulten. Deze consulten duren 1,5 tot 2 uur. (Mini me, s.a.)

Tijdens deze controles krijg je uitgebreid informatie over relevante onderwerpen en is er tijd om samen ervaringen te delen en vragen te beantwoorden. Het is geen lesvorm, dat wil zeggen je niet als het ware ‘geschoold’ wordt, maar het is de bedoeling dat je samen met de andere zwangeren interactief meer te weten komt over alle onderwerpen rondom je zwangerschap en bevalling. De verloskundige leidt het gesprek, maar verder is er veel ruimte voor eigen inbreng. Elke controle staat er een thema centraal. Zo worden er ook regelmatig andere collega’s uitgenodigd, zoals een lactatiekundige of een bekkenbodemfysiotherapeute. Hierdoor is het niet meer per se nodig om naar allerlei andere voorlichtingsavonden te gaan. (Mini me, s.a.)

Voor de uitwendige controles wordt je door de verloskundige even afgezonderd van de rest van de groep. (Centering Healthcare, 2017)

Voordelen van centering pregnancy (Centering Healthcare, 2017)

1. Ongeveer 17u meer zorg dan wanneer je individuele consulten krijgt.
Normaal gezien duurt een controle zo’n 10 tot 15 minuten bij de verloskundige. Hierdoor is er niet heel veel tijd. Wanneer je in een centering pregnancy traject zit, krijg je dus meer zorg dan individueel.

2. Meer ruimte voor het bespreken van onderwerpen, zodat je er ook dieper op in kunt gaan.
Doordat er meer tijd is gedurende de consulten kunnen er meer onderwerpen besproken worden en kan hier ook dieper op in gegaan worden.

3. Meer contact met zwangeren die ongeveer even ver zwanger zijn.
Veel vrouwen kennen eigenlijk weinig andere zwangeren, waardoor ze wat contact met gelijkgestemde missen. Doordat je participeert in centering pregnancy leer je automatisch vrouwen kennen die in hetzelfde schuitje zitten.

4. Je bent meer betrokken bij je eigen zorg.
Tijdens de centering pregnacy leer je zelf je bloeddruk opmeten, je zwangerschapsboekje invullen, eventueel jezelf wegen of je urine onderzoeken. Hierdoor voel je je meer betrokken bij je eigen zorg.

5. Medische onderzoeken krijg je afgezonderd van de groep.
De uitwendige (en eventueel inwendige) onderzoeken gebeuren afgezonderd van de groep, waardoor je ook nog 1 op 1 contact hebt met je verloskundige.

6. Ruimte om ervaringen te delen en te leren van anderen.
Normaal gezien heb je tijdens een zwangerschapsconsult geen ruimte om met andere zwangere te overleggen over hun ervaringen. Tijdens de centering pregnancy is hier wel ruimte voor.

7. Betere vertrouwensband
Doordat je meer tijd hebt tijdens de consulten, leer je je verloskundige beter kennen. Niet alleen fijn voor jou, maar ook voor je verloskundige!

8. Er is ook een bijeenkomst na de bevalling.
Ook na de bevalling is er nog een bijeenkomst, waar alle vrouwen terug samen komen.

Voordelen vanuit wetenschappelijk onderzoek (Centering Healthcare, 2017)
Buiten dat er allerlei voor de hand liggende voordelen zijn, is centering pregnancy ook werkelijk wetenschappelijk onderzocht. Hieruit komen allerlei mogelijke voordelen naar voren:
– 33% minder vroeggeboortes (in een hoog risico populatie)
– Hoger geboortegewicht
– Meer kennis
– Betere voorbereiding op de bevalling
– Er wordt vaker borstvoeding gegeven
– Er wordt meer sociale steun ervaren
– Minder stress
– Minder bijstimulatie tijdens de bevalling nodig
– Minder medicamenteuze pijnbestrijding
– Minder verwijzingen gedurende de zwangerschap nodig

Centering pregnancy in Nederland
Centering pregnancy is overgewaaid vanuit Amerika. In Nederland is dit dus nog niet helemaal ingeburgerd. Dat wil zeggen dat niet elke verloskundigenpraktijk hier al gebruik van maakt, maar mogelijk leidt meer bekendheid ook tot meer deelnames! Graag zien welke praktijken centering pregnancy al aanbieden? Kijk op de volgende site: https://www.centeringhealthcare.nl/zwanger/zoek-zorgverlener/

sebagee @Pixabay.com.jpg
Bron: Sebagee @Pixabay

Conclusie
Centering pregnancy is nog vrij nieuw in Nederland, maar een hele mooie nieuwe vorm van het begeleiden van een zwangerschap! Er zitten veel voordelen aan en dus hoop ik ook stiekem dat veel praktijken in Nederland dit gaan inburgeren.

Bronnen
Centering Healthcare (2017)
Gevonden op het internet op 30 april 2017 via https://www.centeringhealthcare.nl/zwanger/

Mini me (s.a.)
Gevonden op het internet op 30 april 2017 via https://www.minime.nl/artikelen/1665/centering-pregnancy

Kruiken

In veel gevallen zie ik dat er in de kraamweek snel wordt afgezien van het gebruik van kruiken. Immers het kindje groeit en het kan zijn temperatuur mooi stabiel houden. Maar dan zien we ineens dat het kindje stagneert in groei of zelfs terug afvalt. Daarbij blijft wel zijn temperatuur mooi. Hoe komt dit? Hoe kan een kruik hierbij helpen? Hoe gebruik je een kruik? En wat voor soorten kruiken zijn er eigenlijk?

Temperatuurregulatie
Een pasgeborene vindt het moeilijk om zijn eigen lichaamstemperatuur mooi op peil te houden in de eerste periode na zijn geboorte. Dit komt omdat er nog weinig vet aanwezig is als isolatie en het kindje tevens een groot lichaamsoppervlakte heeft als je dit vergelijkt met de lichaamsmassa. Hierdoor koelt het kindje sneller af. (Reinke, 2011) Wanneer de omgeving niet stabiel is in temperatuur, zal het kindje toch proberen om zijn lichaamstemperatuur zelf stabiel te houden, waardoor zijn stofwisseling zal toenemen en daarmee dus ook het energieverbruik. Dit zorgt er voor dat het kindje minder energie over heeft om te drinken en te groeien. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003) Des te belangrijker dat wij, zeker in de kwetsbare periode van de kraamweek, er voor zorgen dat de omgevingstemperatuur zo stabiel mogelijk is, waardoor het kindje geen energie hoeft te verspillen aan het op peil houden van zijn/haar lichaamstemperatuur.

Hoe gebruik je een kruik?
In de eerste periode na de geboorte is een kruik heel belangrijk. De kruik zorgt er voor dat de temperatuur rondom de baby voldoende warm is, waardoor de lichaamstemperatuur van het kindje mooi stabiel blijft, zonder dat het kindje hier energie voor hoeft te gebruiken. Een voordeel dus van de kruik! Toch is het belangrijk voorzichtig om te gaan met een kruik, want er zijn ook risico’s verbonden aan het gebruik.

Risico’s
1. Brandwonden. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een hete kruik, is er kans op de ontwikkeling van brandwonden. Dit ontstaat niet enkel bij direct contact tussen de huid en de kruik, maar bijvoorbeeld ook als er een erg hete kruik vlakbij het kindje ligt, zonder direct contact. Ook kunnen er brandwonden ontstaan wanneer een kruik lekt. Daarom is het heel belangrijk om de kruiken regelmatig te controleren, gebruik te maken van een kruikenhoes en de kruik op voldoende afstand van het kindje te leggen met de dop naar het voeteneind. (Vet, Canninga-van Dijk & de Waal, 2009)
2. Oververhitting. De meest voorkomende oorzaak van een te hoge temperatuur bij een pasgeborene is een verhoogde omgevingstemperatuur. (Moore, Kollee & Vrancken, 2003). Het kan voorkomen dat wanneer een kindje al goed in staat is om zijn temperatuur stabiel te houden, zonder veel gebruik van energie, dat kruiken er bijvoorbeeld voor zorgen dat de temperatuur van het kindje boven de 37,5 uit komt. Wanneer een kindje en te hoge temperatuur heeft, is het altijd goed om kritisch te kijken naar de omgeving van het kindje en in eerste instantie daarin iets te veranderen: 1 kruik in plaats van 2, muts af, extra wollen deken weg, etc. Belangrijk is dus om regelmatig de temperatuur van het kindje te blijven controleren om daarop in te kunnen spelen.

Gebruik (Veiligheid, s.a.)
1. Gebruik een kruikenzak (bij elke soort kruik)
2. Leg de kruik op de deken, met een handbreedte afstand van je kindje.
3. Leg de kruik met de dop naar het voeteneind.
4. Controleer de kruik voor elk gebruik op eventueel lekken. Controleer hierbij goed de dop.
5. Gebruik in principe heet water uit de kraan. Gebruik enkel kokend water op advies van kraamverzorgster/verloskundige/arts.

Welke soorten kruiken zijn er? (Veiligheid, s.a.; Baby op komst, s.a.)

Heetwater (metalen) kruik
Deze kruiken zijn het meest verkrijgbaar in metaal, maar soms ook in kunststof. Dit is de vorm van kruik die het langste warm blijft. Meestal blijft deze warm genoeg om hem slechts 1 keer per nacht te hoeven verversen. De dop is in de vorm van een schroefdop met een rubberen afsluitplaatje.

Belangrijk bij deze kruik is om zeer regelmatig de dop te controleren. De rubberen plaatjes kunnen verslijten en hierdoor lekken mogelijk maken. Je kunt bij verschillende baby winkels nieuwe doppen kopen. Tevens kunnen deze kruiken gaan roesten. Door de roest kan er een gat in de kruik komen wat ook kan zorgen voor een lek. Controleer deze kruik dus goed voor gebruik!

Gebruik: Vul de kruik in de gootsteen. Vul de kruik tot aan de rand. Draai de dop goed dicht en controleer op lekken. Doe een kruikenzak om de kruik heen. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje met de dop naar beneden.

Kersenpit
De kersenpit kun je niet gebruiken bij je kindje. Het is namelijk wel eens voorgekomen dat kersenpitten spontaan ontvlammen.
Je kunt de kersenpit wel gebruiken om het bedje voor te verwarmen.
De zak met kersenpitten warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor het belangrijk is om na het verwarmen de kersenpitten wat te schudden, waardoor de warmte gelijkmatig verdeeld.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Verwarm de kersenpit in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Gebruik een kruikenzak.

Elektrische kruik
De elektrische kruiken zijn in opkomst. De meeste kraamverzorgster zullen nog wat afhoudend zijn voor het gebruik van deze kruiken, omdat ze nog zo nieuw zijn. Deze kruiken koelen sneller af dan de metalen kruiken. Het duurt gemiddeld 10 minuten voordat de kruik opnieuw op temperatuur is. Voordeel: de kruik kan niet lekken.

Bij deze kruiken is het belangrijk om de kruiken op te warmen op een vuurvaste stabiele ondergrond. Tevens is het belangrijk om in de gaten te houden of de kruik vanzelf uit gaat wanneer de juiste temperatuur is bereikt.

Gebruik: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing. Warm de kruik op volgens de gebruiksaanwijzing. Haal de stekker uit het stopcontact. Plaats de kruik in een kruikenzak. Leg de kruik op een handbreedte afstand van je kindje.

Gelkruik
De gelkruik warm je op in de magnetron. De magnetron verwarmt niet gelijkmatig, waardoor er koude en hete plekken ontstaan in de kruik, het is dus belangrijk om de kruik te kneden na het opwarmen, zodat de warme gelijkmatig verdeeld wordt. Deze kruiken blijven maar kortdurend warm en zijn daardoor niet geschikt om te gebruiken bij je kindje. Wel kun je hem gebruiken om het bedje voor te verwarmen.

Controleer de kruik regelmatig, want in de gel kunnen barsten ontstaan. Dit zou er voor kunnen zorgen dat de kruik lekt.

Gebruik: Warm de kruik op in de magnetron volgens gebruiksaanwijzing. Kneed de gel, zodat de warmte goed verdeeld wordt over de gehele kruik. Plaats de kruik in een kruikenzak.

Rubberen kruik
Een rubberen zak, die je kunt vullen met warm water. Dit soort kruiken zijn niet geschikt voor pasgeborene, omdat hier een groot risico op lekkage aan zit en daarmee dus verbranding van de pasgeborene. Je kunt de kruik wel gebruiken om het bedje te verwarmen.

Gebruik: Gebruik deze kruik niet bij je kindje! Vul de rubberen kruik met warm water. Controleer de kruik op lekken. Gebruik een kruikenzak.

Conclusie
Een kindje is in de eerste periode van zijn/haar leven nog niet in staat om zijn/haar temperatuur stabiel te houden zonder veel onnodige energie te gebruiken. Hierdoor kunnen kruiken nuttig zijn om je kindje te helpen zijn/haar temperatuur stabiel te houden. Er zijn heel veel verschillende kruiken. Belangrijk is om voorzichtig om te gaan met kruiken en ze regelmatig te controleren.

PublicDomainPictures @Pixabay
Bron: pixabay

Bronnen
Baby op komst (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.babyopkomst.nl/babyuitzet/kruiken/

Kraamzorggroep (2015)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.kraamzorgmetpassie.nl/wp-content/uploads/2017/01/borstvoedingsbeleid-de-kraamzorggroep-2015.docx

Moore, M.L., Kollee, L.A.A., & Vrancken, S.L.A.G. (2003) Perinatologie: leerboek neonatologie en verloskunde voor verpleegkundige. Bohn Stafleu van Loghum, 156-162.

Reinke, X. (2011) Kraamzorg. Bohn Stafleu van Loghum, 96.

Veiligheid (s.a.)
Gevonden op het internet op 27 maart 2017 via https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen/beddengoed-voor-kinderen/kruik?gclid=CjwKCAjw8OLGBRAkEiwAj-AR64tXWw9pIJUGLmtUINVmeOHyQprBDIFBdhpU48QXppcs4wtD7QZh_xoC-BIQAvD_BwE

Vet, N.J., Canninga-van Dijk, M.R., & de Waal, W.J. (2009) Brandwonden bij pasgeborenen door warme kruiken. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, (153).

 

Meconium houdend vruchtwater

Meconium houdend vruchtwater, de medische term voor het feit dat het ongeboren kindje in het vruchtwater heeft gepoept. De eerste ontlasting van de pasgeborene heet immers meconium. Waar het vruchtwater normaal helder of lichtroze is, soms met wat vlokjes door het huidsmeer, kleurt het vruchtwater nu groen of bruin. Hoe ontstaat meconium houdend vruchtwater en wat zijn de gevolgen?

Meconium houdend vruchtwater
In de meeste gevallen is het heel duidelijk. Wanneer de vliezen breken is het vruchtwater zichtbaar groen of bruin. Soms is het zelfs zo dik als erwtensoep. Meconium houdend vruchtwater komt regelmatig voor. In de literatuur varieert de prevalentie enorm, van zo’n 5,6 tot 25% van alle bevallingen. (KNOV, 2015) Voor de uitgerekende datum komt het niet zo vaak voor, ongeveer bij 5% van alle bevallingen, terwijl als we voorbij de 42 weken gaan de prevalentie stijgt naar 25 tot zelfs 50%. (NVOG, 2011)

Oorzaak van de meconium houdend vruchtwater
Vanuit onderzoeken komen er 2 mogelijke oorzaken van meconium houdend vruchtwater naar voren.

1. Stress
Al vanaf de 10e week van de zwangerschap kan er meconium aangetroffen worden in de darmen van het ongeboren kindje. We gaan er vanuit dat het kindje al vroeg in de zwangerschap af en toe wat meconium loost, maar omdat het kindje het vruchtwater ook weer drinkt, wordt het vruchtwater steeds opnieuw helder.
Stress zou er aan de ene kant voor kunnen zorgen dat de anale spieren ontspannen, waardoor er meconium geloosd wordt, aan de andere kant zou stress er voor kunnen zorgen dat het kindje minder vruchtwater drinkt, waardoor het vruchtwater niet voldoende verschoond wordt. Wat er precies gebeurt bij stress waardoor er meconium houdend vruchtwater ontstaat, is dus nog niet geheel bekend. (NVOG, 2011)

2. Rijpe darmen
Meconium houdend vruchtwater kan optreden doordat de darmen rijp zijn en meer meconium gaan lozen. Dit verklaart mogelijk ook waarom de prevalentie van meconium houdend vruchtwater toeneemt na de 42e zwangerschapsweek. (KNOV, 2015)

Risico’s voor het ongeboren kindje

Uit onderzoeken komt naar voren dat er een verband gezien wordt tussen meconium houdend vruchtwater en slechtere uitkomsten voor het kindje. Het grootste probleem is het meconium aspiratie syndroom.

Meconium aspiratie syndroom
Sommige baby’s ademen tijdens de bevalling of na de bevalling meconium in. Dit kan na de geboorte zorgen voor ernstige ademhalingsproblemen dit noemen we het meconium aspiratie syndroom (MAS). MAS treedt op bij ongeveer 5% van alle pasgeborene met meconium houdend vruchtwater. (NVOG, 2011) Doordat er meconium terecht komt in de luchtwegen, kan er geen normale gasuitwisseling plaats vinden, aangezien de luchtwegen volledig of gedeeltelijk worden afgesloten. (UZ Leuven, 2010)  Symptomen zijn een snelle ademhaling, kreunen, blauw zien, intrekken van de borstkas of juist een uitgezette borstkas. (UMC Utrecht, s.a.) Ernstige MAS kan zorgen voor hersenbeschadigingen en zelfs overlijden (1,5 op 1000 kindjes overlijden bij meconium houden vruchtwater, tegenover 0,3 op 1000 bij helder vruchtwater (NVOG, 2011). MAS ontstaat eerder bij dik meconium houdend vruchtwater (erwtensoep), dan bij dun meconium houdend vruchtwater. (KNOV, 2015)

Preventie

Voorkomen van meconium houdend vruchtwater
Helaas kunnen we niet voorkomen dat er meconium houdend vruchtwater optreedt. Uiteraard proberen we wel altijd om eventuele problemen door meconium houdend vruchtwater te voorkomen.

Voorkomen van MAS
Vroeger werd gedacht dat kinderen de meconium pas inademende bij hun eerste ademteugen. Om dit te voorkomen werd er toen standaard bij meconium houdend vruchtwater er voor gekozen om de luchtwegen uit te zuigen. Ondertussen weten we dat veel kinderen tijdens de bevalling al meconium inademen en dat het uitzuigen meer beschadigd dan dat het goed doet. Er is dus voor gekozen om bij een kindje dat gelijk goed begint met ademen na de geboorte, niet uit te zuigen (NVOG, 2011). Onderzoeken laten zien dat er geen verschil wordt aangetoond in het ontstaan van MAS bij het wel of niet uitzuigen.

Beleid bij meconium houdend vruchtwater

In Nederland is het beleid bij meconium houdend vruchtwater een ziekenhuisbevalling met continue bewaking van het kindje met behulp van een CTG en in principe dus overdracht van zorg aan het ziekenhuis. Waarom? Omdat het bij meconium houdend vruchtwater niet altijd duidelijk is of dit veroorzaakt wordt door rijpe darmen of door stress.

MAS ontstaat bij 5% van alle bevallingen met meconium houdend vruchtwater en meestal bij dik meconium houdend vruchtwater. Er zijn nog geen onderzoeken die aantonen of er betere uitkomsten zijn bij continue gebruik van een CTG of intermitterend foetale bewaking. Indien het gaat om een bevalling waarin het kindje in de uitgerekende periode zich aandient en het gaat om dun meconium houdend vruchtwater, kan in mijn ogen de verloskundige ook prima de zorg dragen, indien ze regelmatig de conditie van het kindje bepaald. Indien er twijfels zijn of het kindje stress vertoont, kan er altijd nog over gegaan worden op overdracht van zorg.
Anders bekeken. Bij 5% van alle bevallingen ontstaat er een fluxus (meer dan een liter bloedverlies). Hierdoor kiezen we er toch ook niet voor om iedereen verplicht in het ziekenhuis te laten bevallen onder leiding van de gynaecoloog?

kala-bernier
Bron: Kala Bernier @Flickr

Conclusie
Meconium houdend vruchtwater kan een teken zijn van rijpe darmen van het kindje, maar het kan dus ook een teken zijn van stress. Om die reden wordt er in Nederland op dit moment vrijwel altijd overgegaan op overdracht aan het ziekenhuis, maar of dit altijd echt nodig is daar kunnen we nog over discussiëren.

Bronnen

KNOV (2015)
Gevonden op het internet op 6 maart 2017 via http://www.knov.nl/fms/file/knov.nl/knov_downloads/903/file/Def_versie_factsheet_meconiumhoudendvw_13_april_2015_met_logo.pdf?download_category=overig
NVOG (2011)
Gevonden op het internet op 6 maart 2017 via http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=880
UMC Utrecht (s.a.)
Gevonden op het internet op 6 maart 2017 via http://geboortecentrumfolders.umcutrecht.nl/nl/magazine/9072/779424/mas.html

UZ Leuven (2010)
Gevonden op het internet op 6 maart 2017 via https://www.uzleuven.be/video/Meconiumaspiratiesyndroom%20(MAS)